macOS High Sierra

Je Mac verbinden met een netwerkaccountserver

Als je je Mac verbindt met een netwerkaccountserver, kun je voorzieningen gebruiken voor onder andere contacten, een agenda, e-mail en instant messaging. Je krijgt toegang tot deze voorzieningen met Contacten, Agenda, Mail, Berichten en andere programma's op je Mac. Je kunt deze voorzieningen alleen gebruiken als je Mac is verbonden met de netwerkaccountserver.

Je kunt je Mac met een of meer netwerkaccountservers verbinden. Vraag indien nodig de beheerder van de netwerkaccountserver om hulp om er zeker van te zijn dat je je computer met de juiste servers verbindt.

Verbinding maken met een netwerkaccountserver

  1. Kies Apple-menu > 'Systeemvoorkeuren', klik op 'Gebruikers en groepen' en klik vervolgens op 'Inlogopties'.

    Open het paneel 'Inlogopties' van het paneel 'Gebruikers en groepen' in Systeemvoorkeuren

  2. Klik op het hangslot  om het te ontgrendelen en typ vervolgens de naam en het wachtwoord van een beheerder.

  3. Klik op de knop naast 'Netwerkaccountserver'.

    De knop heeft de naam 'Verbind' als je nog geen verbinding met een netwerkaccountserver hebt. De knop heeft de naam 'Wijzig' als er al een bestaande verbinding is.

  4. Als je op 'Wijzig' hebt geklikt, klik je op de knop met het plusteken .

  5. Typ de volledig gekwalificeerde domeinnaam van een netwerkaccountserver in het veld 'Server' of kies een netwerkaccountserver uit de lijst 'Server'.

  6. Om nog een serververbinding toe te voegen, klik je op de knop met het plusteken  en herhaal je stap 5.

  7. Klik op 'OK'.

Als de naam van je computer een koppelteken (-) bevat, is het mogelijk dat je je computer niet kunt verbinden met een netwerkaccountserver. In het paneel 'Delen' in Systeemvoorkeuren kun je de naam van je computer opvragen en deze indien nodig wijzigen.

Kies Apple-menu > 'Systeemvoorkeuren' en klik op 'Delen'.

Open het paneel 'Delen' in Systeemvoorkeuren

Het gebruik van een netwerkaccountserver beëindigen

  1. Kies Apple-menu > 'Systeemvoorkeuren', klik op 'Gebruikers en groepen' en klik vervolgens op 'Inlogopties'.

    Open het paneel 'Inlogopties' van het paneel 'Gebruikers en groepen' in Systeemvoorkeuren

  2. Klik op het hangslot  om het te ontgrendelen en typ vervolgens de naam en het wachtwoord van een beheerder.

  3. Klik op 'Wijzig'.

  4. Selecteer de server die je niet meer wilt gebruiken en klik op de knop met het minteken .

  5. Klik op 'Stop gebruik server' en klik op 'Gereed'.

Verbinding met netwerkaccountservers controleren

  1. Kies Apple-menu > 'Systeemvoorkeuren', klik op 'Gebruikers en groepen' en klik vervolgens op 'Inlogopties'.

    Open het paneel 'Inlogopties' van het paneel 'Gebruikers en groepen' in Systeemvoorkeuren

  2. Klik op het hangslot  om het te ontgrendelen en typ vervolgens de naam en het wachtwoord van een beheerder.

  3. Klik op 'Wijzig'.

  4. Kijk naar de kleur van de stip links van de servernaam in de lijst:

    • Groen: De serververbinding werkt.

    • Geel: Je computer wacht op een reactie van de server.

    • Rood: Je computer is niet verbonden met de server.

Voor de meeste netwerkvoorzieningen heb je een gebruikersaccount nodig op de server die de voorzieningen aanbiedt. Er kunnen specifieke gebruikersaccounts zijn, maar de server kan ook gebruikmaken van netwerkgebruikersaccounts. In een netwerk met meerdere servers gebruiken alle servers doorgaans dezelfde netwerkgebruikersaccounts. Deze netwerkaccounts worden aangeboden door een netwerkaccountserver, ook wel een adreslijstserver genoemd.