iMac: iMac-firmware-update installeren

De volgende instructies zijn opgenomen in de Leesmij-bestanden voor alle iMac-firmware-updates.

Opmerking: nadat u de firmware hebt bijgewerkt, wordt het PRAM gereset en dient u mogelijk een aantal van uw iMac-voorkeuren opnieuw in te stellen. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat u uw opstartschijf opnieuw moet selecteren in het regelpaneel Opstartschijf. Zie de Mac OS Help voor meer informatie.

De volgende instructies zijn opgenomen in het Leesmij-bestand voor alle iMac-firmware-updates. Bepaalde iMac-modellen vereisen het gebruik van een rechtgetrokken paperclip of een ander soortgelijk voorwerp om de onderbrekingsknop te bereiken. U vindt deze knop in het ingezonken gebied met connectoren aan de rechterkant van de iMac.

    1. Dubbelklik op het iMac Firmware Updater-symbool om de update te starten.
    2. Lees de instructies op het scherm en volg ze zorgvuldig.
    3. Op een /A-configuratie wordt in een bericht gemeld dat de firmware van uw iMac moet worden bijgewerkt.


    4. Op alle andere configuraties wordt in een bericht gemeld dat u uw computer moet uitschakelen en het einde van een rechtgetrokken paperclip in het gaatje voor de programmeursknop moet steken. Volg de stappen 5 t/m 9 om het updateproces te voltooien.
    5. Klik in het dialoogvenster op Zet uit om uw computer uit te schakelen.
    6. Open het klepje over de poorten aan de rechterkant van uw iMac en steek het uiteinde van een rechtgetrokken paperclip in het gaatje van de programmeursknop (het onderste van de twee gaatjes).
    7. Houd de paperclip in het gaatje, druk op de aan/uit-knop op uw iMac of Apple USB-toetsenbord en laat deze weer los om uw iMac op te starten.
    8. Wanneer u een lange toon hoort, verwijdert u de paperclip. Wanneer de update wordt uitgevoerd, verschijnt onder aan het scherm een voortgangsbalk.
    9. Nadat uw iMac is opgestart en als het updateproces is voltooid, wordt in een bericht gemeld dat de firmware up-to-date is. Klik op OK.


Als in een bericht wordt gemeld dat de update is mislukt, gaat u terug naar stap 1 en start u het updateproces opnieuw.

Foutcontrole vóór de installatie

Een aantal voorwaarden zijn vereist voordat een firmware-update kan worden uitgevoerd. Als niet wordt voldaan aan deze voorwaarden, kunnen een aantal fouten optreden en worden de desbetreffende dialoogvensters op het scherm weergegeven.

  • Als het updateprogrammabestand buiten de map met het installatieprogramma van de update is geplaatst.
  • Als het updateprogrammabestand op een andere computer dan een iMac wordt gebruikt
  • Als Mac OS-foutcode 123 optreedt
  • Als het volume is vergrendeld
  • Als de firmware niet is herkend
  • Als geen ruimte meer vrij is op de harde schijf


Als het bestand iMac Firmware 3.0 Updater niet kan worden gevonden, verschijnt het volgende bericht. De gebruiker heeft de keuze om het updatebestand te zoeken of om het updateprogramma te annuleren.




Als de iMac Firmware Updater op een andere computer dan een iMac wordt gebruikt, verschijnt het volgende dialoogvenster.




Als een Mac OS-fout optreedt, verschijnt het volgende dialoogvenster. Dit is een algemeen foutbericht dat als plaatsaanduiding is voorbehouden voor Mac OS-foutberichten.




Als het volume dat wordt bijgewerkt, is vergrendeld, verschijnt het volgende dialoogvenster. (De meest voorkomende reden voor de vergrendeling van een volume, is het opstarten vanaf een cd. Zorg ervoor dat uw computer vanaf de harde schijf wordt opgestart.)




Als de firmware op de iMac niet wordt herkend, wordt de update niet uitgevoerd en verschijnt het volgende bericht.




Als geen ruimte meer vrij is op de harde schijf van uw Macintosh, wordt de update niet uitgevoerd en verschijnt het volgende bericht. Op de harde schijf is ongeveer 2,5 MB beschikbare ruimte nodig om de firmware-update correct te installeren.




Voorwaarden die ervoor zorgen dat de iMac Firmware Updater niet werkt

Er zijn nog andere voorwaarden die ervoor kunnen zorgen dat het updateprogramma niet werkt.

  • Als de netvoeding tijdens de update wordt onderbroken, kan het opstart-ROM beschadigd geraken en mogelijk niet meer worden opgehaald.
  • Als een /A-configuratie per ongeluk opnieuw wordt opgestart met behulp van de paperclip, wordt de update niet voltooid. De netvoeding moet 15 seconden worden losgekoppeld. Daarna kan de update opnieuw worden uitgevoerd.

Opmerking: de Open Firmware-commandoregel wordt niet gebruikt in dit firmware-updateproces. Pogingen om de firmware van een iMac bij te werken met behulp van de commandoregelmodus kunnen leiden tot beschadiging van het opstart-ROM. Wijzigingen in de open firmware van een iMac met behulp van de commandoregelmodus worden niet ondersteund en resulterende schade aan de processorkaart wordt mogelijk niet gedekt door de garantie.

Bepalen of een systeem al is bijgewerkt

Het installatieprogramma van de firmware-update controleert of de update is vereist voordat deze wordt geïnstalleerd. Als de update niet is vereist, verschijnt een dialoogvenster. Als u niet zeker weet of uw computer is bijgewerkt, voert u het update-installatieprogramma uit. Als de firmware al is bijgewerkt, wordt dit gemeld.

U kunt ook Apple Systeemprofiel versie 2.1.2 of hoger gebruiken om de versie van het momenteel geïnstalleerde opstart-ROM te bepalen. Wanneer u Apple Systeemprofiel hebt gestart, klikt u op het tabblad Systeemprofiel en klikt u vervolgens op het uitvouwdriehoekje naast Productinformatie.

Publicatiedatum: