Mac Pro RAID-kaart of Xserve RAID-kaart: volume wordt niet geactiveerd na onjuist te zijn uitgeschakeld of na een onjuiste herstart

  

Na onjuist te zijn uitgeschakeld of een onjuiste herstart:

  • Systemen met een Mac Pro RAID-kaart of Xserve RAID-kaart kunnen opstarten naar een knipperend vraagteken, of RAID-volumes worden niet geactiveerd. RAID-hulpprogramma kan aangeven dat de volumes, RAID-sets en schijven allemaal beschikbaar of goed zijn.
  • Een Xserve geconfigureerd met een SSD en Mac OS X Server geïnstalleerd op de SSD start wel op, maar het RAID-volume (of de RAID-volumes) geconfigureerd op de RAID-kaart wordt niet geactiveerd.

Deze symptomen kunnen optreden als de LUN-map is beschadigd en opnieuw moet worden gemaakt.

Start op vanaf een ander medium en verzamel informatie

  1. Start op vanaf een ander opstartbaar medium, zoals een installatie-dvd, externe FireWire-schijf of USB-station, of de interne SSD met een Xserve (begin 2009).
  2. Open Systeemprofiel en selecteer de weergave ‘Hardware-RAID’ in de linkernavigatiekolom.
  3. Controleer of de volumes, RAID-set en stations allemaal worden weergegeven als ‘Betrouwbaar’ of ‘Goed’.
  4. Navigeer vanaf de weergave ‘Hardware-RAID’ naar Hardware RAID-apparatuur > Xserve (of Mac Pro) RAID-kaart > Volumes.

    Bestudeer de informatie over elk volume. Als een volume geen corresponderend ‘BSD-naam’-kenmerk heeft, volg dan de stappen hierna om het probleem op te lossen. Voorbeeldrapport Systeemprofiel

    Hierna vindt u een voorbeeld van een Systeemprofiel-rapport met zowel een getroffen Volume (R2V1) als een niet-getroffen Volume (R3V1). Op systemen met meerdere volumes hoeven niet alle volumes getroffen te zijn.

    R2V1:

      Capaciteit:    299,8 GB (299.798.364.160 bytes)
      Grootte commando Read:    2 MB
      Read Ahead-marge:    16 MB
      RAID-set:    RS1
      Status:
      Verslechterd:    Nee
      Geïnitialiseerd:    Ja
      In transitie:    Nee
      Betrouwbaar:    Ja
     
    R3V1:

      BSD-naam:    disk2
      Capaciteit:    299,8 GB (299.798.364.160 bytes)
      Grootte commando Read:    2 MB
      Read Ahead-marge:    16 MB
      RAID-set:    RS2
      Status:
      Verslechterd:    Nee
      Geïnitialiseerd:    Ja
      In transitie:    Nee
      Betrouwbaar:    Ja

Het probleem oplossen

Opmerking: dit proces kan worden gebruikt op opstartbare RAID -volumes waarop Mac OS X v10.5.x, 10.6.x of OS X Lion is geïnstalleerd. Op het getroffen RAID-volume wordt het besturingssysteem niet bijgewerkt.

Voor de Xserve (begin 2009) die was geconfigureerd met een SSD

  1. Werk de serversoftware die is geïnstalleerd op de SSD bij naar Mac OS X Server v10.6.7 of hoger. Indien Lion Server is geïnstalleerd, werkt u bij naar de huidige versie van Lion Server.
  2. Herstart de Xserve.
  3. Wacht tot de RAID-volumes zijn geactiveerd; dit kan een paar minuten duren.
  4. Wanneer de Volumes zijn geactiveerd, start u de Xserve opnieuw op vanaf het normale opstartvolume. Dit geeft de server de kans om op te starten met de RAID-volumes die beschikbaar zijn tijdens het opstarten.
  5. Open het RAID-hulpprogramma.
  6. Klik op ‘Status’ onder ‘Controller’. In het paneel Gebeurtenissen van het venster RAID-hulpprogramma moet een ingang staan voor elk volume waarvan de LUN-map opnieuw is aangemaakt.

Voor Mac Pro, Xserve (eind 2006), Xserve (begin 2008) en Xserve (begin 2009) zonder SSD

  1. Installeer Mac OS X v10.6.x of OS X Lion (Server of client) op een externe USB of FireWire-schijf. Gebruik Mac OS X Server v10.6 voor serversystemen of Mac OS X v10.6 voor clientsystemen.
  2. Als u Mac OS X v10.6 gebruikt, werkt u bij naar Mac OS X v10.6.7 (Server of client) of hoger. Als OS X Lion (Server of client) is geïnstalleerd, werkt u bij naar de huidige versie van Lion.
  3. Start het getroffen systeem vanaf de externe schijf.
  4. Wacht tot de RAID-volumes zijn geactiveerd; dit kan een paar minuten duren.
  5. Start het systeem opnieuw op vanaf het normale opstartvolume.
  6. Open het RAID-hulpprogramma.
  7. Klik op ‘Status’ onder ‘Controller’. In het paneel Gebeurtenissen van het venster RAID-hulpprogramma moet een ingang staan voor elk volume waarvan de LUN-map opnieuw is aangemaakt.

Meer informatie

Het heeft de voorkeur dat deze procedure wordt uitgevoerd met de schijven geïnstalleerd in de computer waarin ze normaal gesproken staan. Het is echter mogelijk om de stations over te brengen naar een andere computer die op een vergelijkbare manier is geconfigureerd, waarna u deze procedure op de RAID-volumes kunt uitvoeren.

Ga voorzichtig te werk als dit wordt gedaan.

Opmerkingen

  1. Vergeet niet op alle schijven het sleufnummer te schrijven waarin ze op dat moment huizen, zodat ze weer op dezelfde manier opnieuw geïnstalleerd kunnen worden.
  2. RAID-sets geconfigureerd op een Mac Pro (begin 2009) of Mac Pro (medio 2010) worden niet herkend op een Mac Pro (origineel) of Mac Pro (begin 2008).
  3. RAID-sets geconfigureerd op een Xserve (begin 2009) worden niet herkend op een Xserve (eind 2006) of Xserve (begin 2008).
  4. Apple Drive Modules die worden verplaatst vanaf een Xserve (eind 2006) of Xserve (begin 2008), moeten alleen worden verplaatst naar een andere Xserve (eind 2006) of Xserve (begin 2008). Indien ze worden ingevoegd in een Xserve (begin 2009), worden ze niet meer herkend door de Xserve RAID-kaart in de Xserve (eind 2006) of Xserve (begin 2008) waarin ze oorspronkelijk waren geïnstalleerd. Wanneer de stations of Apple Drive Modules worden verplaatst naar Mac Pro (begin 2009) of Mac Pro (medio 2010) of Xserve-modellen, wordt een hardwaremigratie uitgevoerd op de stations.
  5. Als een andere Mac Pro wordt gebruikt om het RAID-volume te repareren, moet er een Mac Pro RAID-kaart in zijn geïnstalleerd.
  6. Als een andere Xserve wordt gebruikt om het RAID-volume te repareren, moet er een Xserve RAID-kaart in zijn geïnstalleerd.
  7. Als het RAID-volume dat wordt gerepareerd was geconfigureerd in een Mac Pro (origineel) of Mac Pro (begin 2008), kan de Mac Pro die wordt gebruikt om het RAID-volume te repareren maar een van deze twee modellen zijn.
  8. Als het RAID-volume dat wordt gerepareerd was geconfigureerd in een Mac Pro (begin 2009) of Mac Pro (medio 2010), kan de Mac Pro die wordt gebruikt om het RAID-volume te repareren maar een van deze twee modellen zijn.
  9. Als het RAID-volume dat wordt gerepareerd was geconfigureerd in een Xserve (eind 2006) of Xserve (begin 2008), kan de Xserve die wordt gebruikt om het RAID-volume te repareren een van deze twee modellen zijn.
  10. Als het RAID-volume dat wordt gerepareerd was geconfigureerd in een Xserve (begin 2009), moet de Xserve die wordt gebruikt om het RAID-volume te repareren ook een Xserve (begin 2009) zijn.

Informatie over producten die niet door Apple zijn gemaakt of externe websites die niet door Apple worden beheerd of getest, wordt verstrekt zonder aanbeveling of goedkeuring. Apple aanvaardt geen aansprakelijkheid wat betreft de keuze, de prestaties of het gebruik van websites of producten van derden. Apple doet geen enkele toezegging met betrekking tot de juistheid of de betrouwbaarheid van websites van derden. Aan het gebruik van internet zijn risico’s verbonden. Neem contact op met de leverancier voor meer informatie. Andere bedrijfs- en productnamen zijn mogelijk handelsmerken van de respectievelijke eigenaars.

Publicatiedatum: