Een 3D-bestand bewerken in Voorvertoning op de Mac
In Voorvertoning op de Mac kun je prims in een 3D-scène verplaatsen, roteren en vergroten of verkleinen, de kenmerken ervan bewerken en annotaties toevoegen.
Opmerking: In Voorvertoning kunnen USD-, USDA-, USDC- en USDZ-bestanden met één laag direct worden bewerkt. Bij andere structuren, waaronder USD-bestanden die uit meerdere lagen bestaan, worden wijzigingen de eerste keer dat je het bestand bewerkt in een kopie bewaart, waardoor het origineel ongewijzigd blijft.
Een prim verplaatsen, roteren, vergroten of verkleinen
Ga op de Mac naar de app Voorvertoning
.
Klik op een prim in de viewport (of kies 'Weergave' > 'Objecthiërarchie' en selecteer een prim). Om een specifiek onderdeel van een gegroepeerd object in de viewport te selecteren in plaats van de hele groep, klik je met de Option-toets ingedrukt op dat onderdeel.
Voer een van de volgende stappen uit om de tools voor verplaatsen, roteren of vergroten en verkleinen te selecteren:
Klik op
en kies een optie.
Kies 'Extra's' > '3D-manipulator' en kies een optie.
Druk op Option + W, Option + E of Option + R.
Om het draaipunt te wijzigen of opnieuw in te stellen, kies je 'Extra's' > '3D-manipulator' > 'Pas draaipunt aan' en kies je een optie.
Versleep de gekleurde transformatiehandgrepen in de viewport.
De handgreep van de x‑as is rood, de handgreep van de y‑as is groen, de handgreep van de z‑as is blauw en de handgreep van de schermruimte is grijs.
Tip: Om een prim te dupliceren, versleep je een van de transformatiehandgrepen met de Option-toets ingedrukt. Om een object vast te maken aan het oppervlak van een ander object terwijl je het verplaatst, houd je de Shift-toets ingedrukt terwijl je de grijze handgreep van de schermruimte verplaatst.
Kenmerken van een prim wijzigen
In het paneel 'Objectkenmerken' kun je de kenmerken van een geselecteerde prim bekijken en wijzigen, inclusief de transformatiewaarden, de zichtbaarheid, het materiaal en de vormgeving. Niet alle kenmerken, zoals materiaal- en weergavekenmerken, zijn geschikt voor elke renderstijl.
Ga op de Mac naar de app Voorvertoning
.
Open een 3D-bestand, kies 'Weergave' > 'Objecthiërarchie' en selecteer vervolgens de prim waarvan je de kenmerken wilt wijzigen. Je kunt ook op een prim in de viewport klikken om deze te selecteren.
Opmerking: Om meerdere prims tegelijk te bewerken, klik je met de Command-toets ingedrukt op de gewenste prims in het paneel 'Objecthiërarchie' (of klik je met de Shift-toets ingedrukt om een bereik te selecteren).
Kies 'Extra's' > 'Toon objectkenmerken'.
Voer een of meer van de volgende stappen uit:
Een transformatiewaarde wijzigen: Selecteer een veld in de rij 'Vertaal', 'Roteer' of 'Schalen' en voer vervolgens een waarde in voor 'X', 'Y' of 'Z'. Gebruik de maateenheid van de scène in 'Vertaal' en 'Schalen' en graden in 'Roteer'. Je kunt ook op een veld klikken terwijl je omhoog of omlaag sleept om de waarde te verhogen of te verlagen. Wanneer je een veld selecteert, wordt automatisch de bijbehorende transformatietool geselecteerd.
'Handhaaf verhoudingen' in- of uitschakelen: Klik op
(wordt altijd weergegeven en is ingevuld na inschakeling). Hiermee blijft de verhouding tussen de waarden X, Y en Z gehandhaafd en worden de waarden niet gelijkgetrokken.
De prim tonen of verbergen: Schakel 'Zichtbaar' in of uit. (Mogelijk moet je op
naast 'Vorm' klikken om deze optie te zien.)
Het materiaal wijzigen: Klik op het pop‑upmenu 'Materiaal' en kies een materiaal.
De kleur aanpassen: Klik op de huidige kleur of het kleurenwiel en kies een kleur. Deze optie is alleen beschikbaar wanneer 'Materiaal' op 'Geen' is ingesteld.
De kleuren van een materiaal wijzigen: Als een materiaalprim is geselecteerd (klik in de viewport op de prim met de Option- en Shift-toets ingedrukt of klik op de prim met een
in het paneel 'Objecthiërarchie'), klik je onder 'Kenmerken' op de huidige kleur of het kleurenwiel naast 'Diffuus', 'Uitstralend' of 'Spiegelend' en kies je een kleur. Als een kleurveld niet beschikbaar is, is er een textuur op toegepast. Klik erop met de Control-toets ingedrukt en kies 'Stel waarde opnieuw in' om de textuur te verwijderen en de kleur te wijzigen.
De ondoorzichtigheid aanpassen: Sleep de schuifknop voor ondoorzichtigheid naar links of rechts of voer een percentage in. De rendering van ondoorzichtigheid verschilt per renderstijl. Raytracer levert de beste resultaten.
De scherptediepte of het diafragma van een camera wijzigen: Als een cameraprim is geselecteerd, selecteer je het veld in de rij 'Scherptediepte' of 'Verticale diafragma' en voer je een waarde in. De scherptediepte wordt in millimeters weergegeven.
De resolutie van een camera wijzigen: Als een cameraprim is geselecteerd, selecteer je in de rij 'Resolutie' een veld en voer je een waarde in pixels voor breedte en hoogte in.
De pupilafstand of convergentieafstand van een camera wijzigen: Als een cameraprim is geselecteerd, selecteer je in de rij 'Pupilafstand' of 'Convergentieafstand' het veld en voer je een waarde in de maateenheid van de scène in.
De grootte van een lichtbron wijzigen: Als een lichtprim is geselecteerd, selecteer je in de rij 'Grootte' het veld 'Breedte' of 'Hoogte' en voer je een waarde in de maateenheid van de scène in. Standaard wordt bij het wijzigen van de ene waarde de andere waarde automatisch bijgewerkt om de verhouding te handhaven. Klik op
om elke waarde onafhankelijk aan te passen.
Een lichtkegel wijzigen: Als een lichtprim is geselecteerd, voer je in het veld 'Kegelhoek' een waarde in graden in of versleep je de schuifknop 'Kegelzachtheid'.
De kleur van een lichtbron aanpassen: Als een lichtprim is geselecteerd, klik je op de huidige kleur of het kleurenwiel naast 'Kleur' en kies je een kleur. Als er in plaats daarvan een optie voor kleurtemperatuur wordt weergegeven, selecteer je het veld en voer je een waarde in kelvin in. Afhankelijk van hoe het bestand is aangemaakt, wordt één van de twee instellingen weergegeven. Je kunt niet van instelling veranderen.
De textuur van een lichtbron wijzigen: Als een lichtprim is geselecteerd, klik je op het veld 'Textuur' en kies je een afbeeldingsbestand.
De intensiteit van een lichtbron aanpassen: Als een lichtprim is geselecteerd, selecteer je het veld 'Intensiteit' en voer je een waarde in.
Een andere variant kiezen: Als de geselecteerde prim variantensets heeft, kies je onder 'Varianten' een optie uit een pop‑upmenu, zoals 'Materiaal' of 'Animatie'.
Een prim toevoegen
Je kunt vormen, camera's en lichtbronnen toevoegen aan een 3D-scène.
Ga op de Mac naar de app Voorvertoning
.
Open een 3D-bestand en kies 'Extra's' > 'Voeg toe aan scène'.
Een primtype kiezen:
Waar de nieuwe prim terechtkomt, hangt af van de selectie: Als je een transformatie of bereik selecteert, wordt de nieuwe prim als onderliggend onderdeel toegevoegd. Als je geometrie selecteert, wordt de nieuwe prim als gelijkwaardig onderdeel toegevoegd, in de dichtstbijzijnde transformatie of het dichtstbijzijnde bereik boven de selectie. Als er niets is geselecteerd, wordt de nieuwe prim toegevoegd aan de root van de scène. Omdat je in de viewport niet op transformaties en bereiken kunt klikken omdat ze daar niet zichtbaar zijn, moet je een transformatie of bereik in het paneel 'Objecthiërarchie' selecteren om te bepalen waar de nieuwe prim terechtkomt.
Het contextmenu voor prims gebruiken
Klik met de Control-toets ingedrukt op een prim in het paneel 'Objecthiërarchie' om de naam ervan te wijzigen of de prim te dupliceren, te verwijderen of een van de andere taken te kiezen.
Ga op de Mac naar de app Voorvertoning
.
Open een 3D-bestand en kies 'Weergave' > 'Objecthiërarchie'.
Selecteer in het paneel 'Objecthiërarchie' de prim die je wilt wijzigen.
Voer een of meer van de volgende stappen uit:
De naam wijzigen: Druk op de Return-toets en typ een nieuwe naam. Je kunt ook op de naam dubbel klikken, zoals in de Finder.
Dupliceren: Klik met de Control-toets ingedrukt op de prim en kies 'Dupliceer'.
Verwijderen: Druk op de Delete-toets of klik met de Control-toets ingedrukt op de prim en kies vervolgens 'Verwijder'.
Groeperen met andere geselecteerde prims: Klik met de Control-toets ingedrukt op de geselecteerde prims en kies 'Nieuwe groep met selectie'.
Een groep prims als één geheel laten functioneren wanneer er op geklikt wordt in de viewport: Klik met de Control-toets ingedrukt op de geselecteerde prims en kies 'Selecteer als groep'.
Knippen: Druk op Command + X of klik met de Control-toets ingedrukt op de prim en kies 'Knip'.
Kopiëren: Druk op Command + C of klik met de Control-toets ingedrukt op de prim en kies 'Kopieer'.
Plakken: Druk op Command + V of klik met de Control-toets ingedrukt op de prim en kies 'Plak'. De geplakte prim verschijnt op de plek van de aanwijzer.
Opmerking: Je kunt knippen, kopiëren en plakken tussen afzonderlijke vensters in Voorvertoning. Dit is een handige manier om een prim van de ene scène naar de andere te verplaatsen.
Deactiveren: Klik met de Control-toets ingedrukt op de prim en kies 'Deactiveer'.
Opmerking: Als je een prim verbergt ('Zichtbaar' in 'Objecteigenschappen') blijft deze deel uitmaken van de scène, maar wordt niet meer getekend. Wanneer je een prim deactiveert, wordt deze samen met de bijbehorende content volledig uit de scène verwijderd. De prim wordt echter niet uit het bestand verwijderd, zodat je deze later weer kunt activeren. Omdat gedeactiveerde prims uit de scène worden verwijderd, wordt de verbinding met alle onderdelen die naar de prim verwijzen, zoals een gekoppeld materiaal, verbroken.
Tip: Door een grote groep te deactiveren, kun je een groot bestand gemakkelijker maken om mee te werken, omdat de inhoud van een uitgeschakelde groep niet in Voorvertoning wordt geladen.
Markeren als bewerkbaar op een Apple Vision Pro: Klik met de Control-toets ingedrukt op de prim en kies 'Bewerkbaar op Apple Vision Pro'. Hiermee geef je aan dat de prim geschikt is voor interactief gebruik op de Apple Vision Pro. In Voorvertoning zelf verandert er niets.
Markeren als de root van de bestandsverwijzing: Klik met de Control-toets ingedrukt op de prim en kies 'Root van bestandsverwijzing'. Er verschijnt een ster naast de naam. Deze prim wordt standaard door andere bestanden gebruikt wanneer ze naar dit bestand verwijzen. Ook worden hier nieuwe prims toegevoegd wanneer er niets is geselecteerd.
De hiërarchie van de scène opnieuw rangschikken
Je kunt het bovenliggende onderdeel van een prim wijzigen of prims opnieuw rangschikken door ze in het paneel 'Objecthiërarchie' te verslepen.
Ga op de Mac naar de app Voorvertoning
.
Open een 3D-bestand en kies 'Weergave' > 'Objecthiërarchie'.
Voer een of meer van de volgende stappen uit:
Het bovenliggende onderdeel van een prim wijzigen: Sleep de prim naar de transformatie of het bereik waarmee je een nieuw bovenliggend onderdeel wilt aanmaken.
Een prim opnieuw rangschikken: Sleep de prim naar een nieuwe positie binnen hetzelfde bovenliggende onderdeel.
Opmerking: Materialen kunnen ook worden genest onder geometrie, maar een shader kan alleen worden genest onder een materiaal.
Het model aanpassen
Je kunt niet alleen het standpunt wijzigen van waaruit je een scène bekijkt, maar ook de hele scène vergroten of verkleinen, roteren en van richting veranderen. Als je rond de viewport draait om de scène vanuit een andere hoek te bekijken, wordt het bestand niet gewijzigd. Maar als je het model aanpast, gebeurt dit wel.
Ga op de Mac naar de app Voorvertoning
.
Open een 3D-bestand en voer een van de volgende stappen uit:
90 graden roteren: Klik op
om naar links te roteren of houd de Option-toets ingedrukt en klik op de knop om naar rechts te roteren.
Roteren met een bepaald aantal graden: Kies 'Extra's' > 'Pas grootte aan', voer onder 'Richting content' een waarde in het veld 'Roteer X', 'Roteer Y' of 'Roteer Z' in en klik op 'OK'.
De richting van het model wijzigen: Kies 'Extra's' > 'Pas grootte aan', kies 'Y omhoog' of 'Z omhoog' uit het pop‑upmenu 'Richting' onder 'Scène-instellingen' en klik op 'OK'. Je kunt ook een maateenheid kiezen uit het pop‑upmenu 'Eenheden' onder 'Scène-instellingen'.
De grootte van het model aanpassen: Kies 'Extra's' > 'Pas grootte aan', voer onder 'Grootte content' een waarde in het veld 'Hoogte', 'Breedte', 'Diepte' of 'Vergroot/verklein' in en klik op 'OK'. Je kunt ook een maateenheid kiezen uit het pop‑upmenu onder 'Grootte content'.
Opmerking: De optie 'Behoud grootte en richting content' is standaard geselecteerd. Dus als je een waarde in het veld 'Hoogte', 'Breedte', 'Diepte' of 'Vergroot/verklein' wijzigt, worden de waarden in de andere velden bijgewerkt zodat de verhoudingen hetzelfde blijven. Schakel deze optie uit als je elk veld onafhankelijk wilt aanpassen.
Een 3D-bestand annoteren
Je kunt tekstannotaties toevoegen aan een 3D-scène.
Ga op de Mac naar de app Voorvertoning
.
Open een 3D-bestand, klik op
en klik vervolgens op
.
Er wordt een annotatiesymbool weergegeven in de viewport.
Klik op het annotatiesymbool en typ een notitie.
Klik ergens buiten de annotatie om deze te bewaren. Je kunt de annotatie ook naar een andere locatie slepen.
Voer een of meer van de volgende stappen uit:
De kleur van de annotatie wijzigen: Klik met de Control-toets ingedrukt op de annotatie en kies een kleur.
Verwijderen: Klik met de Control-toets ingedrukt op de annotatie en kies 'Verwijder'.
Vastmaken aan het oppervlak van een object: Sleep de annotatie naar het object.
Tip: Om de naam van de auteur te wijzigen die bij nieuwe annotaties wordt weergegeven, kies je 'Voorvertoning' > 'Instellingen', klik je op 'Algemeen' en voer je een naam in het veld 'Naam' in.
Om alle annotaties en de inhoud ervan weer te geven, kies je 'Weergave' > 'Notities'. Als er meerdere annotaties zijn, klik je op of
in de annotatie om naar de vorige of volgende annotatie te gaan. De camera beweegt automatisch om de annotatie in de scène in beeld te brengen.