De rootgebruiker op uw Mac inschakelen of uw rootwachtwoord wijzigen

Mac-beheerders kunnen de gebruikersaccount 'root' gebruiken om taken uit te voeren waarvoor een ruimere mate van toegang tot het systeem vereist is.

De gebruikersaccount met de naam 'root' is een supergebruiker met lees- en schrijfbevoegdheid voor een groter deel van het systeem, inclusief bestanden van andere macOS-gebruikersaccounts. De rootgebruiker is standaard uitgeschakeld. Als u met een beheerdersaccount kunt inloggen op de Mac, kunt u de rootgebruiker inschakelen en vervolgens inloggen als rootgebruiker om de taak uit te voeren.

De rootgebruiker is niet bedoeld voor algemeen gebruik. De bevoegdheden van de rootgebruiker maken het mogelijk dat wijzigingen worden aangebracht in bestanden die essentieel zijn voor de Mac. U kunt dergelijke wijzigingen mogelijk alleen terugdraaien door de systeemsoftware opnieuw te installeren. Nadat u de taak hebt voltooid, moet u de rootgebruiker weer uitschakelen.

Het gebruik van de sudo-opdracht in Terminal is veiliger dan het inschakelen van de rootgebruiker. Voor meer informatie over sudo opent u de Terminal-app en typt u man sudo.

De rootgebruiker in- of uitschakelen

  1. Kies het Apple-menu () > 'Systeemvoorkeuren' en klik op 'Gebruikers en groepen' (of 'Accounts').
  2. Klik op hangslot en voer daarna de naam en het wachtwoord van een beheerder in.
  3. Klik op 'Inlogopties'.
  4. Klik op 'Verbind' (of 'Wijzig').
  5. Klik op 'Open Adreslijsthulpprogramma'.
  6. Klik op hangslot in het venster 'Adreslijsthulpprogramma' en voer de naam en het wachtwoord van een beheerdersaccount in.
  7. In de menubalk van Adreslijsthulpprogramma:
    • Kies 'Wijzig' > 'Schakel rootgebruiker in' en geef het wachtwoord op dat u voor de rootgebruiker wilt gebruiken.
    • Of kies 'Wijzig' > 'Schakel rootgebruiker uit'.

Inloggen als rootgebruiker

Als de rootgebruiker ingeschakeld is, hebt u alleen de toegangsrechten van de rootgebruiker wanneer u ook daadwerkelijk als rootgebruiker inlogt.

  1. Kies het Apple-menu > 'Log uit' om uit te loggen bij uw huidige gebruikersaccount.
  2. Log in het inlogscherm in met de gebruikersnaam 'root' en het wachtwoord dat u voor de rootgebruiker hebt ingesteld.
    Als het inlogvenster een lijst van gebruikers bevat, klikt u op 'Andere' en logt u vervolgens in.

Vergeet niet de rootgebruiker weer uit te schakelen als u de taak hebt voltooid. 

Het rootwachtwoord wijzigen

  1. Kies het Apple-menu () > 'Systeemvoorkeuren' en klik op 'Gebruikers en groepen' (of 'Accounts').
  2. Klik op hangslot en voer daarna de naam en het wachtwoord van een beheerder in.
  3. Klik op 'Inlogopties'.
  4. Klik op 'Verbind' (of 'Wijzig').
  5. Klik op 'Open Adreslijsthulpprogramma'.
  6. Klik op hangslot in het venster 'Adreslijsthulpprogramma' en voer de naam en het wachtwoord van een beheerdersaccount in.
  7. Ga naar de menubalk in 'Adreslijsthulpprogramma' en kies 'Wijzig rootwachtwoord…' >
  8. Voer na de prompt een rootwachtwoord in.
Publicatiedatum:Wed Nov 29 18:15:11 GMT 2017