Aangepaste referentiemodi aanmaken op de Mac
Op de Mac kun je aangepaste referentiemodi voor je beeldscherm aanmaken, die naast de standaardreferentiemodi (zogeheten voorinstellingen) worden gebruikt. Je kunt deze modi afstemmen op je specifieke workflowbehoeften door opties voor kleurengamma, witpunt, luminantie en overdrachtsfunctie in te stellen.
Opmerking: Referentiemodi zijn bedoeld voor gebruik onder gereguleerde kijkomstandigheden die doorgaans voorkomen in professionele werkomgevingen waar content wordt geproduceerd. Wanneer een modus wordt gebruikt onder de verkeerde kijkomstandigheden of met het verkeerde mediatype, kan het gebeuren dat het gewenste resultaat niet wordt bereikt.
Om een aangepaste referentiemodus aan te maken, kies je Apple-menu in de navigatiekolom. (Mogelijk moet je omlaag scrollen.) Klik op het pop-upmenu 'Voorinstelling', kies 'Pas voorinstellingen aan' en klik vervolgens op
.
Tip: Je kunt ervoor kiezen om veelgebruikte voorinstellingen en aangepaste referentiemodi weer te geven in het bedieningspaneel. Klik op het pop‑upmenu 'Voorinstelling', kies 'Pas voorinstellingen aan', selecteer het selectievakje naast de voorinstelling die je in het menu wilt weergeven (in de kolom 'Toon in menu') en klik op 'Gereed'. Om voorinstellingen en aangepaste referentiemodi snel te wijzigen, klik je op en klik je op 'Beeldscherm'. Klik op
naast de huidige voorinstelling en kies vervolgens een optie uit de lijst.
Opmerking: Deze opties worden alleen weergegeven wanneer je een Apple Pro Display XDR, een Apple Studio Display XDR, een Apple Studio Display, een 14-inch MacBook Pro (2021 of nieuwer) of een 16-inch MacBook Pro (2021 of nieuwer) gebruikt.
Open de instellingen voor 'Beeldschermen'
Optie | Beschrijving | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Naam voorinstelling | Voer een naam in voor de aangepaste referentiemodus. | ||||||||||
Beschrijving | Voer een beschrijving in voor de aangepaste referentiemodus. | ||||||||||
Kleurengamma | Selecteer de primaire kleuren die in de referentiemodus worden gebruikt om het kleurengamma te definiëren.
| ||||||||||
Witpunt | Hiermee selecteer je het doelwitpunt van de referentiemodus voor het beeldscherm.
| ||||||||||
SDR-overdrachtsfunctie | Selecteer de gammareactie van de referentiemodus wanneer SDR-content wordt ontvangen.
| ||||||||||
Pas versterking systeemgamma toe | Verhoog het gamma met een opgegeven hoeveelheid. Je kunt de optie gebruiken om een van de volgende instellingen op te geven:
| ||||||||||
Schakel PQ in voor HDR-content | Hiermee kan het beeldscherm HDR-content ontvangen via de PQ-overdrachtsfunctie in plaats van de SDR-overdrachtsfunctie. Deze optie is alleen beschikbaar op de Pro Display XDR en de Studio Display XDR. | ||||||||||
Schakel HDR-content in | Hiermee kan het beeldscherm HDR-content ontvangen. | ||||||||||
Schakel lokaal dimmen in | Hiermee kan de helderheid van specifieke zones van de achtergrondverlichting worden aangepast. | ||||||||||
Maximale luminantie | Hiermee stel je de maximale helderheid van het beeldscherm in nits in. | ||||||||||
Beperk luminantie tot mogelijkheden volledig scherm | Hiermee beperk je de maximale luminantie tot 1000 nits. Deze instelling is geschikt voor onbeperkt gebruik op het volledige scherm onder normale werkomstandigheden en met een D65-witpunt. Dit aankruisvak moet zijn ingeschakeld om de kalibratie van ondersteunde beeldschermen te kunnen verfijnen. Bij een Pro Display XDR kun je de kalibratie altijd verfijnen, ongeacht of deze optie is ingeschakeld. | ||||||||||
Schermoptimalisatie | Deze optie is alleen beschikbaar op de Studio Display XDR.
| ||||||||||
Optimalisatie achtergrondverlichting | Deze optie is alleen beschikbaar op de Pro Display XDR.
| ||||||||||