AirDrop gebruiken op iPhone, iPad of iPod touch

Met AirDrop kunt u foto's, documenten en meer uitwisselen met andere Apple apparaten in de buurt.

Voordat u begint

  • De persoon naar wie u iets wilt sturen, moet in de buurt zijn en zich binnen het bereik van Bluetooth en wifi bevinden.
  • Controleer of u en de persoon naar wie u iets wilt sturen, beiden wifi en Bluetooth ingeschakeld hebben. Als op een van de apparaten 'Persoonlijke hotspot' is ingeschakeld, schakelt u deze optie uit.
  • Controleer of de persoon naar wie u iets wilt sturen, de ontvangstopties voor AirDrop heeft ingesteld op 'Alleen contacten'. Als dat zo is en u in hun contacten staat, moet uw e-mailadres of het mobiele nummer van uw Apple ID in uw contactpersoonkaart staan, anders werkt AirDrop niet.
  • Als u niet in de contactenlijst van de ander staat, vraag dan of deze de ontvangstopties voor AirDrop instelt op 'Iedereen' om het bestand te kunnen ontvangen.

U kunt uw ontvangstopties voor AirDrop op elk gewenst moment instellen op 'Alleen contacten' of 'Ontvangen uit' om te bepalen wie uw apparaat kan zien en u materiaal kan sturen via AirDrop.

AirDrop gebruiken

Volg de stappen voor uw apparaat.

 

Op uw iPhone 11 of nieuwer

  1. Open een app, en tik op 'Deel' of op de knop 'Deel' . Als u een foto deelt vanuit de Foto's-app, kunt u naar links of naar rechts vegen om meerdere foto's te selecteren.
  2. Tik op de knop 'AirDrop'.
  3. Als de persoon met wie u wilt delen ook een iPhone 11-model of iPhone 12-model heeft, wijst u de iPhone in de richting van de andere iPhone.
  4. Tik op de profielfoto van de gebruiker bovenaan het scherm. U kunt AirDrop ook gebruiken tussen uw eigen Apple apparaten. Als u een rode genummerde badge op de AirDrop-knop ziet, zijn er meerdere apparaten in de buurt waarmee u kunt delen. Tik op de AirDrop-knop en tik vervolgens op de gebruiker met wie u wilt delen. Lees hier wat u moet doen als u de AirDrop-gebruiker of uw andere apparaat niet ziet.

Als de persoon met wie u materiaal deelt in uw contacten staat, ziet u een afbeelding met zijn of haar naam. Als de persoon niet in uw contacten staat, ziet u alleen de naam zonder afbeelding.

 

 

Op uw iPhone XS of ouder, iPad of iPod touch

  1. Open een app, en tik op 'Deel' of op de knop 'Deel' . Als u een foto deelt vanuit de Foto's-app, kunt u naar links of naar rechts vegen om meerdere foto's te selecteren.
  2. Tik op de knop 'AirDrop'.
  3. Tik op de AirDrop-gebruiker waarmee u wilt delen. U kunt AirDrop ook gebruiken tussen uw eigen Apple apparaten. Als u een rode genummerde badge op de AirDrop-knop ziet, zijn er meerdere apparaten in de buurt waarmee u kunt delen. Tik op de AirDrop-knop en tik vervolgens op de gebruiker met wie u wilt delen. Lees hier wat u moet doen als u de AirDrop-gebruiker of uw andere apparaat niet ziet.

Als de persoon met wie u materiaal deelt in uw contacten staat, ziet u een afbeelding met zijn of haar naam. Als de persoon niet in uw contacten staat, ziet u alleen de naam zonder afbeelding.


 

AirDrop accepteren

Wanneer iemand iets deelt met u via AirDrop, ziet u een waarschuwing met een voorbeeld. U kunt op 'Accepteer' of 'Weiger' tikken.

Als u op 'Accepteer' tikt, zal het AirDrop-materiaal binnenkomen in de app waaruit het is verstuurd. Zo verschijnen foto's in de Foto's-app en worden websites geopend in Safari. Links naar apps worden geopend in de App Store, zodat u de app daar kunt downloaden of kopen.

Als u zelf iets via AirDrop overdraagt, zoals een foto van uw iPhone naar uw Mac, ziet u de optie 'Accepteer' of 'Weiger' niet. Het onderdeel wordt dan automatisch naar uw apparaat verstuurd. U moet er alleen voor zorgen dat beide apparaten zijn ingelogd met dezelfde Apple ID.

AirDrop-instellingen aanpassen

Kiezen wie uw apparaat mag zien en u materiaal mag sturen via AirDrop:

  1. Ga naar 'Instellingen' en tik op 'Algemeen'.
  2. Tik op 'AirDrop' en kies een optie.

U kunt de opties voor AirDrop ook in het bedieningspaneel instellen. Dit doet u als volgt:

  1. Op een iPhone X of nieuwer veegt u omlaag vanaf de rechterbovenhoek van het scherm om het bedieningspaneel te openen. Of maak dezelfde beweging om het bedieningspaneel te openen op uw iPad met iOS 12 of hoger of iPadOS. Veeg op uw iPhone 8 of eerder of iPod touch omhoog vanaf de onderkant van het scherm.
  2. Druk stevig op de netwerkinstellingenkaart in de linkerbovenhoek of houd deze ingedrukt.
  3. Houd de knop 'AirDrop' ingedrukt  en kies dan een van deze opties:
    • Ontvangen uit: u ontvangt geen AirDrop-verzoeken. 
    • Alleen contacten: alleen uw contacten kunnen uw apparaat zien.
    • Iedereen: alle Apple apparaten die AirDrop gebruiken, kunnen uw apparaat zien.

Als u ‘Ontvangen uit’ ziet en er niet op kunt tikken om dit te wijzigen:

  1. Ga naar 'Instellingen' > 'Schermtijd'.
  2. Tik op 'Beperkingen'.
  3. Tik op 'Toegestane apps' en controleer of AirDrop is ingeschakeld.

De optie 'Alleen van contacten' is beschikbaar op apparaten die iOS 10 en nieuwer, iPadOS of macOS Sierra 10.12 en nieuwer ondersteunen. Als AirDrop op uw apparaat met een eerdere softwareversie is ingesteld op 'Alleen contacten', moet u de AirDrop-instellingen aanpassen naar de optie 'Iedereen' in 'Instellingen' of vanuit het bedieningspaneel. U kunt de optie 'Iedereen' selecteren als u AirDrop gebruikt en deze uitschakelen als u AirDrop niet gebruikt.

Publicatiedatum: