
MDM-instellingen voor de VPN-proxy voor Apple apparaten
Je kunt een proxy voor een VPN-verbinding configureren voor iPhones, iPads en Macs die zijn ingeschreven bij een MDM-oplossing (Mobile Device Management). Deze instellingen kunnen worden gebruikt voor handmatige VPN-proxyconfiguratie en voor automatische proxyconfiguratie met PAC of WPAD.
Instelling | Beschrijving | Vereist |
|---|---|---|
Hostnaam | Het IP-adres of de volledige domeinnaam (FQDN) van de proxyserver. Gebruikt voor handmatige configuratie. | Ja |
Poort | Het poortnummer van de proxyserver. Gebruikt voor handmatige configuratie. | Ja |
Gebruikersnaam account | De gebruikersnaam voor de handmatige proxyverbinding. | Ja |
Wachtwoord account | Het wachtwoord voor de handmatige proxyverbinding. | Nee |
Automatische proxyconfiguratie op basis van PAC | Kies 'Automatisch' uit het venstermenu en voer de URL van een PAC-bestand in, bijvoorbeeld "http://www.example.com/bestandsnaam.pac". | Ja |
WPAD-configuratie (Web Proxy Autodiscovery) | Kies 'Automatisch' uit het venstermenu. Als je het veld 'URL proxyserver' leeg laat, vraagt het apparaat het wpad.dat-bestand aan via DHCP (met behulp van een 252-vermelding) of DNS (met behulp van een A-record met de naam WPAD). | Nee |
PAC-noodvoorziening | Hiermee stel je in of het apparaat verbinding met websites mag maken als de proxy niet bereikbaar is. | Nee |