Mac Pro (medio 2012 en ouder): geheugen verwijderen of installeren

Lees hier hoe u geheugen verwijdert uit of installeert in een Mac Pro (medio 2012 en ouder). Opmerking: er zijn andere instructies voor de Mac Pro (eind 2013).

Kies een model

  1. Kies in het menu Apple () de optie Over deze Mac.
  2. Klik op Meer info.
  3. Selecteer Hardware in de inhoudsopgave.
  4. Zoek ‘Aantal processors’ in Hardwareoverzicht. De versies quad-core en 6-core van de Mac Pro hebben één CPU en de versies 8-core en 12-core van de Mac Pro hebben twee CPU’s.
2012 Mac Pro (medio 2012), Quad-core
Mac Pro (medio 2012), 6-core
Mac Pro (medio 2012), 12-core 
2010 Mac Pro (medio 2010), Quad-core
Mac Pro (medio 2010), 6-core
Mac Pro (medio 2010), 8-core
Mac Pro (medio 2010), 12-core 
2009 Mac Pro (begin 2009), Quad-core
Mac Pro (begin 2009), 8-core
2008 Mac Pro (begin 2008)
Oudere modellen Mac Pro (8-core)
Mac Pro (origineel)

Van toepassing op de volgende modellen

Mac Pro (medio 2012), Quad-core
Mac Pro (medio 2012), 6-core
Mac Pro (medio 2012), 12-core

Geheugenspecificaties

De Mac Pro (medio 2012) heeft de volgende geheugenspecificaties:

  Quad-core of 6-core 8-core of 12-core
Aantal processors 1 2
Aantal geheugensleuven 4 8
Basisgeheugen 6 GB 8 GB
Maximaal geheugen 32 GB 64 GB
Specificaties van geheugenkaart - PC3-10600E, 1333 MHz, DDR3 SDRAM UDIMM’s en RDIMM’s
- Error-correcting code (ECC)
- 72-bits breed, 240-pins ECC-modules
- Maximum 36 IC’s per ECC UDIMM
Extra opmerkingen

Belangrijk: Apple raadt u aan DIMM’s te gebruiken die door Apple zijn goedgekeurd. DIMM’s van oudere Macs kunnen niet worden gebruikt in een Mac Pro. U kunt geheugen van Apple online aanschaffen in de Apple Store.

Opmerking: 

Hoewel de geheugensnelheid van de UDIMM’s 1333 MHz is, werken deze aan 1066 MHz of 1333 MHz afhankelijk van de processor in de computer.

RDIMM’s van 8 GB worden ook ondersteund. De computer wordt niet opgestart als beide typen DIMM’s zijn geïnstalleerd in dezelfde computer. Voor meer informatie raadpleegt u Mac Pro (medio 2010): ondersteuning voor geregistreerde DIMM’s.

Geheugen verwijderen of installeren

   

Stap 1: bepalen welke Mac Pro u hebt

Mac Pro (2008 Başı)
Mac Pro (8 çekirdekli)
Mac Pro (Orijinal)

Stap 2: het zijpaneel verwijderen

  1. Zet de Mac Pro uit voordat u deze opent. Kies hiervoor Zet uit in het menu Apple ().
    Opmerking: zet een Mac Pro altijd uit voordat u deze opent om schade aan de interne onderdelen van de computer of aan de te installeren onderdelen te vermijden. Als een Mac Pro is ingeschakeld, mag u deze niet openen of onderdelen erin installeren.
  2. Wacht vijf tot tien minuten totdat de interne onderdelen van de Mac Pro zijn afgekoeld.
    Waarschuwing: laat de Mac Pro afkoelen voordat u de interne onderdelen aanraakt; deze kunnen immers heel warm zijn.
  3. Raak het metaal aan de buitenkant van de Mac Pro aan om u te ontladen van eventuele statische elektriciteit.
    Opmerking: u moet zich altijd ontladen van statische elektriciteit voordat u onderdelen aanraakt of onderdelen in een Mac Pro installeert. Als u wilt voorkomen dat u statische elektriciteit genereert, loopt u niet rond in de kamer totdat u de kaarten, het geheugen of het interne opslagapparaat hebt geïnstalleerd en het zijpaneel opnieuw hebt bevestigd.

  4. Koppel alle kabels en het netsnoer van de Mac Pro los.
    Opmerking: koppel een Mac Pro altijd los om schade aan de interne onderdelen of aan de te installeren onderdelen te vermijden. Probeer geen onderdelen te installeren terwijl de computer is aangesloten op een stopcontact.
  5. Houd het zijpaneel vast en til de hendel op de achterkant op.

  6. Verwijder het zijpaneel door de bovenkant van de Mac Pro te verwijderen en omhoog te trekken.

    Belangrijk: houd het zijpaneel goed vast wanneer u het verwijdert.

Stap 3: het geheugen installeren

In een Quad-Core of 6-Core Mac Pro (medio 2012):​

  1. Duw op de hendels van de processorlade totdat deze deels geopend zijn.

  2. Trek aan de hendels totdat deze volledig geopend zijn en haal de processorlade eruit.

  3. Verwijder de processorlade en leg deze op een zachte, schone doek op de tafel of het werkoppervlak om de lade te beschermen en krassen aan het werkoppervlak te vermijden.

  4. Als u DIMM’s van gelijke grootte (allemaal 2 GB of allemaal 4 GB) installeert in een Mac Pro, raadt Apple u aan de sleuven te vullen in de volgorde die in de tabel wordt weergegeven.

       
    U hebt Vul dan deze sleuven  
    Twee DIMM’s 1 en 2
    Drie DIMM’s 1, 2 en 3
    Vier DIMM's 1, 2, 3 en 4 (allemaal)

    Opmerking: als u DIMM’s van verschillende grootten installeert in een Mac Pro, volgt u de volgorde in de bovenstaande tabel. Als de DIMM-configuratie die u installeert niet de beste prestaties levert, verschijnt het Geheugensleufprogramma op het scherm en raadt het een verbeterde configuratie aan. Ga naar /Systeem/Bibliotheek/CoreServices/Geheugensleufprogramma als u het hulpprogramma opnieuw wilt gebruiken.

  5. Open de hulpmiddelen voor het uitwerpen van DIMM-sleuven 1, 2 en 3 en duw deze naar de zijkanten. Verwijder de DIMM’s uit de sleuven.
  6. Installeer de DIMM’s door deze te plaatsen in de DIMM-sleuven en beide uiteinden van de DIMM naar onder te duwen totdat de klepjes zich verticaal bevinden en de hulpmiddelen voor het verwijderen van de sleuf terug op hun plaats zitten.

    Opmerking: om schade aan de DIMM te vermijden, houdt u deze vast aan de hoeken en raakt u de gouden connectoren of andere onderdelen niet aan.

  7. Plaats de processorlade terug door deze te duwen in de computer totdat de hendels zich in een hoek van 45 graden bevinden.

  8. Duw de hendels helemaal naar binnen om deze te sluiten en de processorlade op zijn plaats te steken.

In een Quad-Core of 6-Core Mac Pro (medio 2012):​​

  1. Duw op de hendels van de processorlade totdat deze deels geopend zijn.

  2. Trek aan de hendels totdat deze volledig geopend zijn en haal de processorlade eruit.

  3. Verwijder de processorlade en leg deze op een zachte, schone doek op de tafel of het werkoppervlak om de lade te beschermen en krassen aan het werkoppervlak te vermijden.

  4. Als u DIMM’s van gelijke grootte (allemaal 2 GB of allemaal 4 GB bijvoorbeeld) installeert in een Mac Pro, raadt Apple u aan de sleuven te vullen in de volgorde die in de tabel wordt weergegeven.

    U hebt Vul dan deze sleuven Vul dan deze sleuven
    Twee DIMM’s 1 en 2
    Drie DIMM’s 1, 2 en 3
    Vier DIMM’s 1, 2, 5 en 6
    Zes DIMM’s 1, 2, 3 en 5, 6, 7
    Acht DIMM’s 1, 2, 3, 4 en 5, 6, 7, 8 (allemaal)

    Opmerking: als u DIMM’s van verschillende grootten installeert in een Mac Pro, volgt u de volgorde in de tabel. Als de DIMM-configuratie die u installeert niet de beste prestaties levert, verschijnt het Geheugensleufprogramma op het scherm en raadt het een verbeterde configuratie aan.

  5. Ga naar /Systeem/Bibliotheek/CoreServices/Geheugensleufprogramma als u het hulpprogramma opnieuw wilt gebruiken.
  6. Installeer de DIMM’s door deze te plaatsen in de DIMM-sleuven en beide uiteinden van de DIMM naar onder te duwen totdat de klepjes zich verticaal bevinden en de hulpmiddelen voor het verwijderen van de sleuf terug op hun plaats zitten.

    Opmerking: om schade aan de DIMM te vermijden, houdt u deze vast aan de hoeken en raakt u de gouden connectoren of andere onderdelen niet aan.

  7. Plaats de processorlade terug door deze te duwen in de computer totdat de hendels zich in een hoek van 45 graden bevinden.
  8. Duw de hendels helemaal naar binnen om deze te sluiten en de processorlade op zijn plaats te steken.

Stap 4: het zijpaneel opnieuw plaatsen

Opmerking: plaats na de installatie van onderdelen het zijpaneel altijd terug. Een Mac Pro werkt niet naar behoren als het zijpaneel niet is teruggeplaatst.

Belangrijk: zorg ervoor dat de hendel naar boven is gericht wanneer u het zijpaneel opnieuw plaatst. Houd het zijpaneel goed vast zodat het op zijn plaats blijft wanneer u de hendel naar onder duwt.

  1. Houd het zijpaneel tegen de Mac Pro en duw de hendel naar onder om het zijpaneel vast te zetten.

  2. U kunt de metalen lus vergrendelen met een hangslot of een kabel om de Mac Pro te beveiligen. Duw de klepjes van de vergrendeling naar onder voordat u de hendel sluit.

Terug naar boven

Opmerking: plaats na de installatie van onderdelen het zijpaneel altijd terug. Een Mac Pro werkt niet naar behoren als het zijpaneel niet is teruggeplaatst.

Belangrijk: zorg ervoor dat de hendel naar boven is gericht wanneer u het zijpaneel opnieuw plaatst. Houd het zijpaneel goed vast zodat het op zijn plaats blijft wanneer u de hendel naar onder duwt.

  1. Houd het zijpaneel tegen de Mac Pro en duw de hendel naar onder om het zijpaneel vast te zetten.

  2. U kunt de metalen lus vergrendelen met een hangslot of een kabel om de Mac Pro te beveiligen. Duw de klepjes van de vergrendeling naar onder voordat u de hendel sluit.

Terug naar boven

 

Van toepassing op de volgende modellen

Mac Pro (medio 2010), Quad-core
Mac Pro (medio 2010), 6-core
Mac Pro (medio 2010), 8-core
Mac Pro (medio 2010), 12-core

Geheugenspecificaties

De Mac Pro (medio 2010) heeft de volgende geheugenspecificaties:

  Quad-core of 6-core 8-core of 12-core
Aantal processors 1 2
Aantal geheugensleuven 4 8
Basisgeheugen 3 GB 6 GB
Maximaal geheugen 32 GB 64 GB
Specificaties van geheugenkaart - PC3-10600E, 1333 MHz, DDR3 SDRAM UDIMM’s en RDIMM’s
- Error-correcting code (ECC)
- 72-bits breed, 240-pins ECC-modules
- Maximum 36 IC’s per ECC UDIMM
Extra opmerkingen

Belangrijk: Apple raadt u aan DIMM’s te gebruiken die door Apple zijn goedgekeurd. DIMM’s van oudere Macs kunnen niet worden gebruikt in een Mac Pro. U kunt geheugen van Apple online aanschaffen in de Apple Store.

Opmerking: 

Hoewel de geheugensnelheid van de UDIMM’s 1333 MHz is, werken deze aan 1066 MHz of 1333 MHz afhankelijk van de processor in de computer.

RDIMM’s van 8 GB worden ook ondersteund. De computer wordt niet opgestart als beide typen DIMM’s zijn geïnstalleerd in dezelfde computer. Voor meer informatie raadpleegt u Mac Pro (medio 2010): ondersteuning voor geregistreerde DIMM’s.

Geheugen verwijderen of installeren

   

Stap 1: bepalen welke Mac Pro u hebt

  1. Kies in de menubalk linksboven het menu Apple () en Over deze Mac.
  2. Klik op Meer info.
  3. Selecteer Hardware in de inhoudsopgave.
  4. Zoek Aantal processors in Hardwareoverzicht. De versies quad-core en 6-core van de Mac Pro hebben één CPU en de versies 8-core en 12-core van de Mac Pro hebben twee CPU’s.

Stap 2: het zijpaneel verwijderen

  1. Zet de Mac Pro uit voordat u deze opent. Kies hiervoor achtereenvolgens Apple () en Zet uit.

    Opmerking: zet een Mac Pro altijd uit voordat u deze opent om schade aan de interne onderdelen van de computer of aan de te installeren onderdelen te vermijden. Als de Mac Pro is ingeschakeld, mag u deze niet openen of onderdelen erin installeren.

  2. Wacht vijf tot tien minuten totdat de interne onderdelen van de Mac Pro afgekoeld zijn.

    Waarschuwing: laat de Mac Pro afkoelen voordat u de interne onderdelen aanraakt; deze kunnen immers heel warm zijn.

  3. Raak het metaal aan de buitenkant van de Mac Pro aan om u te ontladen van eventuele statische elektriciteit.

    Opmerking: u moet zich altijd ontladen van statische elektriciteit voordat u onderdelen aanraakt of onderdelen in een Mac Pro installeert. Als u wilt voorkomen dat u statische elektriciteit genereert, loopt u niet rond in de kamer totdat u de kaarten, het geheugen of het interne opslagapparaat hebt geïnstalleerd en het zijpaneel opnieuw hebt bevestigd.

  4. Koppel alle kabels en het netsnoer van de Mac Pro los.

    Opmerking: koppel een Mac Pro altijd los om schade aan de interne onderdelen of aan de te installeren onderdelen te vermijden. Probeer geen onderdelen te installeren terwijl de computer is aangesloten op een stopcontact.

    Houd het zijpaneel vast en til de hendel op de achterkant op.

  5. Verwijder het zijpaneel door de bovenkant van de Mac Pro te verwijderen en omhoog te trekken.

    Belangrijk: houd het zijpaneel goed vast wanneer u het verwijdert.

Stap 3: het geheugen installeren

In een Quad-Core of 6-Core Mac Pro (medio 2010)​

  1. Duw op de hendels van de processorlade totdat deze deels geopend zijn.

  2. Trek aan de hendels totdat deze volledig geopend zijn en haal de processorlade eruit.

  3. Verwijder de processorlade en leg deze op een zachte, schone doek op de tafel of het werkoppervlak om de lade te beschermen en krassen aan het werkoppervlak te vermijden.

  4. Als u DIMM’s van gelijke grootte (allemaal 1 GB of allemaal 2 GB) installeert in een Mac Pro, raadt Apple u aan de sleuven te vullen in de volgorde die in de tabel wordt weergegeven.

       
    U hebt Vul dan deze sleuven  
    Twee DIMM’s 1 en 2
    Drie DIMM’s 1, 2 en 3
    Vier DIMM’s 1, 2, 3 en 4 (allemaal)

    Opmerking: als u DIMM’s van verschillende grootten installeert in een Mac Pro, volgt u de volgorde in de bovenstaande tabel. Als de DIMM-configuratie die u installeert niet de beste prestaties levert, verschijnt het Geheugensleufprogramma op het scherm en raadt het een verbeterde configuratie aan. Ga naar /Systeem/Bibliotheek/CoreServices/Geheugensleufprogramma als u het hulpprogramma opnieuw wilt gebruiken.

  5. Open de hulpmiddelen voor het uitwerpen van DIMM-sleuven 1, 2 en 3 en duw deze naar de zijkanten. Verwijder de DIMM’s uit de sleuven.
  6. Installeer de DIMM’s door deze te plaatsen in de DIMM-sleuven en beide uiteinden van de DIMM naar onder te duwen totdat de klepjes zich verticaal bevinden en de hulpmiddelen voor het verwijderen van de sleuf terug op hun plaats zitten.

    Opmerking: om schade aan de DIMM te vermijden, houdt u deze vast aan de hoeken en raakt u de gouden connectoren of andere onderdelen niet aan.

  7. Plaats de processorlade terug door deze te duwen in de computer totdat de hendels zich in een hoek van 45 graden bevinden.

  8. Duw de hendels helemaal naar binnen om deze te sluiten en de processorlade op zijn plaats te steken.

In een 8-Core of 12-Core Mac Pro (medio 2010)​

  1. Duw op de hendels van de processorlade totdat deze deels geopend zijn.

  2. Trek aan de hendels totdat deze volledig zijn geopend en haal de processorlade eruit.

  3. Verwijder de processorlade en leg deze op een zachte, schone doek op de tafel of het werkoppervlak om de lade te beschermen en krassen aan het werkoppervlak te vermijden.

  4. Als u DIMM’s van gelijke grootte (allemaal 1 GB of allemaal 2 GB bijvoorbeeld) installeert in een Mac Pro, raadt Apple u aan de sleuven te vullen in de volgorde die in de tabel wordt weergegeven.

    U hebt Vul dan deze sleuven Vul dan deze sleuven
    Twee DIMM’s 1 en 2
    Drie DIMM’s 1, 2 en 3
    Vier DIMM’s 1, 2, 5 en 6
    Zes DIMM’s 1, 2, 3 en 5, 6, 7
    Acht DIMM’s 1, 2, 3, 4 en 5, 6, 7, 8 (allemaal)

    Opmerking: als u DIMM’s van verschillende grootten installeert in een Mac Pro, volgt u de volgorde in de tabel. Als de DIMM-configuratie die u installeert niet de beste prestaties levert, verschijnt het Geheugensleufprogramma op het scherm en raadt het een verbeterde configuratie aan.

  5. Ga naar /Systeem/Bibliotheek/CoreServices/Geheugensleufprogramma als u het hulpprogramma opnieuw wilt gebruiken.
  6. Installeer de DIMM’s door deze te plaatsen in de DIMM-sleuven en beide uiteinden van de DIMM naar onder te duwen totdat de klepjes zich verticaal bevinden en de hulpmiddelen voor het verwijderen van de sleuf terug op hun plaats zitten.

    Opmerking: om schade aan de DIMM te vermijden, houdt u deze vast aan de hoeken en raakt u de gouden connectoren of andere onderdelen niet aan.

  7. Plaats de processorlade terug door deze te duwen in de computer totdat de hendels zich in een hoek van 45 graden bevinden.
  8. Duw de hendels helemaal naar binnen om deze te sluiten en de processorlade op zijn plaats te steken.

Stap 4: het zijpaneel opnieuw plaatsen

Opmerking: plaats na de installatie van onderdelen het zijpaneel altijd terug. Een Mac Pro werkt niet naar behoren als het zijpaneel niet is teruggeplaatst.

Belangrijk: zorg ervoor dat de hendel naar boven is gericht wanneer u het zijpaneel opnieuw plaatst. Houd het zijpaneel goed vast zodat het op zijn plaats blijft wanneer u de hendel naar onder duwt.

  1. Houd het zijpaneel tegen de Mac Pro en duw de hendel naar onder om het zijpaneel vast te zetten.

  2. U kunt de metalen lus vergrendelen met een hangslot of een kabel om de Mac Pro te beveiligen. Duw de klepjes van de vergrendeling naar onder voordat u de hendel sluit.

Terug naar boven

Van toepassing op de volgende modellen

Mac Pro (begin 2009), Quad-core
Mac Pro (begin 2009), 8-core

Geheugenspecificaties

De Mac Pro (begin 2009) heeft de volgende geheugenspecificaties:

  Quad-core 8-core
Aantal processors 1 2
Aantal geheugensleuven 4 8
Basisgeheugen 3 GB 6 GB
Maximaal geheugen 16 GB 32 GB
Specificaties van geheugenkaart - PC3-8500, 1066 MHz, DDR3 SDRAM UDIMM’s
- Error-correcting code (ECC)
- 72-bits breed, 240-pins ECC-modules
- Maximum 36 IC’s per ECC UDIMM

Geheugen verwijderen of installeren

   

Stap 1: bepalen welke Mac Pro u hebt

  1. Kies in de menubalk linksboven het menu Apple () en Over deze Mac.
  2. Klik op Meer info.
  3. Selecteer Hardware in de inhoudsopgave.
  4. Zoek Aantal processors in Hardwareoverzicht. De versies quad-core en 6-core van de Mac Pro hebben één CPU en de versie 8-core van de Mac Pro heeft twee CPU’s.

Stap 2: het zijpaneel verwijderen

  1. Zet de Mac Pro uit voordat u deze opent. Kies hiervoor achtereenvolgens Apple () en Zet uit.

    Opmerking: zet een Mac Pro altijd uit voordat u deze opent om schade aan de interne onderdelen van de computer of aan de te installeren onderdelen te vermijden. Als een Mac Pro ingeschakeld is, mag u deze niet openen of onderdelen erin installeren.

  2. Wacht vijf tot tien minuten totdat de interne onderdelen van de Mac Pro afgekoeld zijn.

    Waarschuwing: laat de Mac Pro afkoelen voordat u de interne onderdelen aanraakt; deze kunnen immers heel warm zijn.

  3. Raak het metaal aan de buitenkant van de Mac Pro aan om u te ontladen van eventuele statische elektriciteit.

    Opmerking: u moet zich altijd ontladen van statische elektriciteit voordat u onderdelen aanraakt of onderdelen in een Mac Pro installeert. Als u wilt voorkomen dat u statische elektriciteit genereert, loopt u niet rond in de kamer totdat u de kaarten, het geheugen of het interne opslagapparaat hebt geïnstalleerd en het zijpaneel opnieuw hebt bevestigd.

  4. Koppel alle kabels en het netsnoer van de Mac Pro los.

    Opmerking: koppel een Mac Pro altijd los om schade aan de interne onderdelen of aan de te installeren onderdelen te vermijden. Probeer geen onderdelen te installeren terwijl de computer is aangesloten op een stopcontact.

  5. Houd het zijpaneel vast en til de hendel op de achterkant op.

  6. Verwijder het zijpaneel door de bovenkant van de Mac Pro te verwijderen en omhoog te trekken.

    Belangrijk: houd het zijpaneel goed vast wanneer u het verwijdert.

Stap 3: het geheugen installeren

In een Quad-Core Mac Pro (begin 2009)​

  1. Duw op de hendels van de processorlade totdat deze deels zijn geopend.

  2. Trek aan de hendels totdat deze volledig zijn geopend en haal de processorlade eruit.

  3. Verwijder de processorlade en leg deze op een zachte, schone doek op de tafel of het werkoppervlak om de lade te beschermen en krassen aan het werkoppervlak te vermijden.

  4. Als u DIMM’s van gelijke grootte (allemaal 1 GB of allemaal 2 GB) installeert in een Mac Pro, raadt Apple u aan de sleuven te vullen in de volgorde die in de tabel wordt weergegeven.    
    U hebt Vul dan deze sleuven  
    Twee DIMM’s 1 en 2
    Drie DIMM’s 1, 2 en 3
    Vier DIMM’s Allemaal (1, 2, 3 en 4)

    Opmerking: als u DIMM’s van verschillende grootten installeert in een Mac Pro, volgt u de volgorde in de tabel. Als de DIMM-configuratie die u installeert niet de beste prestaties levert, verschijnt het Geheugensleufprogramma op het scherm en raadt het een verbeterde configuratie aan. Ga naar /Systeem/Bibliotheek/CoreServices/Geheugensleufprogramma als u het hulpprogramma opnieuw wilt gebruiken.

  5. Open de hulpmiddelen voor het uitwerpen van DIMM-sleuven 1, 2 en 3 en duw deze naar de zijkanten. Verwijder de DIMM’s uit de sleuven.
  6. Installeer de DIMM’s door deze te plaatsen in de DIMM-sleuven en beide uiteinden van de DIMM naar onder te duwen totdat de klepjes zich verticaal bevinden en de hulpmiddelen voor het verwijderen van de sleuf terug op hun plaats zitten.

    Opmerking: om schade aan de DIMM te vermijden, houdt u deze vast aan de hoeken en raakt u de gouden connectoren of andere onderdelen niet aan.

  7. Plaats de processorlade terug door deze te duwen in de computer totdat de hendels zich in een hoek van 45 graden bevinden.

  8. Duw de hendels helemaal naar binnen om deze te sluiten en de processorlade op zijn plaats te steken.

In een 8-Core Mac Pro (begin 2009)​

  1. Duw op de hendels van de processorlade totdat deze deels zijn geopend.

  2. Trek aan de hendels totdat deze volledig zijn geopend en haal de processorlade eruit.

  3. Verwijder de processorlade en leg deze op een zachte, schone doek op de tafel of het werkoppervlak om de lade te beschermen en krassen aan het werkoppervlak te vermijden.

  4. Als u DIMM’s van gelijke grootte (allemaal 1, 2 of 4 GB) installeert in een Mac Pro, raadt Apple u aan de sleuven te vullen in de volgorde die in de tabel wordt weergegeven.

    U hebt Vul dan deze sleuven Vul dan deze sleuven
    Twee DIMM’s 1 en 2
    Drie DIMM’s 1, 2 en 3
    Vier DIMM’s 1, 2, 5 en 6
    Zes DIMM’s 1, 2, 3 en 5, 6, 7
    Acht DIMM’s 1, 2, 3, 4 en 5, 6, 7, 8 (allemaal)

    Opmerking: als u DIMM’s van verschillende grootten installeert in een Mac Pro, volgt u de volgorde in de tabel. Als de DIMM-configuratie die u installeert niet de beste prestaties levert, verschijnt het Geheugensleufprogramma op het scherm en raadt het een verbeterde configuratie aan.

  5. Ga naar /Systeem/Bibliotheek/CoreServices/Geheugensleufprogramma als u het hulpprogramma opnieuw wilt gebruiken.
  6. Installeer de DIMM’s door deze te plaatsen in de DIMM-sleuven en beide uiteinden van de DIMM naar onder te duwen totdat de klepjes zich verticaal bevinden en de hulpmiddelen voor het verwijderen van de sleuf terug op hun plaats zitten.

    Opmerking: om schade aan de DIMM te vermijden, houdt u deze vast aan de hoeken en raakt u de gouden connectoren of andere onderdelen niet aan.

  7. Plaats de processorlade terug door deze te duwen in de computer totdat de hendels zich in een hoek van 45 graden bevinden.
  8. Duw de hendels helemaal naar binnen om deze te sluiten en de processorlade op zijn plaats te steken.

Stap 4: het zijpaneel opnieuw plaatsen

Opmerking: plaats na de installatie van onderdelen het zijpaneel altijd terug. Een Mac Pro werkt niet naar behoren als het zijpaneel niet is teruggeplaatst.

Belangrijk: zorg ervoor dat de hendel naar boven is gericht wanneer u het zijpaneel opnieuw plaatst. Houd het zijpaneel goed vast zodat het op zijn plaats blijft wanneer u de hendel naar onder duwt.

  1. Houd het zijpaneel tegen de Mac Pro en duw de hendel naar onder om het zijpaneel vast te zetten.

  2. U kunt de metalen lus vergrendelen met een hangslot of een kabel om de Mac Pro te beveiligen. Duw de klepjes van de vergrendeling naar onder voordat u de hendel sluit.

Terug naar boven

Van toepassing op de volgende modellen

Mac Pro (begin 2008)
Mac Pro (8-core)
Mac Pro (origineel)

Geheugenspecificaties

Dit Mac Pro-model heeft deze geheugenspecificaties:

Aantal geheugensleuven 2 geheugenkaarten met 4 geheugensleuven op elke kaart (4 rijen van 2 elk)
Basisgeheugen 2 GB (twee FB-DIMM’s, Fully Buffered Dual Inline Memory Modules, van 1 GB)
Maximaal geheugen 32 GB
Specificaties van geheugenkaart - 800 MHz, DDR2, FB-DIMM’s
- 72-bits breed, 240-pins modules
- Maximum 36 geheugen-IC’s per DIMM
- Error-correcting code (ECC)
Extra opmerkingen Belangrijk: Apple raadt u aan FB-DIMM’s te gebruiken die door Apple zijn goedgekeurd. Andere FB-DIMM’s kunnen veroorzaken dat een Mac Pro luider werkt of mindere prestaties levert waardoor de warmte wordt behouden. DIMM’s van oudere Macs kunnen niet worden gebruikt in een Mac Pro.

U moet FB-DIMM’s in paren van gelijke grootte en specificaties installeren. Gebruik de onderstaande tabel en de daaropvolgende instructies als richtlijn voor het installeren van DIMM’s.

U hebt Installeer
Twee DIMM’s (standaardconfiguratie) Een op de bovenste geheugenkaart en één op de onderste kaart
Vier DIMM’s Een paar op de bovenste geheugenkaart en één paar op de onderste kaart
Zes DIMM’s Twee paar op de bovenste geheugenkaart en één paar op de onderste kaart
Acht DIMM’s Twee paar op de bovenste geheugenkaart en twee paar op de onderste kaart

Geheugen verwijderen of installeren

Waarschuwing: laat een Mac Pro vijf tot tien minuten afkoelen voordat u de interne onderdelen aanraakt. De onderdelen van de geheugenkaarten kunnen heel warm zijn.

Stap 1: het zijpaneel verwijderen

  1. Zet de Mac Pro uit.

    Opmerking: zet een Mac Pro altijd uit voordat u deze opent om schade aan de interne onderdelen van de computer of aan de te installeren onderdelen te vermijden. Als een Mac Pro is ingeschakeld, mag u deze niet openen of onderdelen erin installeren.

  2. Wacht vijf tot tien minuten totdat de interne onderdelen van de Mac Pro zijn afgekoeld.

    Waarschuwing: laat de Mac Pro afkoelen voordat u de interne onderdelen aanraakt; deze kunnen immers heel warm zijn.

  3. Raak het metaal aan de buitenkant van de Mac Pro aan om u te ontladen van eventuele statische elektriciteit.

    Opmerking: u moet zich altijd ontladen van statische elektriciteit voordat u onderdelen aanraakt of onderdelen in een Mac Pro installeert. Als u wilt voorkomen dat u statische elektriciteit genereert, loopt u niet rond in de kamer totdat u de kaarten, het geheugen of het interne opslagapparaat hebt geïnstalleerd en het zijpaneel opnieuw hebt bevestigd.

  4. Koppel alle kabels en het netsnoer van de Mac Pro los.

    Opmerking: koppel een Mac Pro altijd los om schade aan de interne onderdelen of aan de te installeren onderdelen te vermijden. Probeer geen onderdelen te installeren terwijl de computer is aangesloten op een stopcontact.

  5. Houd het zijpaneel vast en til de hendel op de achterkant op.

  6. Verwijder het zijpaneel door de bovenkant van de Mac Pro te verwijderen en omhoog te trekken.

    Belangrijk: houd het zijpaneel goed vast wanneer u het verwijdert.

Stap 2: de geheugenkaarten installeren of verwijderen

  1. Trek met behulp van de twee vingergaatjes aan de geheugenkaarten om deze te verwijderen. Plaats deze dan op een zachte, schone doek met de DIMM’s naar boven.

  2. Open de hulpmiddelen voor het uitwerpen van de DIMM-sleuven op de onderste geheugenkaart en duw deze naar de zijkanten. Verwijder vervolgens de DIMM uit sleuf 1.

    Belangrijk: wanneer u DIMM’s installeert of verwijdert, mag u de gouden connectoren op de DIMM’s of de geheugenkaarten niet aanraken.

  3. Plaats de DIMM die u uit de bovenste geheugenkaart hebt verwijderd opnieuw door deze in DIMM-sleuf 2 te plaatsen (zie afbeelding) en beide uiteinden van de DIMM naar onder te duwen totdat de klepjes zich verticaal bevinden en de hulpmiddelen voor het verwijderen van de sleuf terug op hun plaats zitten.
  4. Installeer het eerste paar extra DIMM’s op de onderste geheugenkaart in DIMM-sleuven 1 en 2, de sleuven het dichtst bij de gouden connectoren van de kaart.

    Belangrijk: installeer altijd DIMM’s in paren en in de volgorde die hieronder wordt weergegeven.

       
      Een DIMM van de onderste naar de bovenste kaart verplaatsen Eerste paar extra DIMM’s
    Bovenste geheugenkaart
    Onderste geheugenkaart
  5. Als u een tweede paar extra DIMM’s toevoegt, installeert u deze op de bovenste geheugenkaart in DIMM-sleuven 3 en 4, de twee laatste sleuven.
             
      Tweede paar extra DIMM’s Derde paar extra DIMM’s
    Bovenste geheugenkaart
    Onderste geheugenkaart
  6. Als u een derde paar extra DIMM’s toevoegt, installeert u deze op de onderste geheugenkaart in DIMM-sleuven 3 en 4.
  7. Leg de Mac Pro op een zachte, schone doek op de tafel of het werkoppervlak om krassen aan het werkoppervlak of de Mac Pro te vermijden.
  8. Installeer elke geheugenkaart opnieuw door er recht op te duwen tot deze in het geheugensleuf is geplaatst.

Stap 3: het zijpaneel opnieuw plaatsen

  1. Plaats de Mac Pro in staande positie en plaats het zijpaneel opnieuw.

    Belangrijk: zorg ervoor dat de hendel naar boven is gericht wanneer u het zijpaneel opnieuw plaatst. Houd het zijpaneel goed vast zodat het op zijn plaats blijft wanneer u de hendel naar onder duwt.

  2. Houd het zijpaneel tegen de Mac Pro en duw de hendel naar onder om het zijpaneel vast te zetten.

  3. U kunt de metalen lus vergrendelen met een hangslot of een kabel om de Mac Pro te beveiligen. Duw de klepjes van de vergrendeling naar onder voordat u de hendel sluit.

Terug naar boven

Meer informatie

   

Controleren of de computer het nieuwe geheugen herkent

  1. Druk op de aan/uit-knop om de Mac Pro in te schakelen.
  2. Wanneer het Mac OS-bureaublad verschijnt, kiest u achtereenvolgens Apple () en Over deze Mac en controleert u of de opgegeven geheugenhoeveelheid juist is.

Als de opgegeven hoeveelheid geheugen niet juist is, ondervindt de computer mogelijk problemen bij het herkennen van een geheugenmodule. Als dit gebeurt, zet u de Mac Pro uit, vergelijkt u de specificaties van de module met de hierboven vermelde vereisten en herhaalt u de instructies om het geheugen te installeren om u ervan te verzekeren dat de modules juist zijn geïnstalleerd. Als u nog altijd problemen ondervindt, verwijdert u het geheugen en raadpleegt u de informatie over ondersteuning die met het geheugen is meegeleverd of neemt u contact op met de leverancier van het geheugen.

Geheugen aanschaffen

Als u DIMM’s voor Mac-computers aanschaft, controleert u of de leverancier van het geheugen de JEDEC-specificatie (Joint Electron Device Engineering Council) naleeft. Raadpleeg de leverancier van het geheugen om u ervan te verzekeren dat de DIMM’s ondersteuning bieden voor de juiste timingmodi en dat de functie Serial Presence Detect (SPD) naar behoren is geprogrammeerd, zoals beschreven in de JEDEC-specificatie.

Publicatiedatum: