Als je fout 9, 4005, 4013 of 4014 ziet wanneer je je iPhone, iPad of iPod touch herstelt

Wanneer je probeert je iPhone, iPad of iPod touch bij te werken of te herstellen, zie je mogelijk een van deze berichten op je computer.

Een van deze berichten kan worden weergegeven als de verbinding met het apparaat wordt verbroken tijdens het bijwerken of als de computer de verbinding met het apparaat verliest tijdens het herstellen:

  • De iPhone [apparaatnaam] kon niet worden hersteld. Er heeft zich een onbekende fout voorgedaan (9).

  • De iPhone [apparaatnaam] kon niet worden hersteld. Er heeft zich een onbekende fout voorgedaan (4005).

  • De iPhone [apparaatnaam] kon niet worden hersteld. Er heeft zich een onbekende fout voorgedaan (4013).

  • De iPhone [apparaatnaam] kon niet worden hersteld. Er heeft zich een onbekende fout voorgedaan (4014).

Je apparaat bijwerken

  1. Werk je Mac bij naar de nieuwste versie van macOS of de nieuwste versie van iTunes.

  2. Herstart het apparaat geforceerd:

    • iPad-modellen zonder thuisknop: druk kort op de volumeknop die zich het dichtst bij de bovenste knop bevindt. Druk kort op de volumeknop die zich het verst van de bovenste knop bevindt. Houd de bovenste knop ingedrukt totdat het apparaat herstart. Als je het niet zeker weet, kun je hier zien je welke knoppen je moet indrukken om je iPad te herstarten.

    • iPhone 8 of nieuwer: druk kort op de volume-omhoogknop. Druk kort op de volume-omlaagknop. Houd de zijknop ingedrukt tot je het Apple logo ziet.

    • iPhone 7, iPhone 7 Plus en iPod touch (7e generatie): houd de zijknop (of de bovenste knop) en de volume-omlaagknop ingedrukt. Laat de knoppen los zodra je het Apple logo ziet.

    • iPad-modellen met een thuisknop, iPhone 6s of ouder en iPod touch (6e generatie) of ouder: houd de zijknop (of de bovenste knop) en de thuisknop ingedrukt tot je het Apple logo ziet.

  3. Sluit het apparaat via een USB-kabel aan op de computer. Zoek je apparaat op je computer.

  4. Wanneer je de optie ziet om bij te werken of te herstellen, klik je op 'Werk bij' in plaats van 'Herstel'. Hierdoor wordt de software opnieuw geïnstalleerd en blijven je persoonlijke gegevens behouden.

Problemen met bijwerken en herstellen oplossen

Als je apparaat tijdens het bijwerken opstart in de herstelmodus, moet je het apparaat herstellen in plaats van bij te werken. Configureer je apparaat vanaf een back-up nadat het herstel is voltooid.

Als je tijdens het bijwerken nog steeds een foutmelding ziet:

  1. Controleer of er updates zijn voor je Mac of pc. Als je de computer herstart voor een update, controleer je na het herstarten opnieuw of er updates zijn.

  2. Probeer je apparaat te herstellen met een andere USB-kabel.

  3. Probeer je apparaat op een andere computer te herstellen.

Als je fout 9, 4005, 4013 of 4014 nog steeds ziet wanneer je het apparaat herstelt, neem je contact met ons op.

Meer informatie over andere update- en herstelfouten.

Publicatiedatum: