macOS High Sierra

De functie 'Cursor volgen' configureren of uitschakelen

De VoiceOver-cursor en de toetsenbordfocus zijn standaard gesynchroniseerd, dat wil zeggen dat ze elkaar volgen. Dit wordt het 'volgen van de cursor' genoemd. Je kunt ook instellen dat de VoiceOver-cursor en de muisaanwijzer elkaar moeten volgen.

Het kan handig zijn om het volgen van de cursor uit te schakelen en het toetsenbord, de muisaanwijzer en het invoegpunt onafhankelijk van elkaar te gebruiken. In Berichten kun je de VoiceOver-cursor bijvoorbeeld naar het berichtgedeelte verplaatsen om binnenkomende berichten te horen, terwijl de toetsenbordfocus in het tekstveld blijft om uitgaande berichten te typen.

Opmerking: "VO" staat voor de speciale VoiceOver-toets.

Cursor volgen inschakelen voor de muis

  • Open VoiceOver-programma (druk op VO + F8 wanneer VoiceOver is ingeschakeld), klik op de categorie 'Navigatie', klik op het venstermenu 'Muisaanwijzer' en kies tot slot een optie voor de muisaanwijzer:

    • Volgt VoiceOver-cursor

    • Verplaatst VoiceOver-cursor

Het volgen van de cursor uitschakelen

  1. Open VoiceOver-programma (druk op VO + F8 wanneer VoiceOver is ingeschakeld), klik op de categorie 'Navigatie' en schakel 'Synchroniseer toetsenbordfocus en VoiceOver-cursor' uit.

  2. Klik op het venstermenu 'Muisaanwijzer' en kies 'Negeert VoiceOver-cursor'.

Om het volgen van de cursor tijdelijk in of uit te schakelen terwijl je werkt, druk je op VO + Shift + F3. Met dit commando worden de instellingen in VoiceOver-programma niet gewijzigd. De instellingen worden alleen in- of uitgeschakeld totdat je nogmaals op het commando drukt.

Werken met cursor volgen uitgeschakeld

  • De VoiceOver-cursor naar de toetsenbordfocus verplaatsen: Druk op VO + Shift + F4.

  • De toetsenbordfocus naar de VoiceOver-cursor verplaatsen: Druk op VO + Command + F4.

  • De VoiceOver-cursor verplaatsen naar de focus van de muisaanwijzer: Druk op VO + Shift + F5.

  • De muisaanwijzer verplaatsen naar de focus van de VoiceOver-cursor: Druk op VO + Command + F5.