
Instellingen voor de payload 'Extensies' voor Apple apparaten
Met de payload 'Extensies' kun je bepalen welke extensies kunnen worden gebruikt op een Mac-computer die is ingeschreven bij een MDM-oplossing (Mobile Device Management).
Besturingssysteem en niveau | Ondersteunde inschrijvingstypen | Interactie | Duplicaten |
|---|---|---|---|
macOS-apparaat macOS-gebruiker | Apparaat Apparaat (automatisch) | Exclusief | Meerdere |
Instelling | Beschrijving | Vereist |
|---|---|---|
Toegestane extensies | Voeg de bundel-ID toe voor elke extensie die op de Mac mag worden uitgevoerd. Extensies die niet worden weergegeven, kunnen niet worden uitgevoerd. | Nee |
Sta geen enkel extensiepunt toe | Gebruikers kunnen geen extensiepunten voor hun Mac gebruiken. | Nee |
Sta alle extensiepunten toe | Gebruikers kunnen alle extensiepunten gebruiken, behalve de extensiepunten waarvan je hebt aangegeven dat ze niet kunnen worden gebruikt. | Nee |
Sta sommige extensiepunten niet toe | Stel in dat specifieke extensies niet zijn toegestaan op basis van de bundel-ID. Je kunt ook instellen dat specifieke extensiepunten niet zijn toegestaan:
| Nee |