Draadloze roaming voor bedrijven

Lees hier hoe iOS-apparaten roamen in wifi-omgevingen van bedrijven.

 Dit artikel is bedoeld voor systeembeheerders bij onderwijsinstellingen, bedrijven of andere organisaties.

Deze informatie is van toepassing op de volgende apparaten met iOS 8 of hoger:

  • iPhone 5s en nieuwer
  • iPad Pro en nieuwer
  • iPad Air en nieuwer
  • iPad mini 2 en nieuwer
  • iPad (5e generatie)
  • iPod touch (6e generatie)

Activeringsdrempel

Dit is het minimale signaalniveau dat een client nodig heeft om een verbinding in stand te houden. 

iOS-clients monitoren en handhaven de verbinding met de BSSID (Basic Service Set Identifier) totdat de RSSI (Received Signal Strength Indicator) daalt tot beneden de -70 dBm. Dan gaat iOS op zoek naar in aanmerking komende roaming BSSID's voor de nieuwe ESSID (Extended Service Set Identifier).

Houd hier rekening mee wanneer u draadloze cellen ontwerpt en de signaaloverlap van de cellen berekent. Stel dat u bijvoorbeeld 5 GHz-cellen ontwerpt met een overlap van -67 dBm. In dat geval houdt de iOS-client de verbinding met de BSSID langer in stand dan u zou verwachten. Dat komt doordat iOS een drempelwaarde van -70 dBm hanteert. Als de RSSI van de BSSID hoger is dan -65 dBm, geeft de iOS-client de voorkeur aan een 5 GHz-netwerk.

U moet de celoverlap meten met een apparaat van het type dat ook daadwerkelijk gebruikt gaat worden. De antennes van een notebook zijn veel groter en krachtiger dan die van een smartphone of tablet. Dus als u een notebook gebruikt om de overlap te meten, zult u zien dat iOS-apparaten andere celgrenzen hebben dan u verwacht.

Roam scan

Hierbij controleren stations op de aanwezigheid van toegangspunten die de huidige ESSID ondersteunen. De stations kijken naar alle beschikbare kanalen in de 2,4 GHz-band of de 5 GHz-band.

De roam-scan verloopt sneller als u op uw besturingsvlak 802.11k inschakelt. Dat helpt omdat iOS de eerste zes vermeldingen in het omgevingsrapport gebruikt en deze evalueert om de scanprioriteit te bepalen. Als 802.11k niet is ingeschakeld, moet iOS een grondigere scan uitvoeren. Daardoor kan het zoekproces enkele seconden langer duren.

Bijvoorbeeld: een gebruiker loopt tijdens een gesprek naar de andere kant van het gebouw. Wanneer het signaal op het apparaat onder de -70 dBm komt, gaat het apparaat op zoek naar roamingdoelen. Als het daarbij gebruikmaakt van het omgevingsrapport dat door 802.11k wordt aangeleverd, vindt het op drie kanalen toegangspunten die de huidige ESSID ondersteunen. Het scant onmiddellijk die kanalen, controleert of het toegangspunt voor een kanaal de juiste signaalsterkte heeft en schakelt dan over. Als 802.11k niet is ingeschakeld, moet de client elk kanaal op elke band scannen om een roamingdoel te vinden. Het proces kan daardoor seconden langer duren.

Selectiecriteria voor roamingkandidaten

Aan de hand van deze informatie kunt u een draadloos netwerk ontwerpen dat realtime voorzieningen ondersteunt, zoals spraak en video. 

Bij de selectie van doel-BSSID's kijkt iOS 8 en hoger naar het volgende:

  • Of de client een reeks 802.11-gegevenspakketten verstuurt of ontvangt
  • Het verschil in signaalsterkte in vergelijking met de RSSI van de huidige BSSID

Wanneer de client gegevens verstuurt of ontvangt, selecteert deze doel-BSSID's waarvan de RSSI meer dan 8 dBm sterker is dan die van de huidige BSSID. Wanneer de client geen gegevens verstuurt of ontvangt, wordt een verschil van 12 dBm gehanteerd.

Bijvoorbeeld: de RSSI van de bestaande verbinding daalt naar -75 dBm tijdens een gesprek via het draadloze netwerk (VoWLAN, Voice over WLAN). Als dit gebeurt, gaat iOS 8 en hoger op zoek naar BSSID's met een RSSI van ten minste -67 dBm.

Als het gesprek afgelopen is en de client geen gegevens meer verstuurt of ontvangt, gaat iOS 8 en hoger op zoek naar BSSID's met een RSSI van ten minste -63 dBm. 802.11-beheer- en besturingsframes tellen niet mee als gegevens. 

Roamingprestaties

Dit is de tijd die een client nodig heeft om zich aan te melden bij een nieuwe BSSID. Om zich te kunnen aanmelden, moet de client eerst een geschikte roamingkandidaat vinden en vervolgens het roamingproces snel afwikkelen. Als dit niet snel genoeg gebeurt, kan de gebruiker te maken krijgen met een serviceonderbreking. 

De feitelijke roaming vindt plaats wanneer de client zich aanmeldt bij de nieuwe BSSID en zich afmeldt bij de huidige BSSID. De tijd die hiervoor nodig is, wordt bepaald door het soort beveiliging en identiteitscontrole dat u toepast.

Als u identiteitscontrole op basis van 802.1X gebruikt, moet de client klaar zijn met de uitwisseling van de EAP-sleutel voordat deze zich afmeldt bij de BSSID. Dit kan een aantal seconden duren, afhankelijk van de infrastructuur voor identiteitscontrole in de desbetreffende omgeving. Als dit gebeurt, krijgt de gebruiker te maken met een serviceonderbreking.

Als u identiteitscontrole op basis van 802.11r gebruikt, kan de client zich vooraf aanmelden bij mogelijke toegangspunten. De identiteitscontrole duurt dan nog maar enkele milliseconden en de kans dat de gebruiker te maken krijgt met een serviceonderbreking is dan ook erg klein.

De Wi-Fi scanner in AirPort-configuratieprogramma

Het AirPort-configuratieprogramma van Apple bevat een wifi-scanfunctie waarmee de netwerksituatie wordt opgetekend zoals die er vanuit de client gezien uitziet. Hiermee kunnen beheerders controleren hoe de client het netwerk ziet op een specifieke locatie.

U krijgt de nauwkeurigste resultaten als u de wifi-scan uitvoert op een daarvoor gereserveerd apparaat van hetzelfde model als de iOS-client.

Ga op het iOS-apparaat naar 'Instellingen' > 'AirPort' om 'Wi-Fi-scanner' in te schakelen.

Open vervolgens AirPort-configuratie en tik op 'Wi-Fi-scan'.

Standaard wordt de wifi-scan doorlopend uitgevoerd. U kunt door middel van de schuifknop een scanduur opgeven tot maximaal 60 seconden.

Tik op 'Scan' om de scan te starten. AirPort-configuratieprogramma geeft een lijst van alle gevonden SSID's. Hierbij zijn ook verborgen netwerken, die worden aangeduid met 'Netwerknaam niet beschikbaar'.

AirPort-configuratieprogramma scant elke vier seconden alle beschikbare banden. Bedrijfsnetwerken met meerdere toegangspunten worden per BSSID gegroepeerd. De scanner geeft informatie over:

  • SSID
  • BSSID
  • Laatste RSSI
  • Kanaal
  • Laatste keer gevonden

Tik op een SSID om een tracelogbestand met de scanresultaten voor die SSID en BSSID te bekijken:

In het tracelogboek vindt u de datum en de tijd van de scan, het kanaal en de RSSI.

Als de scan klaar is, kunt u het resultaat delen. Tik op het deelsymbool  en kies vervolgens een van deze opties:

  • AirDrop
  • Bericht
  • Mail
  • Kopieer

AirPort-configuratieprogramma verstuurt de resultaten als een lijst met door komma's gescheiden waarden:

SSID, BSS, RSSI, kanaal, tijd

"ACES", "18:64:72:D3:E9:40", "-57", "11", "12:02:03 PM"

"Cuba", "F8:1E:DF:F9:56:BC", "-53", "149", "12:02:03 PM"

"ACES", "18:64:72:D3:E9:50", "-63", "149", "12:02:03 PM"

"Cuba", "F8:1E:DF:F9:56:BB", "-69", "11", "12:02:03 PM"

"ACES", "18:64:72:D3:E9:40", "-67", "11", "12:02:07 PM"

De eerste regel is een kolomkopregel met de velden SSID, BSS, RSSI, kanaal en datum. Als u de resultaten wilt analyseren, importeert u de lijst in een spreadsheet of een andere tool.

Publicatiedatum: