De Wi-Fi-verbinding op een Mac beheren

Met het Wi-Fi-menu van de Mac kunt u de status van de draadloze netwerkverbinding zien, tussen netwerken schakelen of Wi-Fi in- of uitschakelen.

Verbinding maken met Wi-Fi

Met het Wi-Fi-menu kunt u snel verbinding maken met een draadloos netwerk in de buurt.

  1. Klik op het Wi-Fi-symbool (   of   ) in de menubalk. 
  2. Kies ‘Schakel Wi-Fi in’ als Wi-Fi is uitgeschakeld.
  3. Selecteer in de lijst een Wi-Fi-netwerk in de buurt.

Als u het gewenste netwerk niet in de lijst ziet, controleert u of het zich in de buurt bevindt en of andere gebruikers ermee verbinding kunnen maken. Het kan ook een ‘verborgen’ netwerk zijn. Als u verbinding wilt maken met een verborgen netwerk, kiest u ‘Verbind met ander netwerk’ en voert u de naam in van het netwerk dat u wilt gebruiken.

Naast de naam van elk netwerk in de buurt verschijnt de sterkte van dat netwerk. Hoe meer donkere staafjes, hoe sterker de netwerkverbinding.

Het wachtwoord invoeren

Voor netwerken met een hangslotsymbool naast de naam is een wachtwoord vereist. Nadat u het netwerk hebt geselecteerd, voert u het wachtwoord van het netwerk in wanneer u hierom wordt gevraagd. Als u het wachtwoord van het netwerk niet weet, neemt u contact op met de eigenaar van het Wi-Fi-netwerk waarmee u verbinding probeert te maken.

Een mobiel apparaat als Wi-Fi-verbinding gebruiken

Afhankelijk van uw mobieledata-abonnement kan een iPhone of iPad met mobiele data de internetverbinding met een Mac delen. Als een iOS-apparaat naar behoren is geconfigureerd en zich dicht bij de Mac bevindt, verschijnt het in het Wi-Fi-menu en kunt u het gebruiken om verbinding te maken.

Wanneer u een mobiel apparaat selecteert om verbinding met het internet te maken, wijzigt het menusymbool om aan te geven dat de Mac momenteel met het apparaat is gekoppeld (   ).

Wi-Fi in- of uitschakelen

Als in uw omgeving Wi-Fi niet is toegelaten (zoals in sommige vluchten), kunt u Wi-Fi snel uitschakelen via dit menu.

  1. Klik op het Wi-Fi-symbool in de menubalk. 
  2. Kies ‘Schakel Wi-Fi uit’.

Wanneer Wi-Fi is uitgeschakeld, wijzigt het menusymbool in een lege indicator (   ). Wanneer u Wi-Fi opnieuw wilt gebruiken, klikt u op het menusymbool en kiest u ‘Schakel Wi-Fi in’. Maak vervolgens verbinding met het gewenste netwerk als de Mac dit niet automatisch doet.

Als u het Wi-Fi-menu niet ziet

U kunt het Wi-Fi-menu in- of uitschakelen in het paneel Netwerk van Systeemvoorkeuren.

  1. Kies in het menu Apple de optie Systeemvoorkeuren.
  2. Klik in het venster Systeemvoorkeuren op Netwerk.
  3. Selecteer Wi-Fi in de lijst met beschikbare netwerkverbindingen.
  4. Selecteer de optie ‘Toon Wi-Fi-status in menubalk’.

Een netwerk aanmaken

Als u een tijdelijke Wi-Fi-verbinding tussen een Mac en een ander apparaat wilt maken, kunt u in het Wi-Fi-menu een eigen netwerk aanmaken.

  1. Klik op het Wi-Fi-menu en kies Maak netwerk aan.
  2. Voer de gegevens van het netwerk, zoals een netwerknaam en kanaal, in.

Wanneer u een computer-naar-computer-netwerk aanmaakt, wijzigt het menusymbool in een computer ( ). Wanneer u klaar bent, klikt u nogmaals op het Wi-Fi-menu en kiest u Verbreek verbinding om het aangemaakte netwerk te sluiten.

Publicatiedatum: