Dit artikel is gearchiveerd,het wordt niet meer bijgewerkt door Apple.

OS X Server (Mountain Lion): schijfkopieën maken voor NetInstall, NetRestore en NetBoot

Je kunt OS X via een netwerk installeren met de NetInstall-service van OS X Server met behulp van NetInstall- of NetRestore-schijfkopieën. Je kunt clientsystemen ook via het netwerk opstarten vanaf een gestandaardiseerde installatie van OS X met behulp van NetBoot-schijfkopieën.

Lees hoe je schijfkopieën maakt die de hardware van je clientsystemen ondersteunen.

Macs worden geleverd met een specifieke versie van OS X. Je kunt de versie en build van het besturingssysteem bekijken door de stappen in dit artikel te volgen.

Als de versie en build van je Mac nieuwer zijn dan de versie en build van het besturingssysteem dat beschikbaar is in de Mac App Store, moet je de computerspecifieke build gebruiken waarmee je Mac is geleverd om een schijfkopie te maken voor die specifieke hardware, door de volgende stappen uit te volgen:

  1. Optioneel: start het clientsysteem op in Internetherstel en herstel het besturingssysteem.

  2. Optioneel: nadat de software van het clientsysteem is hersteld, kun je gebruikersaccounts aanmaken, extra software installeren en eventuele andere configuratiewijzigingen aanbrengen die je in de schijfkopie wilt opnemen.

  3. Verbind je clientsysteem met een beheerderssysteem via doelschijfmodus.

  4. Open op het beheerderssysteem System Image Utility in de map /System/Library/CoreServices.

  5. De schijf van het clientsysteem verschijnt als bron in System Image Utility, waarmee je een NetRestore- of NetBoot-schijfkopie kunt maken. Selecteer deze en ga verder met het maken van de schijfkopie.

Als je Mac is geleverd met een versie en build die ouder zijn dan de versie en build van het besturingssysteem dat beschikbaar is in de Mac App Store, kun je de versie uit de Mac App Store gebruiken om een schijfkopie aan te maken dat op je Mac werkt, door de onderstaande stappen uit te voeren:

  1. Controleer of het clientsysteem voldoet aan de vereisten voor de versie van OS X die je gaat downloaden uit de Mac App Store.

  2. Log op een beheerderssysteem in bij de Mac App Store en download de nieuwste beschikbare versie van OS X.

  3. Open System Image Utility in de map /System/Library/CoreServices.

  4. De gedownloade versie van OS X verschijnt als bron in System Image Utility, waarmee je een NetInstall-, NetRestore- of NetBoot-schijfkopie kunt maken. Selecteer deze en ga verder met het maken van de schijfkopie.

Voorbeeld

In het volgende voorbeeld is OS X gedownload uit de Mac App Store op een beheerderssysteem en is een Mac mini (eind 2012) met de computerspecifieke build waarmee het is geleverd, verbonden via doelschijfmodus. Nadat je System Image Utility hebt geopend op het beheerderssysteem, worden zowel de app 'Installeer OS X Mountain Lion' als het volume van de Mac mini weergegeven als bronnen die je kunt gebruiken om schijfkopieën aan te maken. Let op: de versie van OS X die wordt geïnstalleerd door de app 'Installeer OS X Mountain Lion' is v10.8.2 en de build is 12C60:

System Image Utility waarop 'Installeer OS X Mountain Lion' wordt weergegeven.

De versie van OS X op het volume van de Mac mini is ook 10.8.2, maar de build is 12C2034:

Schermafbeelding van het venster 'Maak een netwerkschijfkopie aan' in OS X System Image Utility.

Aangezien 12C2034 nieuwer is dan 12C60, is het nodig om met het gekoppelde volume een schijfkopie te maken voor andere Mac mini-systemen (eind 2012) die zijn geleverd met build 12C2034, in plaats van de app 'Installeer OS X Mountain Lion'. Als de build die beschikbaar was in de Mac App Store nieuwer was dan 12C2034, had de app 'Installeer OS X Mountain Lion' als bron gebruikt kunnen worden om schijfkopieën te maken voor systemen die met build 12C2034 werden geleverd.

Meer informatie

Zorg ervoor dat je in System Image Utility alleen een volume met een installatie van OS X of een versie van OS X die is gedownload uit de Mac App Store gebruikt als schijfkopiebron. Opmerking: Het bestand InstallESD.dmg mag niet rechtstreeks worden gebruikt bij het installeren van OS X of bij het maken van een schijfkopie, omdat dit onverwachte resultaten kan veroorzaken.

Publicatiedatum: