Het gedrag van functietoetsen op de Mac wijzigen

U kunt de bovenste rij toetsen op uw Apple toetsenbord gebruiken als gewone functietoetsen of als toetsen voor de besturing van ingebouwde Mac-functies.

Als op bepaalde toetsen in de bovenste rij van het Apple toetsenbord symbolen zijn gedrukt, kunnen deze toetsen worden gebruikt om de speciale functies uit te voeren die door elk symbool worden aangegeven. Ze kunnen ook worden gebruikt als gewone functietoetsen (F1 t/m F12). 

De actie die door standaardfunctietoetsen wordt uitgevoerd, verschilt naargelang het programma dat u gebruikt of de toetscombinaties die in Systeemvoorkeuren in het paneel 'Toetsenbord en muis' worden weergegeven:

  • Als u op een van deze toetsen drukt, wordt standaard de speciale functie uitgevoerd die wordt aangegeven door het symbool op de toets. Als u bijvoorbeeld op de toetsen met luidsprekersymbolen drukt, wordt het volume aangepast.
  • Als u een van deze toetsen als gewone functietoets wilt gebruiken, houdt u de Fn-toets ingedrukt (deze zit meestal linksonder op het toetsenbord) en drukt u op de functietoets. Als u bijvoorbeeld Fn-F10 (luidsprekersymbool) indrukt, wordt de actie uitgevoerd die aan de toets F10 is toegewezen, en wordt niet het geluid in- of uitgeschakeld.

Als u liever hebt dat de toetsen in de bovenste rij altijd de functie van standaardfunctietoetsen uitvoeren zonder de Fn-toets ingedrukt te houden:

  1. Kies 'Systeemvoorkeuren' in het Apple-menu.
  2. Klik op 'Toetsenbord'.
  3. Klik op het tabblad 'Toetsenbord' als dat nog niet is gemarkeerd.
  4. Selecteer 'Gebruik de toetsen 'F1', 'F2', enzovoort, als standaardfunctietoetsen'

Als deze optie is ingeschakeld, fungeren de toetsen op de bovenste rij als gewone functietoetsen (F1 t/m F12). Als u de functie wilt uitvoeren die door het symbool op de toets wordt aangegeven, houdt u Fn ingedrukt terwijl u op de toets drukt.

Publicatiedatum: