3D-bestanden bekijken in Voorvertoning op de Mac
Je kunt in Voorvertoning 3D-bestanden bekijken en wijzigen hoe ze worden weergegeven in de viewport. Dit is het weergavegebied waarin je door 3D-bestanden kunt navigeren en waarin je ze kunt bekijken en ermee kunt werken. Een 3D-bestand kan een scène of een object bevatten. Wanneer je een scène bekijkt, is het alsof je er midden in staat en om je heen kunt kijken. Wanneer je een object bekijkt, kun je dit in elke gewenste richting roteren.
Opmerking: Sommige functies voor het weergeven en bewerken van 3D-bestanden zijn niet beschikbaar voor SceneKit-bestanden (.scn) en Collada-bestanden (.dae).
Een 3D-bestand openen
Ga op de Mac naar de app Voorvertoning
.
Kies 'Archief' > 'Open'.
Blader naar de map met het bestand en klik dubbel op het bestand.
Opmerking: USD-bestanden kunnen zelfstandig zijn, maar verwijzen vaak naar andere bestanden die nodig zijn om de scène of het onderdeel weer te geven. Verplaats een USD-bestand niet naar een andere map, anders kun je de scène mogelijk niet bekijken. Een map kan ook meer dan één USD-bestand bevatten.
Een 3D-scène bekijken
Je kunt door een scène navigeren door rond te draaien, te pannen en te zoomen.
Ga op de Mac naar de app Voorvertoning
.
Open een 3D-bestand en voer een of meer van de volgende stappen uit:
Ronddraaien: Sleep ergens in de viewport om door de scène te bewegen.
Pannen: Sleep met twee vingers op een trackpad of sleep met de middelste muisknop.
Zoomen: Knijp met twee vingers op een trackpad, scrol met een muis of sleep met de rechtermuisknop.
Zoomen tot selectie: Kies 'Weergave' > 'Zoom tot selectie' of druk op Shift + Command + 8. Als er niets is geselecteerd, wordt in plaats daarvan de hele scène passend gemaakt voor de viewport.
Om de richting of de grootte van de scène permanent te wijzigen in plaats van de scène vanuit een ander standpunt te bekijken, raadpleeg je 'Het model aanpassen' in Een 3D-bestand bewerken in Voorvertoning op de Mac.
Door objecten in de scène bladeren
3D-scènes bestaan uit prims, die objecten zoals vormen, lichtbronnen, camera's en materialen aangeven en in een hiërarchie zijn gerangschikt. Je kunt door de prims in je 3D-scène bladeren in het paneel 'Objecthiërarchie'.
Ga op de Mac naar de app Voorvertoning
.
Open een 3D-bestand en kies 'Weergave' > 'Objecthiërarchie'.
Voer een of meer van de volgende stappen uit:
Een groep of prim selecteren: Klik op de naam ervan of druk op de toets Pijl-omhoog of Pijl-omlaag.
Een groep uit- of samenvouwen: Klik op
of
, of druk op de toets Pijl-rechts of Pijl-links.
Een groep of prim tonen of verbergen: Klik op
naast de naam.
Een prim als de root van de bestandsverwijzing markeren: Klik met de Control-toets ingedrukt op de prim en kies 'Root van bestandsverwijzing'. Er verschijnt een ster naast de naam. De root van de bestandsverwijzing is de prim die standaard door andere bestanden wordt gebruikt wanneer ze naar dit bestand verwijzen. Ook worden hier nieuwe prims toegevoegd wanneer er niets is geselecteerd.
Door een camera kijken
Je kunt de scène bekijken vanuit het standpunt van elke camera die in het 3D-bestand is gedefinieerd, of vanuit 'Perspectief', de standaardweergave die altijd als eerste in het paneel 'Camera's' wordt weergegeven.
Ga op de Mac naar de app Voorvertoning
.
Open een 3D-bestand en kies 'Weergave' > 'Camera's'.
Klik in het paneel 'Camera's' op de miniatuur van een camera om de scène vanuit het perspectief van die camera te bekijken.
Miniaturen zijn livevoorvertoningen die laten zien waar elke camera op is gericht. De camera waar je op dat moment doorheen kijkt, is gemarkeerd. Klik op 'Perspectief' om terug te keren naar de standaardweergave.
Om de geselecteerde camera te vergrendelen of te ontgrendelen, klik je op
.
Vergrendeling voorkomt dat je kunt ronddraaien, pannen of zoomen terwijl je door die camera kijkt, maar je kunt een prim nog wel verplaatsen met de transformatiehandgrepen of de kenmerken van een camera wijzigen in 'Objectkenmerken'. De vergrendelingsstatus wordt niet samen met het bestand bewaard en je kunt een camera met bewegende animaties niet ontgrendelen. Vergrendeling van de camera is niet beschikbaar voor 'Perspectief'. Bij deze instelling kun je altijd vrij navigeren.
Een renderstijl kiezen
Ga op de Mac naar de app Voorvertoning
.
Open een 3D-bestand en kies 'Weergave' > '3D-rendering'.
Voer een of meer van de volgende stappen uit:
Tonen hoe content op Apple platforms wordt weergegeven: Kies 'RealityKit' (is standaard geselecteerd).
Een algemene renderer gebruiken voor brede USD-compatibiliteit: Kies 'OpenUSD Storm'.
Hoogwaardige, fysieke rendering gebruiken: Kies 'Raytracer'.
De scène renderen met realistische belichting en materialen, zodat het resultaat op een foto lijkt: Kies 'Fotorealistisch renderen'. Je kunt ook op
klikken en vervolgens op
. Wanneer 'Fotorealistisch renderen' is ingeschakeld, zijn de regelaars 'Renderer' en 'Omgeving' niet beschikbaar. Als de scène geen lichtbronnen bevat, wordt een dialoogvenster weergegeven. Klik op 'Schakel toch in' om door te gaan of klik op 'Annuleer'. Zie Een prim toevoegen als je een lichtbron wilt toevoegen.
Een verlichtingsomgeving kiezen: Kies onder 'Omgeving' een van de volgende opties: 'Studio', 'Overcast', 'Zonnig', 'Schemer', 'Nacht', 'Nachtelijke stad' of 'Binnenkant kantoor'. Je kunt ook op
klikken, op
klikken en vervolgens een optie kiezen. Wanneer 'Fotorealistisch renderen' is ingeschakeld, zijn de regelaars 'Omgeving' niet beschikbaar.
Om de standaardrenderer te wijzigen, kies je 'Voorvertoning' > 'Instellingen', klik je op '3D' en kies je een nieuwe renderer uit het pop‑upmenu 'Standaardrenderer'.
De vormgeving van de viewport aanpassen
Je kunt de schaduwafstand, belichting en gamma aanpassen om de weergave van de scène in de viewport te wijzigen.
Ga op de Mac naar de app Voorvertoning
.
Open een 3D-bestand en klik op
.
Klik in de knoppenbalk op
.
Voer een of meer van de volgende stappen uit:
De lengte van schaduwen in de scène instellen: Zorg dat 'Raytracer' is geselecteerd als de renderstijl en dat 'Fotorealistische rendering' is uitgeschakeld. Versleep vervolgens de schuifknop 'Schaduwafstand' of voer een waarde in.
De scène helderder of donkerder maken: Versleep de schuifknop voor belichting of voer een waarde in.
Het tintbereik van de scène aanpassen: Versleep de schuifknop voor gamma of voer een waarde in.
De standaardinstellingen voor schaduwafstand, belichting en gamma herstellen: Klik op 'Stel alles opnieuw in'.
Animaties afspelen
Als een 3D-bestand een animatie bevat, kun je deze afspelen met de afspeelregelaars. Animaties worden standaard steeds opnieuw herhaald.
Ga op de Mac naar de app Voorvertoning
.
Open een 3D-bestand en plaats de aanwijzer onderaan de weergave om de afspeelregelaars weer te geven of druk op de spatiebalk.
Voer een of meer van de volgende stappen uit:
Afspelen of pauzeren: Klik op
of
in de afspeelregelaars, of druk op de spatiebalk.
Een animatie één keer afspelen en niet herhalen: Klik met de Option-toets ingedrukt op
.
Vijf eenheden achteruit of vooruit gaan: Klik op
of
.
Van maateenheid veranderen: Klik op de huidige maateenheid om tussen frames (de standaardinstelling) en minuten:seconden te schakelen.
Naar een specifiek frame gaan: Versleep de scrubber in de afspeelbalk.
Opmerking: Tijdens het afspelen kun je geen objecten selecteren of verplaatsen, geen annotaties toevoegen of bewerken en geen tools in de knoppenbalk gebruiken. Je kunt echter nog wel kenmerken wijzigen, een prim toevoegen of verwijderen en bewerkingen ongedaan maken.
Bestandinformatie bekijken
Je kunt in de navigatiekolom informatie over een 3D-bestand bekijken, zoals de bestandsnaam, de bestandsgrootte, de aanmaakdatum, de bewerkingsdatum, objecten, materialen en lichtbronnen.
Ga op de Mac naar de app Voorvertoning
.
Open een 3D-bestand en klik op
in de knoppenbalk.
Je kunt ook een Apple Vision Pro gebruiken om USD-bestanden, afbeeldingen en pdf's te bekijken die op je Mac zijn bewaard. Zie Content van je Mac op een Apple Vision Pro bekijken.