
MDM-instellingen voor VPN-variabelen voor Apple apparaten
Je kunt variabelen gebruiken voor een VPN-verbinding met SCEP op Mac-computers die zijn ingeschreven bij een MDM-oplossing (Mobile Device Management). Je kunt de volgende variabelen gebruiken in de velden 'AuthName' en 'XAuthName' van de SCEP-instellingen (Simple Certificate Enrollment Protocol). Deze variabelen worden tijdens de installatie op het apparaat omgezet. Je kunt deze variabelen combineren met statische tekst, zoals 'Mac. %HardwareUUID%', om een samengestelde naam aan te maken.
Raadpleeg de documentatie van je MDM-leverancier voor informatie over welke variabelen worden ondersteund.
Variabele | Vervanging |
|---|---|
%AD_ComputerID% | De computer-ID voor Active Directory. |
%AD_Domain% | Het Active Directory-domein. |
%AD_DomainForestName% | De forest-naam voor Active Directory. |
%AD_DomainGuid% | De Active Directory-GUID. |
%AD_DomainNameDNS% | De DNS-naam voor Active Directory. |
%AD_KerberosID% | De Kerberos-ID voor Active Directory. |
%ComputerName% | De naam van de Mac-computer die is ingesteld via 'Systeemvoorkeuren' > 'Delen'. |
%HardwareUUID% | De unieke ID van de Mac-computer. |
%HostName% | De DNS-naam van de Mac-computer, zoals 'mac1.example.com'. |
%LocalHostName% | De naam van het lokale-netwerk van de Mac-computer, zoals 'Mac1.local'. |
%MACAddress% | Het Ethernet-MAC-adres (en0) van de Mac-computer. |
%SerialNumber% | Het serienummer van de Mac-computer. |