OS X Yosemite: De aanwijzer besturen met de functie Muistoetsen

This article has been archived and is no longer updated by Apple.
De aanwijzer besturen met de functie Muistoetsen

Wanneer de functie Muistoetsen is ingeschakeld, kunt u de muisaanwijzer verplaatsen en de muisknop indrukken via het toetsenbord of het numerieke toetsenblok.

Om Muistoetsen snel in of uit te schakelen, drukt u op Option + Command + F5 en schakelt u vervolgens het aankruisvak 'Activeer muistoetsen' in of uit. U kunt het aankruisvak ook in- of uitschakelen in het paneel 'Muis en trackpad' van het paneel 'Toegankelijkheid' in Systeemvoorkeuren.

Om dit paneel te openen, kiest u Apple-menu > 'Systeemvoorkeuren' en klikt u vervolgens op 'Toegankelijkheid' en 'Muis en trackpad'.

Hieronder ziet u welke toetsen u kunt gebruiken op een toetsenbord (de toetsen aan de linkerkant) en welke toetsen u kunt gebruiken op een numeriek toetsenblok (de toetsen aan de rechterkant) als Muistoetsen is ingeschakeld.

Toetsen waarmee u de muisaanwijzer kunt verplaatsen als Muistoetsen is ingeschakeld.

De muisaanwijzer verplaatsen:

Met een numeriek toetsenblok: Gebruik de toetsen 7, 8, 9, 4, 6, 1, 2 en 3 op het toetsenblok.

Met het toetsenbord: Gebruik de toetsen 7, 8, 9, U, O, J, K en L.

Met de muis klikken:

Met een numeriek toetsenblok: Druk op 5 op het toetsenblok.

Met het toetsenbord: Druk op I.

De muisknop ingedrukt houden:

Met een numeriek toetsenblok: Druk op 0 (nul) op het toetsenblok.

Met het toetsenbord: Druk op M.

De muisknop loslaten:

Met een numeriek toetsenblok: Druk op . (punt) op het toetsenblok.

Met het toetsenbord: Druk op . (punt).

Als Muistoetsen is ingeschakeld, kunt u geen tekst invoeren met het toetsenbord of het numerieke toetsenblok.

Published Date: 11-sep-2017
Helpful?