
Beheerde migratie-assistent voor macOS
Overzicht
Met de beheerde migratie-assistent wordt het overzetten van gegevens tussen Macs tijdens het uitvoeren van de configuratie-assistent geoptimaliseerd, waardoor organisaties controle hebben over welke gegevens naar een nieuwe Mac worden overgezet, zonder dat gebruikers deze beslissingen hoeven te nemen.
De migratie-assistent selecteert de snelste overdrachtsmethode voor de migratie. Opties zijn onder meer een directe verbinding via wifi, infrastructuur-wifi, ethernet en Thunderbolt. De migratie-assistent controleert ook regelmatig of er tijdens de migratie een snellere optie beschikbaar komt.
Je kunt het migratieproces aanpassen en stroomlijnen door het volgende op te geven:
Welke submappen en bestanden in de thuismap van de gebruiker moeten worden gemigreerd.
Welke submappen en bestanden niet moeten worden gemigreerd.
Welke gebruikersaccounts niet worden aangeboden voor migratie.
Of privacy-instellingen op systeemniveau moeten worden gemigreerd.
De opgegeven paden zijn altijd relatief ten opzichte van de thuismap van de gebruiker die wordt gemigreerd. Als je bijvoorbeeld de migratie van de map 'Werk' in '/Gebruikers/elana/Documenten/Werk/' wilt afdwingen, geef je 'Documenten/Werk/' op in de array 'RequiredPaths'. Verborgen mappen en bestanden, zoals sleutels die worden gebruikt voor SSH, worden gemigreerd tenzij ze specifiek zijn uitgesloten. Je kunt ook vereiste en uitgesloten paden combineren. Voeg een uitzondering toe voor de betreffende submap of het betreffende bestand om specifieke onderdelen binnen een vereist pad uit te sluiten. Hiermee kun je bijvoorbeeld opgeven dat de map 'Documenten' moet worden overgezet, maar dat specifieke submappen of bestanden in deze map moeten worden uitgesloten. De bibliotheekmap van de gebruiker ('~/Bibliotheek') wordt altijd gemigreerd. Zie Declaratieve configuratie voor de migratie-assistent.
Opmerking: Mappaden moeten eindigen met een voorwaartse schuine streep (/).
Het kanaal voor declaratieve apparaatstatus geeft tijdens de migratie inzicht in de status en verschaft aanvullende informatie in een rapport nadat het overdrachtsproces is voltooid. Het rapport bevat de datum, tijd en hoeveelheid overgezette gegevens, evenals informatie over bestanden die niet konden worden gemigreerd. Hiermee krijgen organisaties de informatie die ze nodig hebben voor audits en probleemoplossing.
Vereisten
macOS 15 of nieuwer op de bron-Mac.
macOS 26.4 of nieuwer op de nieuwe Mac.
De nieuwe Mac moet worden geregistreerd in Apple School Manager of Apple Business en worden toegewezen aan een voorziening voor apparaatbeheer.
Een gegevensverbinding tussen de twee Mac-computers. Tenzij wifi is uitgeschakeld op de bron-Mac, maken apparaten een peer-to-peer wifiverbinding.
De beheerde migratie-assistent is geïntegreerd in de configuratie-assistent en maakt gebruik van het volgende proces:
De gebruiker opent de migratie-assistent op de bron-Mac en start het migratieproces door de inloggegevens van de lokale beheerder in te voeren.
Tijdens de configuratie van de nieuwe Mac kiest de gebruiker er in het paneel Zet je gegevens over naar deze Mac voor om de gegevens over te zetten vanaf een andere Mac.
De nieuwe Mac wordt via automatische apparaatinschrijving ingeschreven in een voorziening voor apparaatbeheer waarbij de sleutel
await_device_configuredis ingesteld optrue.Belangrijk: Het paneel voor het terugzetten van gegevens (sla sleutel
Restoreover) kan niet worden verborgen.De voorziening voor apparaatbeheer biedt de vereiste configuraties, bijvoorbeeld voor eenmalige platformaanmelding met automatische apparaatinschrijving en de configuratie
com.apple.configuration.migration-assistant.settings.Nadat de gebruikersaccount is aangemaakt, begeleidt de beheerde migratie-assistent de gebruiker bij het overzetten van de gegevens uit de thuismap op de bron-Mac.