Wi-Fi-basisstations: een Wireless Distribution System (802.11b/g) instellen en configureren

In dit artikel worden de essentiële stappen beschreven die vereist zijn om een 802.11g Wireless Distribution System (WDS, Draadloos distributiesysteem) draadloos netwerk in te stellen met behulp van een AirPort Extreme (802.11g) of AirPort Express (802.11g).

Als u Mac OS X v10.4 of lager gebruikt, is het AirPort-hulpprogramma vereist voor het instellen van WDS voor Graphite en Snow 4.2.5. Als u Mac OS X v10.5 hebt, gebruikt u het AirPort-configuratieprogramma. Hieronder vindt u instructies voor elk programma.

Onderdelen van een WDS - een primair basisstation, een relaisbasisstation en een extern basisstation

➊Primair WDS-basisstation (Primaire Wi-Fi-basisstation)
➋ WDS-relaisbasisstation
➌ Extern WDS-basisstation

Een Wireless Distribution System (WDS) configureren

Instructies voor het gebruik van het AirPort-hulpprogramma voor Graphite en Snow 4.2.5

Belangrijk: het AirPort-hulpprogramma voor Graphite en Snow 4.2.5 is ontworpen voor 802.11g Wi-Fi-basisstations.

Start met het basisstation dat wordt geconfigureerd als het primaire basisstation, configureer dan het relaisbasisstation (als u er één gebruikt) en configureer ten slotte het externe basisstation.

Zorg ervoor dat de Wi-Fi-basisstations zich dicht genoeg bij elkaar bevinden zodat ze allemaal een goed radiosignaal ontvangen van het basisstation waarmee ze zijn verbonden. De locaties zijn afhankelijk van het gebouw en vereisen wellicht dat u verschillende locaties uitprobeert.

Als u de Wi-Fi-basisstations eerder hebt geconfigureerd, is het misschien nuttig dat u elk Wi-Fi-basisstation dat deel zal uitmaken van het WDS herstelt naar de fabrieksinstellingen alvorens u begint. U vindt hier informatie over hoe u dit doet.

  1. Schakel alle Wi-Fi-basisstations in en gun die even tijd om te verschijnen in het menu Extra van AirPort.
  2. Selecteer in het menu Extra van AirPort een 802.11g Wi-Fi-basisstation voor configuratie (te beginnen met het primaire basisstation). AirPort Extreme (802.11g) en AirPort Express (802.11g) zijn enkele Wi-Fi-basisstations.
  3. Open het AirPort-hulpprogramma voor Graphite en Snow, in Programma’s/Hulpprogramma’s op een Mac (u kunt het ook downloaden en installeren vanaf hier).
  4. Selecteer het Wi-Fi-basisstation in het keuzemenu voor basisstations en klik op Configureer.
  5. Maak in het onderdeel AirPort-netwerk de draadloze netwerknaam voor het WDS-netwerk aan.
  6. Optioneel: standaard wordt Draadloze beveiliging ingesteld op Niet geactiveerd waardoor geen wachtwoord vereist is om verbinding te maken met het netwerk. We raden u aan te klikken op de knop Wijzig draadloze beveiliging…,  WPA2 - persoonlijk te selecteren en een wachtwoord, dat tussen 8 en 63 tekens lang is, aan te maken.
  7. Selecteer 1 in het menu met kanalen. U kunt ook een ander kanaalnummer kiezen maar let wel dat u het best een nummer kiest dat drie kanalen verwijderd is van een ander netwerk in de buurt.
  8. Selecteer Netwerk in de knoppenbalk.
  9. Als u het primaire basisstation configureert, zorgt u ervoor dat Verspreid IP-adressen is geselecteerd (tenzij u een andere router hebt die al DHCP-voorzieningen biedt). Als u een extern basisstation of relaisbasisstation configureert, maakt u de selectie van die instelling voor dat apparaat ongedaan.
  10. Klik in de knoppenbalk op WDS.
  11. Selecteer Gebruik dit basisstation in een WDS als.
  12. Kies ‘primair basisstation’, ‘extern basisstation’ of ‘relaisbasisstation’ in het menu WDS-modus.
    • Als u een primair basisstation instelt, klikt u op de plusknop (+) en voert u de AirPort ID of het draadloze MAC-adres voor de externe basisstations in. Het duurt mogelijk enkele seconden totdat de lijst verschijnt.
    • Als u een extern basisstation toevoegt, voert u de AirPort ID of het draadloze MAC-adres van het primaire basisstation in.
    • Als u een relaisbasisstation toevoegt, voert u de AirPort ID of het draadloze MAC-adres van het primaire basisstation in en klikt u vervolgens op de plusknop (+) om de AirPort ID’s of draadloze MAC-adressen van de externe WDS-basisstations in te voeren.
  13. Klik op OK.
  14. Klik op Werk bij.

Het aankruisvak ‘Geef draadloze clients toegang tot dit basisstation’ is standaard geselecteerd. U moet dit aankruisvak geselecteerd laten voor dit basisstation en andere basisstations tenzij u een specifieke reden hebt om draadloos verkeer naar een bepaald basisstation tegen te houden. Als u de selectie van het aankruisvak ‘Geef draadloze clients toegang tot dit basisstation’ ongedaan maakt en later de instelling voor het basisstation wilt wijzigen, moet u verbinding maken met de LAN-poort van het basisstation met behulp van een Ethernet-kabel. U kunt geen draadloze verbinding maken met het basisstation zonder uw basisstation opnieuw te configureren.

Instructies voor het gebruik van AirPort-configuratieprogramma 5.5.2 of hoger

Start met het basisstation dat wordt geconfigureerd als het primaire basisstation, configureer dan het relaisbasisstation (als u er één gebruikt) en configureer ten slotte het externe basisstation. Hieronder vindt u instructies voor de configuratie van elk basisstation.

Zorg ervoor dat de Wi-Fi-basisstations zich dicht genoeg bij elkaar bevinden zodat ze allemaal een goed radiosignaal ontvangen van het basisstation waarmee ze verbonden zullen zijn. De locaties zijn afhankelijk van het gebouw en vereisen wellicht dat u verschillende locaties uitprobeert.

Als u de Wi-Fi-basisstations eerder hebt geconfigureerd, is het misschien nuttig dat u elk Wi-Fi-basisstation dat deel zal uitmaken van het WDS herstelt naar de fabrieksinstellingen alvorens u begint. U vindt hier informatie over hoe u dit doet.

WDS is ontworpen voor 802.11g en dient niet voor 802.11n-apparaten te worden gebruikt. AirPort Extreme (802.11g) en AirPort Express (802.11g) zijn enkele Wi-Fi-basisstations.

Er zijn twee stappen om het primaire WDS-basisstation te configureren. De eerste stap is de configuratie van de instellingen die u wenst voor het Wi-Fi-basisstation zodat dit station een juiste verbinding maakt met het internet ongeacht de WDS-instellingen. Zodra u dit hebt gedaan, gaat u verder met de stappen voor het primaire WDS-basisstation.

Een primair WDS-basisstation verbinden met het internet

  1. Selecteer in het menu Extra van AirPort een 802.11g Wi-Fi-basisstation om te configureren.
  2. Open AirPort-configuratieprogramma. U vindt het AirPort-configuratieprogramma in Programma’s/Hulpprogramma’s op een Mac of in Start > Alle programma’s > AirPort in Windows.
  3. Selecteer het primaire WDS Wi-Fi-basisstation in het keuzemenu van basisstations (te beginnen met het primaire basisstation) en klik op Configureer.
  4. Voer een naam voor het Wi-Fi-basisstation in.
  5. Voer een wachtwoord in om de instellingen van het Wi-Fi-basisstation te beveiligen en klik op Ga door.
  6. Selecteer Ik wil een draadloze netwerk aanmaken en klik op Ga door.
  7. Maak een naam voor het draadloze netwerk aan.
  8. Optioneel: om te voorkomen dat onbevoegde personen toegang hebben tot het draadloze netwerk, adviseren we u WPA2 - persoonlijk als de standaardbeveiligingsmethode te houden en een wachtwoord/wachtzin, die tussen 8 en 63 tekens lang is, aan te maken. Selecteer de optie die u verkiest en klik op Ga door.
  9. Selecteer het type van uw internetverbinding en klik op Ga door.
  10. Voer uw TCP/IP-informatie zoals nodig in en klik op Ga door.
  11. Klik op Werk bij.
  12. Sta toe dat het primaire basisstation opnieuw wordt opgestart.

Een primair WDS-basisstation configureren

  1. Schakel alle Wi-Fi-basisstations in en gun die even tijd om te verschijnen in het menu Extra van AirPort.
  2. Selecteer in het menu Extra van AirPort het primaire 802.11g Wi-Fi-basisstation om te configureren.
  3. Selecteer in het AirPort-configuratieprogramma het primaire WDS Wi-Fi-basisstation in de lijst met apparaten links in het venster en klik op Handmatige configuratie.
  4. Selecteer het AirPort-symbool in de knoppenbalk en klik op het tabblad Draadloos.
  5. Selecteer bij Draadloze modus de optie Neem deel aan WDS-netwerk.
  6. Klik op het tabblad WDS.
  7. Kies in WDS-modus de optie WDS - primair.
  8. Schakel Sta draadloze clients toe in (raadpleeg de eerste opmerking onderaan).
  9. Klik op de plusknop (+) en voer de AirPort ID of het draadloze MAC-adres in voor het individuele relaisbasisstation of externe basisstation die zich binnen bereik bevindt (raadpleeg de tweede opmerking onderaan) en klik vervolgens op OK. Externe WDS-basisstations die verbinding moeten maken met een WDS-relaisbasisstation omdat het primaire WDS-basisstation zich te ver bevindt, kunnen later worden geconfigureerd.
  10. Klik op Werk bij als u alle Wi-Fi-basisstations hebt toegevoegd.

Een externe WDS-basisstation configureren

  1. Zorg ervoor dat alle Wi-Fi-basisstations zijn ingeschakeld en gun die even tijd om te verschijnen in het menu Extra van AirPort.
  2. Selecteer in het menu Extra van AirPort een 802.11g Wi-Fi-basisstation om dit als een extern WDS-basisstation te configureren.
  3. Selecteer in het AirPort-configuratieprogramma het externe WDS Wi-Fi-basisstation in de kiezer van basisstations en klik op Handmatige configuratie.
  4. Selecteer het AirPort-symbool in de knoppenbalk en klik op het tabblad Draadloos.
  5. Selecteer bij Draadloze modus de optie Neem deel aan WDS-netwerk.
  6. Klik op het tabblad WDS.
  7. Kies in WDS-modus de optie WDS - extern.
  8. Schakel Sta draadloze clients toe in (raadpleeg de eerste opmerking onderaan).
  9. Voer de AirPort ID van het primaire WDS-basisstation in als u dit nog niet hebt gedaan en klik vervolgens op Werk bij.

Een WDS-relaisbasisstation configureren

  1. Zorg ervoor dat alle Wi-Fi-basisstations zijn ingeschakeld en gun die even tijd om te verschijnen in het menu Extra van AirPort.
  2. Selecteer in het menu Extra van AirPort een 802.11g Wi-Fi-basisstation voor configuratie als een WDS-relaisbasisstation.
  3. Selecteer in het AirPort-configuratieprogramma het WDS Wi-Fi-relaisbasisstation in het keuzemenu van basisstations en klik op Handmatige configuratie.
  4. Selecteer het AirPort-symbool in de knoppenbalk en klik op het tabblad Draadloos.
  5. Selecteer bij Draadloze modus de optie Neem deel aan WDS-netwerk.
  6. Klik op het tabblad WDS.
  7. Selecteer in WDS-modus de optie WDS - relais.
  8. Schakel Sta draadloze clients toe in (raadpleeg de eerste opmerking onderaan).
  9. Voer de AirPort ID van het primaire WDS-basisstation in als u dit nog niet hebt gedaan.
  10. Klik op de plusknop (+) en voer de AirPort ID of het draadloze MAC-adres in voor de individuele externe WDS-basisstations die zich binnen bereik bevinden maar niet rechtstreeks zijn verbonden met het primaire WDS-basisstation (raadpleeg de tweede opmerking onderaan) en klik vervolgens op OK.
  11. Klik op Werk bij.

Opmerking: schakel de optie ‘Sta draadloze clients toe’ in voor dit basisstation en andere basisstations tenzij u een specifieke reden hebt om draadloos verkeer naar een bepaald basisstation tegen te houden. Als u de selectie van het aankruisvak ‘Sta draadloze clients toe’ ongedaan maakt en later de instelling voor het basisstation wilt wijzigen, moet u verbinding maken met de LAN-poort van het basisstation met behulp van een Ethernet-kabel. U kunt geen draadloze verbinding maken met het basisstation zonder uw basisstation opnieuw te configureren.

Opmerking: wanneer u basisstations in een WDS instelt, moet u de AirPort ID van elk basisstation kennen. De AirPort ID, ook wel gekend als het MAC-adres (Media Access Controller), is afgedrukt op het etiket aan de onderkant van het AirPort Extreme-basisstation naast het AirPort-symbool en aan de kant van de lichtnetadapter van het AirPort Express-basisstation. Plaats alle basisstations op een tafel en sluit die aan op netvoeding om een WDS eenvoudiger in te stellen.

Meer informatie

Als u een WDS handmatig wilt configureren (in tegenstelling tot de automatische functie die wordt beschreven in de bovenstaande stappen), zorgt u ervoor dat alle basisstations dezelfde netwerknaam en hetzelfde kanaal en beveiliging (wachtwoord) hebben. Als u Wi-Fi-basisstations verschillende netwerknamen probeert te geven in een WDS-netwerk, kan het netwerk onbruikbaar worden. Als u de basisstations opnieuw de netwerknaam van het primaire basisstation geeft, moet het netwerk opnieuw bruikbaar worden.

Wanneer u WDS gebruikt, wordt een deel van de capaciteit van elk Wi-Fi-basisstation gebruikt als overhead voor het behoud van het netwerk. Dit betekent dat het resultaat bij een eventuele meting van de maximale overdrachtssnelheid van het netwerk lager zou zijn dan wanneer slechts één basisstation wordt gebruikt.

Publicatiedatum: