MacBook Air (13-inch, M5) - MagSafe 3-kaart
Voordat je begint
Waarschuwing
Lees Batterijveiligheid en volg de richtlijnen voor werkplekken en de omgang met batterijen voordat je begint.
Verwijder de volgende onderdelen voordat je begint:
Gereedschap
Instelbare momentschroevendraaier (10-34 Ncm)
ESD-veilig pincet
Tape voor afdekplaatje van I/O-connector
Nylon sonde (zwart staafje)
Momentschroevendraaier (blauw, 0,65 kgf cm)
Torx Plus 3IP 44-mm halve-maanbitje
Torx Plus 3IP 25-mm bitje
Torx Plus 5IP 50-mm bitje
USB-C-naar-MagSafe 3-kabel
Raadpleeg een volledige lijst met gereedschappen die nodig zijn voor alle reparaties.
Opmerking: Voor deze procedure heb je de tape voor het afdekplaatje van de I/O-connector nodig. Deze wordt meegeleverd met een vervangende MagSafe 3-kaart en ook verkrijgbaar is bij een vervangend afdekplaatje van de I/O-connector.
Demontage
Opmerking: Als je de demontagestappen al hebt voltooid, kun je meteen verdergaan met het opnieuw monteren van onderdelen.
Til de rechteronderrand van de afdekband van de invoer/uitvoer (I/O) connector op.

Verwijder de tape van het afdekplaatje van de I/O-connector.

Gebruik de blauwe momentschroevendraaier met het 3IP 44-mm halve-maanbitje om de vier 3IP-schroeven (923-14457) uit het afdekplaatje van de I/O-connector te verwijderen. Verwijder het afdekplaatje en bewaar het om het later weer te monteren.

Til het uiteinde van de flexkabel van de MagSafe 3-kaart uit de connector.

Gebruik de instelbare momentschroevendraaier van 10-34 Ncm met het 3IP 25-mm bitje om de twee 3IP-schroeven (923-14460) te verwijderen uit de MagSafe 3-kaarthouder.

Gebruik de instelbare momentschroevendraaier van met het 5IP-bitje om de twee 5IP-schroeven (923-12550) te verwijderen uit de MagSafe 3-kaart.

Verwijder de MagSafe 3-kaarthouder en bewaar deze om later weer te monteren.

Kantel de MagSafe 3-kaart omhoog zoals afgebeeld, totdat deze net boven de rand van het moederbord komt (1). Pak de MagSafe 3-kaart vast bij de beugel aan de kant van de connector en verwijder deze uit de bovenbehuizing (2).
Voorzichtig: Raak het moederbord niet aan terwijl je de MagSafe 3-kaart verwijdert.
Montage
Pak de MagSafe 3-kaart vast bij de beugel aan de kant van de connector. Plaats vervolgens de MagSafe 3-kaart zoals aangegeven in de bovenbehuizing.

Gebruik de instelbare momentschroevendraaier van 10-34 Ncm met het 5IP-bitje om de twee 5IP-schroeven (923-12550) gedeeltelijk terug te plaatsen in de MagSafe 3-kaart.
Voorzichtig: Zorg dat de flexkabel van de MagSafe 3-kaart tijdens de montage niet wordt afgekneld of vast komt te zitten onder de 5IP-schroef. De flexkabel moet op de schroef worden geplaatst. Als de flexkabel beschadigd is, moet je de MagSafe 3-kaart vervangen.


Steek het MagSafe 3-uiteinde van de USB-C-naar-MagSafe 3-kabel in de MagSafe 3-poort voor een juiste uitlijning van de MagSafe 3-kaart.
Gevaar: De USB-C-naar-MagSafe 3-kabel mag geen stroom krijgen.

Plaats de MagSafe 3-kaarthouder in de bovenbehuizing. Gebruik vervolgens de instelbare momentschroevendraaier met het 3IP 25-mm bitje om de twee 3IP-schroeven (923-14460) iets aan de draaien in de MagSafe 3-kaarthouder.


Stel de instelbare momentschroevendraaier in op een draaimoment van 10 Ncm. Duw en houd de MagSafe 3-kaarthouder tegen de bovenbehuizing zoals afgebeeld. Gebruik vervolgens de instelbare momentschroevendraaier met het 3IP 25-mm bitje om de twee 3IP-schroeven (923-14460) goed aan te draaien in de MagSafe 3-kaarthouder.

Stel de instelbare momentschroevendraaier in op een draaimoment van 17,5 Ncm. Gebruik vervolgens de instelbare momentschroevendraaier met het 5IP-bitje om de twee 5IP-schroeven goed aan te draaien in de MagSafe 3-kaarthouder (1). Haal de USB-C-naar-MagSafe 3-kabel uit de MagSafe 3-poort (2).

Druk het uiteinde van de flexkabel van de MagSafe 3-kaart in de connector.

Plaats het afdekplaatje van de I/O-connector over de uiteinden van de flexkabels. Gebruik de blauwe momentschroevendraaier met het 3IP 44-mm halve-maanbitje om de vier 3IP-schroeven (923-14457) terug te plaatsen in het afdekplaatje van de I/O-connector.


Verwijder de beschermlaag van de vervangende tape van het afdekplaatje van de I/O-connector.
Lijn de tape voor het afdekplaatje van I/O-connector uit met de rechterrand en de rechterbovenhoek van het afdekplaatje van I/O-connector, zoals afgebeeld. Druk nu in de lengterichting op de tape van het afdekplaatje van de I/O-connector om deze op het afdekplaatje te bevestigen.
Voorzichtig: Zorg ervoor dat de tape van het afdekplaatje van de I/O-connector niet over de rand van het afdekplaatje van de I/O-connector steekt.

Trek de linkerbovenhoek van de plakstrip iets los. Rol de afdekstrip van het afdekplaatje van de I/O-connector vervolgens langzaam los.

Plaats de volgende onderdelen terug om de montage te voltooien: