802.1x-inlogvensterprofiel vereist naam en wachtwoord bij Wi-Fi-verbinding

Gebruikers moeten hun identiteit verifiëren door hun gebruikersnaam en wachtwoord in te voeren om te verzekeren dat een juiste identiteitscontrole wordt uitgevoerd bij het verbinden met een Wi-Fi-netwerk.

Als het Inlogvenster is ingesteld om een "Lijst met gebruikers" weer te geven, moet elke gebruiker die via deze methode inlogt, handmatig opnieuw een identiteitscontrole uitvoeren om verbinding te maken met het Wi-Fi-netwerk.  Als u gebruikers wilt verplichten hun gebruikersnaam op deze manier handmatig in te voeren, moet u het inlogvenster met de velden naam en wachtwoord weergeven.

Deze instelling kan op één van deze drie manieren worden geconfigureerd: via Systeemvoorkeuren, via het commando defaults of via Workgroup Manager. U hoeft slechts één methode te gebruiken.
 

Systeemvoorkeuren gebruiken op de client-Mac

  1. Kies Systeemvoorkeuren in het menu Apple ().
  2. Kies Accounts in het menu Weergave.
  3. Klik links onder op het symbool van het hangslot en voer het wachtwoord van uw beheerdersaccount in.
  4. Klik op de knop Inlogopties links onder.
  5. In het onderdeel "Weergave inlogvenster" klikt u op de optie "Naam en wachtwoord".
     Keuze Naam en wachtwoord
     
  6. Sluit Systeemvoorkeuren.
  7. Log uit om te controleren of het inlogvenster juist is ingesteld.
     

Het commando defaults op de client-Mac gebruiken

Dezelfde instelling kan ook worden geconfigureerd via de commandoregel:

  1. Zorg ervoor dat Systeemvoorkeuren niet is geopend.
  2. Open Terminal (in /Programma's/Hulpprogramma's).
  3. Als u de huidige instelling wilt zien, voert u dit commando uit:
        sudo defaults read /Library/Preferences/com.apple.loginwindow SHOWFULLNAME

    De waarde 0 (FALS) geeft aan dat "Lijst met gebruikers" de huidige instelling is.
    De waarde 1 (WAAR) geeft aan dat "Naam en wachtwoord" de huidige instelling is.
     
  4. Als u de instelling "Naam en wachtwoord" wilt gebruiken, voert u dit commando uit:
        sudo defaults write /Library/Preferences/com.apple.loginwindow SHOWFULLNAME -bool TRUE
     
  5. Log uit om te controleren of het inlogvenster juist is ingesteld.
     

Workgroup Manager op de server gebruiken

Voor een Mac OS X-client in een beheerde client-omgeving voert u de volgende stappen uit:

  1. Open Workgroup Manager in Mac OS X Server.
  2. Selecteer de computer of de computergroep waarvoor u de voorkeuren wilt wijzigen in het weergavepaneel.
  3. Klik op de knop Voorkeuren op de WGM-knoppenbalk.
  4. In het paneel Overzicht klikt u op de knop Login.
  5. Onder de tab Venster selecteert u het keuzerondje om "Altijd" te beheren.
     
     
  6. Naast "Stijl:" klikt u op de optie "Tekstvelden voor naam en wachtwoord".

     
  7. Klik achtereenvolgens op de knop Pas nu toe en de knop Gereed.
  8. Stop Workgroup Manager.
  9. Op de Mac OS X-client: log uit om te controleren of het inlogvenster juist is ingesteld.

 

Publicatiedatum: