macOS High Sierra

Bestandsextensies tonen of verbergen

Achter sommige bestandsnamen wordt een bestandsextensie weergegeven, die bestaat uit een punt gevolgd door twee of drie letters (bijvoorbeeld '.jpg'). De bestandsextensie van een bestand geeft aan om wat voor type bestand het gaat en met welke programma's je het bestand kunt openen.

Bestandsextensies worden in macOS meestal verborgen, maar je kunt de extensies ook weergeven als je dat handiger vindt. Ook als extensies worden verborgen, kunnen de bestanden in macOS nog steeds met de juiste programma's worden geopend.

Voor één bestand

  1. Selecteer een bestand en kies 'Archief' > 'Toon info' of druk op Command + I.

  2. Klik op het driehoekje naast 'Naam en extensie' om het gedeelte te openen.

  3. Schakel 'Verberg extensie' in of uit om de extensie voor dit bestand altijd te verbergen of te tonen.

Voor alle bestanden

  1. Kies 'Finder' > 'Voorkeuren' en klik vervolgens op 'Geavanceerd'.

  2. Schakel 'Toon alle bestandsnaamextensies' in of uit.

Als je 'Toon alle bestandsnaamextensies' inschakelt, worden alle extensies getoond, ook voor bestanden waarvoor 'Verberg extensie' is ingeschakeld. Als je 'Toon alle bestandsnaamextensies' uitschakelt, wordt op basis van de afzonderlijke instellingen voor 'Verberg extensie' bepaald of bestandsextensies worden getoond of verborgen.

Als je de naam van een bestand of map wijzigt, moet je de bestandsextensie ongewijzigd laten om te voorkomen dat het bestand niet meer kan worden geopend met het programma waarmee het is aangemaakt. Selecteer 'Toon waarschuwing vóór wijzigen extensie' in het paneel 'Geavanceerd' in de Finder-voorkeuren als je een waarschuwing wilt zien voordat je een extensie wijzigt.

Als je de bestandsstructuur wilt wijzigen, gebruik je het programma waarmee je het bestand hebt aangemaakt. Met Teksteditor kun je bijvoorbeeld een document met een platte-tekststructuur (.txt) converteren naar een RTF-structuur (.rtf), en met Voorvertoning kun je veel typen grafische bestanden converteren.