Netwerklocaties gebruiken op de Mac

Met de functie 'Locaties' in de netwerkvoorkeuren kunt u snel wisselen tussen verschillende combinaties van netwerkinstellingen.

De mogelijkheid om te wisselen tussen verschillende combinaties van netwerkinstellingen kan onder andere van pas komen in de volgende situaties:

  • U gebruikt hetzelfde netwerktype (bijvoorbeeld Ethernet) thuis en op het werk, maar met de instellingen die u op het werk gebruikt, kan de Mac niet automatisch verbinding maken met eenzelfde type netwerk thuis.
  • De Mac maakt thuis en op het werk verbinding met meerdere netwerkvoorzieningen (bijvoorbeeld zowel Ethernet als wifi), maar op het werk wilt u de Mac bij voorkeur verbinding laten maken via Ethernet, en thuis bij voorkeur via wifi. Met andere woorden, u wilt voor elke locatie een andere voorzieningenvolgorde.
  • De Mac maakt geen verbinding met uw netwerk en u wilt uw netwerkinstellingen snel opnieuw instellen om de zaak te testen, zonder uw huidige netwerkinstellingen kwijt te raken.

In elk van deze voorbeelden kan de functie 'Locaties' in de netwerkvoorkeuren uitkomst bieden. 


Een netwerklocatie toevoegen of verwijderen

  1. Kies het Apple-menu () > 'Systeemvoorkeuren' en klik op 'Netwerk'.
  2. Het venstermenu 'Locatie' toont de naam van de momenteel geselecteerde combinatie van netwerkinstellingen. De standaardlocatie heet 'Automatisch'. Kies in dit menu de optie 'Wijzig locaties'.Voorkeurenpaneel 'Netwerk' met het venstermenu 'Locaties'
  3. Klik op de knop 'Voeg toe' (+) onder de lijst van locaties en typ vervolgens een naam voor de nieuwe locatie, bijvoorbeeld 'Werk', 'Thuis' of 'Mobiel'. (U verwijdert een locatie door onder de lijst op de verwijderknop (-) te drukken.)
  4. Klik op 'Gereed'. Het Locatie-menu toont nu de naam van uw nieuwe locatie. Wijzigingen die u hier maakt in de wifi-, ethernet- of andere netwerkinstellingen, worden bewaard voor die locatie wanneer u op 'Pas toe' klikt. De netwerkinstellingen voor uw vorige locatie worden niet gewijzigd. U kunt dus altijd weer terug via het Locatie-menu.
  5. Klik op 'Pas toe' om de instellingen te bewaren en de overschakeling van de vorige locatie naar de nieuwe te voltooien. De Mac probeert nu automatisch voor elk type netwerk de juiste instellingen te bepalen. Als u de instellingen handmatig moet wijzigen, moet u daarna op 'Pas toe' klikken.


Van locatie wisselen

Als u meerdere locaties hebt, kunt u op de volgende twee manieren van locatie wisselen:

  • U gebruikt het venstermenu 'Locatie' in de netwerkvoorkeuren, zoals hierboven beschreven. Vergeet niet om op 'Pas toe' te klikken nadat u een locatie hebt gekozen.
  • Of u kiest het Apple-menu > 'Locatie' in de menubalk en selecteert de gewenste locatie in het submenu.


De volgorde van netwerkvoorzieningen wijzigen

Als u netwerklocaties gebruikt omdat u voor elke locatie een andere netwerkvoorziening (zoals wifi of Ethernet) wilt gebruiken voor de verbinding, volgt u deze stappen om de volgorde van de voorzieningen (ook wel 'poortprioriteit' genoemd) in te stellen voor elke locatie.

  1. Kies het Apple-menu > 'Systeemvoorkeuren' en klik op 'Netwerk'.
  2. Kies in het menu 'Locatie' de locatie die u wilt wijzigen.
  3. Klik op het Actie-menu onder de lijst van services en kies vervolgens de optie 'Stel volgorde voorzieningen in'.
  4. Sleep de voorzieningen naar de gewenste positie in de lijst. De Mac probeert nu eerst verbinding te maken via de eerste voorziening in de lijst, en gaat dan de lijst af net zolang tot er succesvol verbinding wordt gemaakt.
    De positie van VPN-verbindingen kan niet worden gewijzigd, omdat deze altijd voorrang hebben op andere verbindingen.
  5. Klik op 'OK' en dan op 'Pas toe' om de gewijzigde voorzieningenvolgorde te activeren.


Voorkomen dat een netwerkvoorziening wordt gebruikt

Voor de locatie met de naam 'Automatisch' worden standaard alle beschikbare netwerkvoorzieningen (ook wel 'poorten' of 'interfaces' genoemd) geactiveerd, ongeacht of ze gebruikt worden voor een netwerkverbinding of niet. De Mac doorzoekt automatisch deze voorzieningen tot er een netwerk- of internetverbinding wordt gevonden. Stel dat u bijvoorbeeld thuis een wifinetwerk gebruikt, maar op het werk een Ethernet-netwerk. De Mac detecteert automatisch welke van deze netwerkvoorzieningen moet worden gebruikt om verbinding te maken.

Als u niet wilt dat de Mac een bepaalde voorziening (bijvoorbeeld wifi) gebruikt, kunt u deze voorziening uitschakelen in uw netwerklocatie:

  1. Kies het Apple-menu > 'Systeemvoorkeuren' en klik op 'Netwerk'.
  2. Kies in het menu 'Locatie' de locatie die u wilt wijzigen.
  3. Klik op het Actie-menu onder de lijst van services en kies vervolgens de optie 'Maak voorziening inactief'.
  4. Klik op 'Toepassen'. 
Publicatiedatum: