Over Apple Remote Desktop v3.5

In dit artikel wordt versie 3.5 van Apple Remote Desktop beschreven.

Dit artikel is gearchiveerd en wordt niet meer bijgewerkt door Apple.

Apple Remote Desktop v3.5 bevat twee updatepakketten:

  • Apple Remote Desktop Client 3.5.1 werkt de software bij die Extern beheer toelaat (ingeschakeld in de voorkeuren voor Delen in Systeemvoorkeuren). Deze is beschikbaar als een automatische Software-update en als een handmatige download in Apple Supportdownloads.

  • Apple Remote Desktop Admin 3.5 werkt het programma Remote Desktop bij dat kan worden gebruikt om Apple Remote Desktop-clients op afstand te beheren. Voor gebruikers die Apple Remote Desktop vanaf een fysieke schijf hebben geïnstalleerd, is de update beschikbaar als een automatische Software-update en als een handmatige download in Apple Supportdownloads. Voor gebruikers die Apple Remote Desktop hebben aangeschaft in de Mac App Store, verschijnt de update op de tab Updates van de Mac App Store.
     

Systeemvereisten

De Apple Remote Desktop v3.5-update vereist het volgende:

  • Mac OS X v10.6 of Mac OS X Server v10.6, of hoger
  • Apple Remote Desktop 3.0 of hoger
  • Een netwerkverbinding via Ethernet (aanbevolen), AirPort (Wi-Fi) of IP via FireWire

OS X Lion en Lion Server vereisen Apple Remote Desktop 3.5 of hoger.
 

Compatibiliteit met oudere versies van Apple Remote Desktop

Apple Remote Desktop Admin v3.5 blijft werken met clientcomputers waarop versie 3.0, 3.1, 3.2, 3.2.2, 3.3.1, 3.3.2 en 3.4 van de clientsoftware wordt uitgevoerd.

Verbeteringen

  • Biedt compatibiliteit met OS X Lion.
  • Verbetert de stabiliteit van Remote Desktop.

Schermdeling in Lion

Als u Apple Remote Desktop gebruikt om een clientmachine te bedienen waarop Lion wordt uitgevoerd, kunt u de huidige sessie van de gebruiker gebruiken of inloggen bij een afzonderlijke sessie die niet wordt getoond op het scherm van de gebruiker en de huidige gebruiker ook niet zal onderbreken.

De voorziening Schermdeling wordt ingeschakeld in het voorkeurenpaneel Delen door ofwel Schermdeling of Extern beheer in te schakelen. In Lion heeft de voorziening waaronder Schermdeling wordt ingeschakeld invloed op de identiteitscontrole die vereist is om het scherm te delen.

Als de beheerder van Apple Remote Desktop de identiteitscontrole uitvoert met een naam die verschilt van de gebruiker die is ingelogd bij de externe computer, is het volgende van toepassing:

  • Als de voorziening werd ingeschakeld door Schermdeling in te schakelen, krijgt de gebruiker van schermdeling de optie om toegang voor delen aan te vragen aan de gebruiker die is ingelogd bij het beeldscherm.
  • Als de voorziening werd ingeschakeld door Extern beheer in te schakelen, kan de gebruiker van schermdeling gewoon kiezen om het beeldscherm te delen.
  • De gebruiker van schermdeling kan altijd kiezen om in te loggen bij een eigen sessie.


Als een beheerder van Apple Remote Desktop de identiteitscontrole uitvoert met dezelfde naam als de gebruiker die is ingelogd bij het beeldscherm, delen zij het beeldscherm. Dit is gelijk aan de werking van schermdeling in oudere versies van Mac OS X.

Als op het beeldscherm van de externe computer het inlogvenster wordt weergegeven, deelt de beheerder van Apple Remote Desktop gewoon het beeldscherm. Dit is gelijk aan de werking van schermdeling in oudere versies van Mac OS X.

Een VNC-viewer van een andere fabrikant is altijd verbonden met het inlogvenster. Als het inlogvenster niet wordt weergegeven op het beeldscherm, wordt een nieuw inlogvenster gestart dat niet op het beeldscherm wordt weergegeven. De gebruiker van schermdeling kan dan inloggen bij een willekeurige geldige account van die computer.

Voor gedetailleerde informatie over het gebruik van Apple Remote Desktop 3.5, inclusief de hierboven vermelde verbeteringen, raadpleegt u de gids voor beheerders van Apple Remote Desktop versie 3.5 die online beschikbaar is of via het menu Help.

Publicatiedatum: