macOS High Sierra

De standaardprinter of de printernaam en -locatie wijzigen

De standaardprinter is de printer die is geselecteerd als je het afdrukvenster opent.

Als in het afdrukvenster het bericht 'Geen printer geselecteerd' wordt weergegeven, moet je een nieuwe printer toevoegen. De eerste printer die je toevoegt, wordt als standaardprinter ingesteld. Je kunt echter op elk gewenst moment een andere standaardprinter instellen.

De standaardprinter wijzigen

  1. Kies Apple-menu > 'Systeemvoorkeuren' en klik op 'Printers en scanners'.

    Open het paneel 'Printers en scanners' in Systeemvoorkeuren

  2. Klik op het venstermenu 'Standaardprinter' en kies een optie.

    • Als je altijd dezelfde printer als standaardprinter wilt gebruiken, kies je die printer. Ook als je op een andere printer afdrukt, blijft de ingestelde standaardprinter ongewijzigd.

    • Als je wilt dat de laatste printer waarop je hebt afgedrukt, altijd de standaardprinter wordt, kies je 'Laatstgebruikte printer'. macOS onthoudt de printer die je het laatst op je huidige netwerklocatie hebt gebruikt. De laatst gebruikte printer kan dus variëren, afhankelijk van je locatie (bijvoorbeeld thuis of op het werk).

Tip: Om snel een standaardprinter te selecteren, klik je, terwijl je de Control-toets ingedrukt houdt, op een printer in de lijst 'Printers' in het paneel 'Printers en scanners' van Systeemvoorkeuren en kies je 'Stel standaardprinter in' uit het contextuele menu.

De naam en locatie van een printer wijzigen

Je kunt een andere naam en locatie voor je printer opgeven, zodat andere gebruikers de printer gemakkelijker kunnen vinden. Deze informatie wordt weergegeven in het paneel 'Printers en scanners' in Systeemvoorkeuren.

  1. Kies Apple-menu > 'Systeemvoorkeuren' en klik op 'Printers en scanners'.

    Open het paneel 'Printers en scanners' in Systeemvoorkeuren

  2. Selecteer de printer in de lijst links in het venster.

  3. Klik op 'Opties en toebehoren' en klik op 'Algemeen'.

  4. Typ de nieuwe naam en locatie in de velden 'Naam' en 'Locatie'.

    • Naam: Voer een beschrijvende naam in voor de printer (bijvoorbeeld "Kleurenlaserprinter").

    • Locatie: Voer de locatie van de printer in (bijvoorbeeld "buiten mijn kantoor").

Tip: Om snel de naam van een printer te wijzigen, klik je, terwijl je de Control-toets ingedrukt houdt, op een printer in de lijst 'Printers' in het paneel 'Printers en scanners' van Systeemvoorkeuren. Kies vervolgens 'Wijzig printernaam' uit het contextuele menu, typ een nieuwe naam en locatie en klik op 'OK'.