AirDrop gebruiken op een Mac

Met AirDrop verstuurt u draadloos documenten, foto's, video's, websites, kaartlocaties en meer naar een iPhone, iPad, iPod touch of Mac in de buurt.

Materiaal delen via AirDrop

Materiaal delen vanuit de Finder:

  1. Kies 'Ga' > 'AirDrop' in de menubalk van de Finder of selecteer 'AirDrop' in de navigatiekolom van een Finder-venster.
  2. In het AirDrop-venster ziet u AirDrop-gebruikers in de buurt. U sleept nu een of meer documenten, foto's of andere bestanden naar de in het venster weergegeven ontvanger.

U kunt ook de functie voor het delen van items gebruiken:

  1. Open het bestand dat u wilt versturen en klik in de app op 'Deel' Deelknop. Of Control-klik op het bestand in de Finder en kies 'Deel' in het contextuele menu.
  2. In het Deel-menu ziet u verschillende opties voor het delen van items. Kies 'AirDrop'.
  3. Selecteer een ontvanger in het AirDrop-venster. Wanneer de ontvanger het verzoek heeft geaccepteerd en het bestand is verzonden, klikt u op 'Gereed'.

U kunt ook materiaal delen vanaf uw iPhone, iPad of iPod touch.

Materiaal ontvangen via AirDrop

Wanneer iemand in de buurt probeert materiaal naar u te versturen via AirDrop, kunt u het verzoek weigeren of accepteren. U ziet het verzoek in het AirDrop-venster of in de vorm van een melding:

Materiaal dat u op uw Mac ontvangt, wordt bewaard in de map 'Downloads'.

Als u het andere apparaat niet ziet in AirDrop

Als een apparaat niet wordt vermeld als AirDrop-ontvanger, controleert u of wifi en Bluetooth op beide apparaten ingeschakeld zijn en of de apparaten niet meer dan 9 meter van elkaar verwijderd zijn. Als dat niet helpt, controleert u de volgende instellingen op uw Mac of iOS-apparaat.

Op een Mac:

  • Kies 'Ga' > 'AirDrop' in de menubalk van de Finder en zorg dat AirDrop ingeschakeld is.
  • Klik onderin het AirDrop-venster op de instelling 'Ik mag worden gevonden door'. Als AirDrop is ingesteld om materiaal 'Alleen van contacten' te ontvangen, moeten beide apparaten ingelogd zijn bij iCloud en moet het e-mailadres of telefoonnummer van de Apple ID van de afzender voorkomen in de Contacten-app op uw Mac.
  • Als de Mac uit 2012 of eerder is, klikt u op 'Vindt u niet wat u zoekt?' in het AirDrop- of Deel-venster van de Mac die de items deelt. Klik vervolgens op 'Zoek naar een oudere Mac'.
  • Als de ontvangende Mac gebruikmaakt van OS X Mavericks of lager, zorgt u dat er een AirDrop-venster geopend is op die Mac: kies 'Ga' > 'AirDrop' in de menubalk van de Finder.
  • Zorg dat 'Blokkeer alle inkomende verbindingen' uitgeschakeld is in het voorkeurenpaneel 'Beveiliging en privacy' op de ontvangende Mac.

Op een iPhone, iPad of iPod touch:

  • Controleer de AirDrop-instelling in het bedieningspaneel. Als AirDrop is ingesteld om materiaal 'Alleen van contacten' te ontvangen, moeten beide apparaten ingelogd zijn bij iCloud en moet het e-mailadres of telefoonnummer van de Apple ID van de afzender voorkomen in de Contacten-app op uw iOS-apparaat.
  • Zorg dat Persoonlijke hotspot is uitgeschakeld in 'Instellingen'> 'Mobiel netwerk' van het ontvangende iOS-apparaat.

Systeemvereisten voor AirDrop

Als u materiaal wilt uitwisselen tussen een Mac en een iPhone, iPad of iPod touch, hebt u deze apparaten en besturingssystemen nodig:

  • Mac uit 2012 of later (behalve Mac Pro uit medio 2012) met OS X Yosemite of hoger
  • iPhone, iPad of iPod touch met iOS 7 of hoger

Materiaal kan alleen worden uitgewisseld tussen de volgende Mac-computers:

  • MacBook Pro geïntroduceerd eind 2008 of later, behalve MacBook Pro (17-inch, eind 2008)
  • MacBook Air geïntroduceerd eind 2010 of later
  • MacBook geïntroduceerd eind 2008 of later, behalve de witte MacBook (eind 2008)
  • iMac geïntroduceerd begin 2009 of later
  • Mac mini geïntroduceerd medio 2010 of later
  • Mac Pro geïntroduceerd begin 2009 (model met AirPort Extreme-kaart) of medio 2010
  • iMac Pro (alle modellen)
Publicatiedatum: