
MDM-instellingen voor L2TP voor Apple apparaten
Je kunt instellingen voor een L2TP-VPN-verbinding configureren voor Apple apparaten die zijn ingeschreven bij een MDM-oplossing (Mobile Device Management). Als je dit type VPN-server hebt, kies je L2TP (Layer 2 Tunneling Protocol), zodat je Apple apparaten deze methode kunnen gebruiken om verbinding te maken met de VPN-service.
Instelling | Beschrijving | Vereist |
|---|---|---|
Verbindingsnaam | De weergegeven naam van de VPN-verbinding. | Ja |
Hostnaam | Het IP-adres of de volledige domeinnaam (FQDN) van de VPN-server. | Ja |
Account | De gebruikersaccount voor de authenticatie van de VPN-verbinding. | Ja |
L2TP-authenticatie | De methode voor de authenticatie van de gebruiker. Mogelijke typen voor L2TP zijn:
| Ja |
Gedeeld geheim | Het gedeelde geheim van de VPN-verbinding. | Nee |
Verstuur alle verkeer via de VPN-verbinding | Hiermee stel je in of al het verkeer via de VPN-verbinding loopt. | Nee |
VPN op aanvraag | Hiermee stel je in of VPN op aanvraag wordt ingeschakeld. De actie geldt voor alle overeenkomende adressen. De adressen worden vergeleken op basis van een eenvoudige tekenreeksvergelijking die van achteren naar voren wordt uitgevoerd. Het adres '.example.com' komt overeen met 'support.example.com' en 'sales.example.com', maar niet met 'www.private-example.com'. Wanneer je het domein echter opgeeft als 'example.com' (dus zonder punt aan het begin), komt het wel overeen met 'www.private-example.com' en alle andere voorbeeldadressen. | Nee |
Domein of hostnaam moet overeenkomen | Domeinen en hostnamen die een VPN-verbinding tot stand kunnen brengen. Wanneer domeinen of hostnamen worden toegevoegd, kan VPN op aanvraag voor elk daarvan afzonderlijk worden geconfigureerd. De opties zijn:
| Nee |