macOS High Sierra

Een reservekopieschijf kiezen en coderingsopties instellen

Schakel Time Machine in, voeg een reservekopieschijf toe, schakel over naar een andere schijf of pas andere instellingen aan.

Opmerking: Mogelijk wil je Time Machine 's avonds instellen, zodat de eerste reservekopie 's nachts kan worden gemaakt. Als je reservekopieën maakt naar een Time Capsule of AirPort Extreme (802.11ac), kan de eerste reservekopie mogelijk sneller worden gemaakt als je Mac zich in dezelfde ruimte als de Time Capsule of AirPort Extreme (802.11ac) bevindt of als je de Mac via een Ethernet-kabel op een van de Ethernet-poorten van de Time Capsule of AirPort Extreme (802.11ac) aansluit. Daaropvolgende reservekopieën nemen minder tijd in beslag.

  1. Kies Apple-menu > 'Systeemvoorkeuren' en klik op 'Time Machine'.

    Open het paneel 'Time Machine' in Systeemvoorkeuren

  2. Klik op 'Selecteer reservekopieschijf', 'Selecteer schijf' of 'Voeg reservekopieschijf toe of verwijder schijf'.

    Welke opties beschikbaar zijn, hangt af van de vraag of er al een of meer reservekopieschijven zijn geconfigureerd.

  3. Kies een schijf uit de lijst met reservekopieschijven en beschikbare schijven.

    Met Time Machine kun je geen reservekopieën bewaren op een iPod of op een schijf die is geformatteerd met de Windows-structuur. Als je een schijf aansluit die met de Windows-structuur is geformatteerd, kan deze schijf opnieuw worden geformatteerd met de Mac-structuur (waarbij alle gegevens definitief worden verwijderd) en als reservekopieschijf worden gebruikt.

  4. Selecteer 'Codeer reservekopieën' voor extra beveiliging.

    Codering is niet beschikbaar als je een schijf gebruikt die rechtstreeks is aangesloten op je Mac, en die is geformatteerd met een APM-partitie (Apple Partition Map) of een MBR-partitie (Master Boot Record) en die meer dan één partitie heeft.

    Als het aankruisvak is gedimd, houd je de aanwijzer op het aankruisvak om een toelichting te bekijken. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de geselecteerde schijf opnieuw moet worden geformatteerd of opnieuw in partities moet worden verdeeld. Als er geen toelichting verschijnt, biedt de geselecteerde schijf geen ondersteuning voor codering.

  5. Klik op 'Gebruik schijf'.

  6. Als je al één andere schijf hebt geconfigureerd, klik je op 'Vervang [schijfnaam]' of 'Gebruik beide'.

    Als je al meerdere reservekopieschijven hebt, wordt deze optie niet weergegeven.

  7. Als je wordt gevraagd de schijf opnieuw te formatteren, kun je de schijf opnieuw formatteren of een andere schijf kiezen.

    Belangrijk: Bij het formatteren worden alle bestanden op de schijf gewist. Doe dit dus alleen als je de bestanden niet meer nodig hebt of als je kopieën van de bestanden op een andere schijf hebt bewaard.

  8. Als je 'Codeer reservekopieën' hebt geselecteerd (in stap 4), typ je een wachtwoord voor de reservekopieschijf.

    Je moet dit wachtwoord mogelijk invoeren wanneer je de schijf aansluit op je Mac, wanneer je de schijf loskoppelt of wanneer je de Mac opnieuw opstart.

    Als je eerder een Time Capsule of een netwerkschijf voor niet-gecodeerde reservekopieën hebt gebruikt en je nu codering wilt inschakelen, moet de niet-gecodeerde reservekopie eerst met Time Machine worden gewist voordat een gecodeerde reservekopie kan worden gemaakt.

Om meerdere reservekopieschijven te gebruiken, herhaal je deze stappen voor elke schijf.

Time Machine werkt het best als je je reservekopieschijf alleen gebruikt voor reservekopieën van Time Machine. Als je bestanden bewaart op je reservekopieschijf, wordt met Time Machine geen reservekopie gemaakt van deze bestanden en is er minder ruimte beschikbaar voor reservekopieën van Time Machine.