macOS High Sierra

Het Dock gebruiken

Het Dock is een handige plek om onderdelen te bewaren die je regelmatig gebruikt. Je kunt onderdelen aan het Dock toevoegen of eruit verwijderen, het groter of kleiner maken of zelfs geheel verbergen.

Het Dock met programmasymbolen, het symbool van de stapel 'Downloads' en het Prullenmand-symbool.

De mappen in het Dock worden stapels genoemd. Het Dock bevat standaard de stapel Downloads. Zie Documenten en downloads openen uit stapels voor meer informatie.

Een rode badge op een symbool in het Dock geeft aan dat je een of meer taken moet uitvoeren in een programma of in Systeemvoorkeuren. Een rode badge op het Mail-symbool in het Dock geeft bijvoorbeeld aan dat er nieuwe e-mailberichten zijn.

Onderdelen openen vanuit het Dock

  • Een programma, stapel of bestand openen: Klik op de stapel in het Dock.

    Je kunt een bestand ook openen door het naar het programma in het Dock te slepen. Als je bijvoorbeeld een document wilt openen dat je hebt aangemaakt in Pages, sleep je het naar het Pages-symbool in het Dock.

  • Een Finder-venster openen: Klik op het symbool voor de Finder (een lachend gezicht). Zie Je bestanden bekijken in de Finder voor meer informatie over de Finder.

Je kunt ook verschillende programmataken uitvoeren door op een programmasymbool in het Dock te klikken en dit ingedrukt te houden of door op een symbool te klikken terwijl je de Control-toets ingedrukt houdt.

Onderdelen aan het Dock toevoegen of eruit verwijderen

  • Een onderdeel toevoegen: Sleep het onderdeel naar het Dock. Sleep bestanden en mappen naar het gedeelte rechts van de scheidingslijn in het Dock en sleep programma's naar het gedeelte links daarvan. Als je het Dock naar de zijkant van je bureaublad hebt verplaatst, sleep je bestanden en mappen naar het gedeelte onder de scheidingslijn en sleep je programma's naar het gedeelte boven de scheidingslijn.

    De scheidingslijn tussen programma's en bestanden/mappen in het Dock.

    Als je een onderdeel naar het Dock sleept, wordt er een alias voor het onderdeel in het Dock geplaatst. Het oorspronkelijke onderdeel wordt niet verplaatst.

  • Een onderdeel verwijderen: Sleep het onderdeel uit het Dock totdat je 'Verwijder' ziet.

    Alleen de alias wordt uit het Dock verwijderd. Het onderdeel zelf wordt niet van je Mac verwijderd.

Onderdelen van je Mac verwijderen

  • Sleep onderdelen naar de prullenmand aan het einde van het Dock. Om de prullenmand leeg te maken, klik je op de prullenmand en klik je vervolgens op 'Leeg'. Zie Bestanden en mappen verwijderen voor meer informatie.

    Het Prullenmand-symbool in het Dock.

Voorkeuren voor het Dock instellen

  1. Kies Apple-menu > 'Systeemvoorkeuren' en klik op 'Dock'.

    Open het paneel 'Dock' in Systeemvoorkeuren

  2. Stel de gewenste voorkeuren in. Zie Het paneel 'Dock' in Systeemvoorkeuren voor meer informatie.

Snelkoppelingen voor het Dock

  • De grootte van het Dock wijzigen: De muisaanwijzer op de scheidingslijn plaatsen, wachten tot er een dubbele pijl wordt weergegeven en vervolgens slepen om het Dock groter of kleiner te maken.

  • De positie van een onderdeel wijzigen: Sleep het onderdeel naar een nieuwe locatie.

  • Het contextuele menu van een onderdeel weergeven: Klikken op het onderdeel terwijl je de Control-toets ingedrukt houdt.

  • Het contextuele menu voor het Dock weergeven: Control + klikken op de scheidingslijn.

  • De geopende vensters van een programma weergeven: Control + klikken op het programmasymbool en 'Toon alle vensters' kiezen.

  • Een geopend programma aan het Dock toevoegen: Control + klikken op het programmasymbool en 'Opties' > 'Permanent in Dock' kiezen.

  • Een onderdeel openen in de Finder: Command + klikken op het symbool van het onderdeel, of Control + klikken op het symbool en vervolgens 'Opties' > 'Toon in Finder' kiezen.

  • Overschakelen naar het vorige programma en het huidige programma verbergen: Option + klikken op het symbool van het huidige programma.

  • Overschakelen naar een ander programma en alle andere programma's verbergen: Option + Command + klikken op het symbool van het programma dat je wilt activeren.

  • Een geopend programma stoppen: Control + klikken op het programmasymbool en 'Stop' kiezen.

  • Een programma geforceerd stoppen: Control + Option + klikken op het programmasymbool en 'Forceer stop' kiezen.

  • Het toetsenbord gebruiken om toegang te krijgen tot het Dock: Op Control + F3 (Control + Fn + F3 op een draagbare computer) drukken om naar het Dock te gaan. Vervolgens de toetsen Pijl-links en Pijl-rechts gebruiken om te schakelen tussen de symbolen in het Dock. Op de Return-toets drukken om een onderdeel te openen.

  • De prullenmand legen: Control + klikken op de prullenmand en 'Leeg prullenmand' kiezen.

Tip: Heb je een programmasymbool per ongeluk verwijderd uit het Dock? Geen probleem. Het programma staat nog gewoon op je Mac. Gebruik Launchpad of Spotlight om het programma te openen, klik met de Control-toets ingedrukt op het programmasymbool in het Dock en kies vervolgens 'Opties' > 'Permanent in Dock'.

Gebruik Launchpad om snel toegang te krijgen tot al je programma's, waaronder programma's die niet in het Dock staan.