AirPort-basisstations: een goed begrip van de bevoegdheden van gebruikersaccounts voor Beveiligde gedeelde schijven

Lees hier meer over de verschillende bevoegdheden van gebruikersaccounts voor Beveiligde gedeelde schijven.

Als u een AirPort-basisstation met ondersteuning voor een harde schijf gebruikt, kunt u afzonderlijke mappen configureren waarin gebruikers hun bestanden op de harde schijf kunnen bewaren. Deze worden gebruikersaccounts voor Beveiligde gedeelde schijven genoemd. In dit artikel wordt uitgelegd hoe lees-/schrijftoegang werkt bij deze accounts wanneer u ze configureert.

Wanneer u een gebruikersaccount voor Beveiligde gedeelde schijven configureert, hebt u drie keuzes voor bestandsdeling:

  • Niet toegestaan: kies deze instelling als u niet wilt dat de gebruiker bestanden op de schijf kan zien of bewaren. Deze instelling gebruikt u wanneer u een persoon tijdelijk toegang tot de schijf wilt negeren.
  • Alleen lezen: kies deze optie als u wilt toestaan dat een gebruiker bestanden op de schijf kan zien en openen maar niet kan bewerken en op de schijf bewaren. Een gebruiker met deze bevoegdheden kan echter geopende bestanden bewerken en bewaren op andere harde schijven waarvoor die gebruiker schrijfbevoegdheden heeft.
  • Lezen en schrijven: kies deze optie als u wilt toestaan dat een gebruiker bestanden op de schijf kan openen, bewerken en bewaren.

Lees-/schrijftoegang voor een gebruiker instellen

  1. Open AirPort-configuratieprogramma in de map Programma’s > Hulpprogramma’s.
  2. Selecteer het basisstation dat u wilt instellen.
  3. Klik op Wijzig.
  4. Klik op Schijven.
  5. Kies in het venstermenu Beveiligde gedeelde schijven de optie ‘Met accounts’.
  6. Klik op Voeg toe (+).
  7. Voer de gebruikersnaam en het wachtwoord voor de gebruiker in.
  8. Kies Lezen en schrijven, Alleen lezen of Niet toegestaan in het venstermenu Bestandsdeling, afhankelijk van welke bevoegdheden u de gebruiker wilt verlenen.
  9. Klik op Bewaar.
  10. Klik op Werk bij.

 

Publicatiedatum: