OS X: toetscombinaties

Met toetscombinaties kunt u taken uitvoeren op de Mac door een combinatie van toetsen op het toetsenbord in te drukken.

Toetscombinaties gebruiken

Als u een toetscombinatie wilt gebruiken, drukt u tegelijkertijd op een speciale toets en een toets met een teken. Als u bijvoorbeeld op de Command-toets (de toets met het symbool ⌘) en de ‘c’-toets drukt, wordt de huidige selectie naar het klembord gekopieerd. Dit wordt ook de toetscombinatie Command-C genoemd. U ziet de toetsen die in een toetscombinatie worden gebruikt in de menu’s van een programma.

Bij de meeste toetscombinaties wordt een speciale toets gebruikt. Een speciale toets wijzigt de manier waarop andere toetsaanslagen of klikken met de muis of het trackpad door OS X worden geïnterpreteerd. Tot de speciale toetsen behoren: Command, Shift, Option, Control, Caps Lock en de fn-toets. U herkent deze toetsen aan de speciale symbolen die in de menu’s en andere onderdelen van OS X verschijnen:

Command-toets
Control-toets
Option-toets
Shift-toets
Caps Lock
fn Function-toets

 

Wanneer u de fn-toets met een toets in de bovenste rij van het toetsenbord gebruikt, wordt een andere functie uitgevoerd. Als u bijvoorbeeld de toetscombinatie Control-F2 gebruikt, drukt u op fn-Control-Helderheid op het toetsenbord. Als u goed kijkt naar de toets voor de helderheid bovenaan het toetsenbord, ziet u het symbool F2 om aan te geven dat deze toets als functietoets (F2 of functie 2) kan worden gebruikt wanneer u fn op het toetsenbord ingedrukt houdt.

Als u een toetsenbord met een Windows-toets van een andere fabrikant gebruikt, heeft de Alt-toets dezelfde werking als wanneer u op Option drukt en de Windows-toets als Command. In het paneel Toetsenbord in Systeemvoorkeuren kunt u de werking van deze toetsen wijzigen. 

Knippen, kopiëren en plakken

U kunt deze toetscombinaties gebruiken om in de meeste programma’s een geselecteerd item te knippen, te kopiëren of te plakken. Dit lukt bij tekst, afbeeldingen, muziek en meer. U kunt zelfs bestanden in de Finder kopiëren en plakken om deze naar een nieuwe locatie te kopiëren.

Toetscombinatie Functiebeschrijving
Command-C De geselecteerde gegevens naar het klembord kopiëren.
Command-X Het geselecteerde item verwijderen en een kopie ervan op het klembord plaatsen.
Command-V De inhoud van het klembord kopiëren naar het huidige document of programma.

Schermafbeeldingen maken

Gebruik deze toetscombinatie om een foto te maken van wat u op het scherm ziet. U kunt ook Schermafbeelding, een programma in de map Hulpprogramma’s, gebruiken om schermafbeeldingen te maken.

Toetscombinatie Functiebeschrijving
Command-Shift-3 Het scherm naar een bestand vastleggen.
Command-Shift-Control-3 Het scherm naar het klembord vastleggen.
Command-Shift-4 Een deel van het scherm naar een bestand vastleggen, of druk op de spatiebalk om slechts een venster vast te leggen.
Command-Shift-Control-4 Een deel van het scherm naar het klembord vastleggen, of druk op de spatiebalk om slechts een venster vast te leggen.

Toetscombinaties bij opstarten

Gebruik deze toetscombinaties om de manier waarop de computer wordt opgestart te wijzigen. Houd de toets of toetscombinatie onmiddellijk na het opstarten van de Mac ingedrukt tot de verwachte functie wordt uitgevoerd of verschijnt. Houd bijvoorbeeld de Option-toets tijdens het opstarten ingedrukt totdat Opstartbeheer verschijnt.

Opmerking: als u een toetsenbord van een andere fabrikant gebruikt, is de Alt-toets doorgaans dezelfde toets als de Option-toets. Als deze speciale toets niet lijkt te werken, probeert u een toetsenbord van Apple.

Toets of toetscombinatie Functiebeschrijving
Option of Alt Alle opstartbare volumes weergeven (Opstartbeheer).
Shift Opstarten in de veilige modus .
C Opstarten vanaf opstartbare media (dvd, cd, USB-flashstation).
T Opstarten in de doelschijfmodus.
N Opstarten vanaf een NetBoot-server.
X Opstarten van OS X forceren (als andere opstartvolumes dan OS X beschikbaar zijn).
D Apple Hardware Test gebruiken.
Command-R OS X Recovery gebruiken (OS X Lion of hoger).
Command-Option-R Internet Recovery op ondersteunde computers gebruiken.
Command-V Opstarten in de gedetailleerde modus.
Command-S Opstarten in de modus voor één gebruiker.
Command-Option-P-R Het NVRAM opnieuw instellen.
De toets Verwijder media (⏏), F12 of de knop van de muis of het trackpad ingedrukt houden Verwijderbare schijven verwijderen.

Toetscombinaties voor de sluimerstand, het afzetten en het uitloggen

Gebruik deze toetscombinaties als de Mac is opgestart om deze in sluimerstand te plaatsen, uit te zetten, erbij uit te loggen of opnieuw op te starten.

Toets of toetscombinatie Functiebeschrijving
Aan/uit-knop Erop tikken om de computer in te schakelen. Als de Mac al is opgestart, tikt u op de aan/uit-knop om de sluimerstand in of uit te schakelen.
De aan/uit-knop gedurende 1,5 seconde ingedrukt houden Het dialoogvenster voor het opnieuw starten, in sluimerstand plaatsen of uitzetten weergeven.
De aan/uit-knop gedurende 5 seconden ingedrukt houden De Mac geforceerd uitzetten.
Control-Aan/uit-knop

Het dialoogvenster voor het opnieuw starten, in sluimerstand plaatsen of uitzetten weergeven.
Command-Control-Aan/uit-knop De Mac geforceerd opnieuw opstarten.

Command-Option-Aan/uit-knop

De computer in de sluimerstand zetten.
Command-Control-Aan/uit-knop
Alle programma’s stoppen (nadat u de mogelijkheid hebt gehad om wijzigingen in geopende documenten te bewaren) en de computer vervolgens opnieuw opstarten.

Command-Option-Control-Aan/uit-knop

Alle programma’s stoppen (nadat u de mogelijkheid hebt gehad om wijzigingen in geopende documenten te bewaren) en de computer vervolgens uitschakelen.
Shift-Control-Aan/uit-knop
Alle beeldschermen in de sluimerstand zetten.
Command-Shift-Q Uitloggen.
Command-Shift-Option-Q Onmiddellijk uitloggen.

Toetscombinaties in programma’s

Deze toetscombinaties werken in de meeste programma's.

Toetscombinatie Functiebeschrijving
Command-A Alle items of tekst in het voorste venster selecteren.
Command-Z Vorige commando ongedaan maken (in bepaalde programma’s kunt u meerdere bewerkingen ongedaan maken).
Command-Shift-Z Opnieuw, de laatste wijziging die ongedaan is gemaakt herstellen (in bepaalde programma’s kunt u meerdere bewerkingen opnieuw uitvoeren).
Command-Spatiebalk Het Spotlight-zoekveld weergeven of verbergen.
(Als meerdere talen tegelijkertijd worden gebruikt, kan deze toetscombinatie schakelen tussen ingeschakelde schriftsystemen.)
Command-Option-Spatiebalk Het Spotlight-venster met zoekresultaten weergeven (als meerdere talen zijn geïnstalleerd, kunt u tussen toetsenbordindelingen en invoermethoden voor een script schakelen).
Command-Tab Vooruit naar het volgende meest recent gebruikte programma in de lijst met geopende programma’s gaan.
Option-Toets Verwijder media (⏏) Schijf uit secundaire schijfeenheid voor optische media verwijderen (indien geïnstalleerd).
Command-Helderheid verlagen (F1) De synchrone weergave in- en uitschakelen bij configuraties met meerdere beeldschermen.
Command-Helderheid verhogen (F2) De modus Doelbeeldscherm in- en uitschakelen.
Command-Mission Control  (F3) Bureaublad weergeven.
Command-F5 VoiceOver in- en uitschakelen.
Option-Helderheid (F2) Het paneel ‘Beeldschermen’ in Systeemvoorkeuren openen.
Option-Mission Control (F3) Voorkeuren voor Mission Control openen.
Option-Volumetoets (F12) Voorkeuren voor Geluid openen.
Command-Min (–) Het geselecteerde item verkleinen.
Command-Dubbelepunt (:) Het venster Spelling en grammatica weergeven.
Command-Puntkomma (;) Woorden met spelfouten in het document zoeken.
Command-Komma (,) Het voorkeurenvenster van het programma op de voorgrond openen.
Command-Vraagteken (?) Het menu Help openen.
Command-Plus (+)
of Command-Shift-Gelijkteken (=)
Het geselecteerde item vergroten.
Command-Option-D Het Dock weergeven of verbergen.
Command-Control-D De definitie van een geselecteerd woord weergeven of verbergen.
Command-D De map Bureaublad selecteren in dialoogvensters waarin u moet openen of bewaren.
Command-Delete Bewaar niet selecteren in dialoogvensters met de knop Verwijder of Bewaar niet.
Command-E De selectie gebruiken voor een zoekactie.
Command-F Een venster met de zoekfunctie openen of tekst in een document zoeken.
Command-Option-F Naar de regelaar Zoekveld gaan.
Command-G Het volgende exemplaar van de selectie zoeken.
Command-Shift-G Het vorige exemplaar van de selectie zoeken.
Command-H De vensters van het momenteel actieve programma verbergen.
Command-Option-H De vensters van alle andere actieve programma’s verbergen.
Command-Option-I Een infovenster weergeven.
Command-M Het actieve venster naar het Dock minimaliseren.
Command-Option-M Alle vensters van het actieve programma naar het Dock minimaliseren.
Command-N Een nieuw document in het voorste programma maken.
Command-O Een dialoogvenster weergeven waarin u een document kunt kiezen om in het voorste programma te openen.
Command-P Het huidige document afdrukken.
Command-Shift-P Een venster weergeven waarin u documentparameters (Pagina-instelling) kunt opgeven.
Command-Q Het voorste programma stoppen.
Command-S Het actieve document bewaren.
Command-Shift-S Het dialoogvenster Bewaar als weergeven of het huidige document kopiëren.
Command-Option-T Een knoppenbalk weergeven of verbergen.
Command-W Het voorste venster sluiten.
Command-Option-W Alle vensters van het huidige programma stoppen.
Command-Z Vorige commando ongedaan maken (in bepaalde programma’s kunt u meerdere bewerkingen ongedaan maken).
Command-Shift-Z Opnieuw, de laatste wijziging die ongedaan is gemaakt herstellen (in bepaalde programma’s kunt u meerdere bewerkingen opnieuw uitvoeren).
Command-Option-esc Een programma kiezen om dit geforceerd te stoppen.
Command-Shift-Option-Esc (drie seconden ingedrukt houden) Het voorste programma geforceerd stoppen.

Met tekst werken

Gebruik deze toetscombinaties wanneer u tekst in een veld of document bewerkt.

Toetscombinatie Functiebeschrijving
Command-B De geselecteerde tekst vet weergeven of vette tekst in- of uitschakelen.
Command-I De geselecteerde tekst cursief weergeven of cursieve tekst in- of uitschakelen.
Command-U De geselecteerde tekst onderstrepen of onderstreping in- of uitschakelen.
Command-T Het venster Lettertypen weergeven of verbergen.
fn-Delete Vooruit wissen (op het ingebouwde toetsenbord van draagbare Macs).
fn-Pijl omhoog Eén pagina omhoog scrollen (hetzelfde als de toets Pagina omhoog).
fn-Pijl omlaag Eén pagina omlaag scrollen (hetzelfde als de toets Pagina omlaag).
fn-Pijl links Naar het begin van een document scrollen (hetzelfde als de Home-toets).
fn-Pijl rechts Naar het einde van een document scrollen (hetzelfde als de End-toets).
Command-Pijl rechts Het punt waar tekst wordt ingevoegd verplaatsen naar het einde van de huidige regel.
Command-Pijl links Het punt waar tekst wordt ingevoegd verplaatsen naar het begin van de huidige regel.
Command-Pijl omlaag Het punt waar tekst wordt ingevoegd verplaatsen naar het einde van het document.
Command-Pijl omhoog Het punt waar tekst wordt ingevoegd verplaatsen naar het begin van het document.
Option-Pijl rechts Het punt waar tekst wordt ingevoegd verplaatsen naar het einde van het volgende woord.
Option-Pijl links Het punt waar tekst wordt ingevoegd verplaatsen naar het begin van het vorige woord.
Option-Delete Het woord links van de cursor verwijderen alsook alle spaties of leestekens na het woord.

Command-Shift-Pijl rechts

De tekst tussen het invoegpunt en het einde van de huidige regel selecteren (*).
Command-Shift-Pijl links De tekst tussen het invoegpunt en het begin van de huidige regel selecteren (*).
Command-Shift-Pijl omhoog De tekst tussen het invoegpunt en het begin van het document selecteren (*).
Command-Shift-Pijl omlaag De tekst tussen het invoegpunt en het einde van het document selecteren (*).
Shift-Pijl links De tekstselectie met één teken naar links uitbreiden (*).
Shift-Pijl rechts De tekstselectie met één teken naar rechts uitbreiden (*).
Shift-Pijl omhoog De tekstselectie naar de vorige regel uitbreiden, naar de dichtstbijzijnde tekenbegrenzing op dezelfde horizontale positie (*).
Shift-Pijl omlaag De tekstselectie naar de volgende regel uitbreiden, naar de dichtstbijzijnde tekenbegrenzing op dezelfde horizontale positie (*).
Shift-Option-Pijl rechts De tekstselectie naar het einde van het huidige woord uitbreiden, vervolgens naar het einde van het volgende woord indien opnieuw ingedrukt (*).
Shift-Option-Pijl links De tekstselectie naar het begin van het huidige woord uitbreiden, vervolgens naar het begin van het vorige woord indien opnieuw ingedrukt (*).
Shift-Option-Pijl omlaag De tekstselectie naar het einde van de huidige alinea uitbreiden, vervolgens naar het einde van de volgende alinea indien opnieuw ingedrukt (*).
Shift-Option-Pijl omhoog De tekstselectie naar het begin van de huidige alinea uitbreiden, vervolgens naar het begin van de vorige alinea indien opnieuw ingedrukt (*).
Control-A Verplaatsen naar het begin van een regel of paragraaf.
Control-B Eén teken naar achteren verplaatsen.
Control-D Het teken na de cursor verwijderen.
Control-E Verplaatsen naar het begin van een regel of paragraaf.
Control-F Eén teken naar voren verplaatsen.
Control-H Het teken voor de cursor verwijderen.
Control-K Verwijderen vanaf het teken na de cursor tot het einde van de regel of paragraaf.
Control-L De cursor of selectie centreren in het zichtbare gedeelte.
Control-N Eén regel omlaag verplaatsen.
Control-O Een nieuwe regel na de cursor invoeren.
Control-P Eén regel omhoog verplaatsen.
Control-T Het teken voor de cursor en het teken na de cursor omwisselen.
Control-V Omlaag verplaatsen. 
Command-{ Selectie links uitlijnen.
Command-} Selectie rechts uitlijnen.
Command-| Selectie centreren.
Command-Option-C De opmaakinstellingen van het geselecteerde item kopiëren en op het klembord bewaren.
Command-Option-V De stijl van één object op het geselecteerde object toepassen (Plak stijl).
Command-Shift-Option-V De stijl van de omliggende tekst toepassen op het ingevoegde object (Plak en pas stijl aan).
Command-Control-V Opmaakinstellingen toepassen op het geselecteerde object (Plak liniaal).

Bereikbaarheid

Met deze toetscombinaties bedient u de Mac met het toetsenbord of hulpapparaten. Sommige van deze toetscombinaties moeten op het paneel Toetsenbord of Toegankelijkheid van Systeemvoorkeuren worden ingeschakeld.

Toegankelijkheid en VoiceOver-toetsenbordcommando’s

Toetscombinatie Functiebeschrijving
Command-Option-F5 Toegankelijkheidsopties weergeven.
Command-F5 of fn-Command-F5 VoiceOver in- of uitschakelen.
Option-Control-F8 of fn-Option-Control-F8 VoiceOver-hulpprogramma openen (indien VoiceOver is ingeschakeld).
Command-Option-8 Zoomen in- of uitschakelen.
Command-Option-Plus (+) Inzoomen.
Command-Option-Min (–) Uitzoomen.
Command-Option-Control-8 Schermkleuren omkeren/herstellen.
Command-Option-Control-Komma (,) Contrast verlagen. 
Command-Option-Control-Punt (.) Contrast verhogen.

Opmerking: mogelijk moet u voor een correcte werking ‘Gebruik de toetsen ‘F1’, ‘F2’, enzovoort, als standaardfunctietoetsen’ in de toetsenbordvoorkeuren voor het VoiceOver-menu en -hulpprogramma inschakelen.

 

Uitgebreide toetsenbordfuncties

Dankzij de uitgebreide toetsenbordfuncties kunt u het toetsenbord gebruiken om te navigeren door items op het scherm en ermee bewerkingen uitvoeren. Gebruik deze toetscombinaties om regelaars, zoals tekstvelden en schuifknoppen, te selecteren en aan te passen. Deze instelling kan worden in- of uitgeschakeld door te drukken op Control-F7 of Uitgebreide toetsenbordfuncties te selecteren op het tabblad Toetscombinaties in het paneel Toetsenbord van Systeemvoorkeuren. 

Toetscombinatie Functiebeschrijving
Tab Naar volgende regelaar gaan.
Shift-Tab Naar vorige regelaar gaan.
Control-Tab Naar volgende regelaar gaan als een tekstveld is geselecteerd.
Shift-Control-Tab Focus naar de vorige groepering regelaars verplaatsen.
Pijltoetsen

Naar het naastliggende onderdeel in een lijst, tabgroep of menu gaan of
Schuifknoppen en aanpassers verplaatsen (verticale pijl omhoog en omlaag gebruikt om waarden te verhogen en te verlagen).

Control-Pijltoetsen Naar een regelaar naast een tekstveld gaan.
Spatiebalk Het gemarkeerde menu-onderdeel selecteren.
Return of Enter Op de standaardknop klikken of de standaardactie uitvoeren.
Esc Op de knop Annuleer klikken of
Een menu sluiten zonder een onderdeel te kiezen.
Shift-Control-F6 Focus naar het vorige paneel verplaatsen.
Control-F7 De huidige toetsenbordtoegangsmodus in vensters en dialoogvensters tijdelijk negeren.
Control-F8 Naar de statusmenu’s in de menubalk gaan.
Command-Accent (`) Het volgende geopende venster in het voorste programma activeren.
Command-Shift-Accent (`) Het vorige geopende venster in het voorste programma activeren.
Command-Option-Accent (`) Focus naar de vensterlade verplaatsen.

U kunt navigeren door de menu’s in de menubalk zonder een muis of trackpad te gebruiken. Als u de focus naar de menubalk wilt plaatsen, drukt u op Control-F2 (Fn-Control-F2 op draagbare toetsenborden). Gebruik vervolgens de onderstaande toetscombinaties.

Toetscombinatie Functiebeschrijving
Pijl links en pijl rechts Van een menu naar een ander menu gaan.
Return Een geselecteerd menu openen.
Pijl omhoog en pijl omlaag Naar menu-onderdelen in het geselecteerde menu gaan.
De naam van het menu-onderdeel typen Naar een menu-onderdeel in het geselecteerde menu springen.
Return Een menu-onderdeel selecteren.

 

Toegankelijkheid - Muistoetsen

Wanneer Muistoetsen is ingeschakeld in de voorkeuren voor Toegankelijkheid, kunt u de toetsen op het toetsenbord of numerieke toetsenblok gebruiken om de muisaanwijzer te verplaatsen. 

Toetscombinatie Functiebeschrijving
8 of 8 in numerieke toetsenblok Naar boven verplaatsen.
K of 2 in numerieke toetsenblok Naar beneden verplaatsen.
U of 4 in numerieke toetsenblok Naar links verplaatsen.
O of 6 in numerieke toetsenblok Naar rechts verplaatsen.
J of 1 in numerieke toetsenblok Diagonaal naar linksonder verplaatsen.
L of 3 in numerieke toetsenblok Diagonaal naar rechtsonder verplaatsen.
7 of 7 in numerieke toetsenblok Diagonaal naar linksboven verplaatsen.
9 of 9 in numerieke toetsenblok Diagonaal naar rechtsboven verplaatsen.
I of 5 in numerieke toetsenblok Op muisknop drukken.
M of 0 in numerieke toetsenblok Muisknop ingedrukt houden.
. (toets voor punt) Ingedrukte muisknop loslaten.

Finder-toetscombinaties

Toetscombinatie Functiebeschrijving
Command-A Alle bestanden in het voorste venster selecteren.
Command-Option-A De selectie van alle items ongedaan maken.
Command-C De geselecteerde bestanden kopiëren en vervolgens Plak of Verplaats gebruiken om de bestanden te verplaatsen.
Command-D De geselecteerde bestanden dupliceren.
Command-E Verwijderen.
Command-F Overeenkomend Spotlight-kenmerk vinden.
Command-I Het venster Toon info van een geselecteerd bestand weergeven.
Command-Shift-C Het venster Computer openen.
Command-Shift-D De map Bureaublad openen.
Command-Shift-F Het venster Al mijn bestanden weergeven.
Command-Shift-G Het venster Ga naar map openen.
Command-Shift-H De thuismap van de momenteel ingelogde gebruikersaccount openen.
Command-Shift-I iCloud Drive openen.
Command-Shift-K Het venster Netwerk openen.
Command-Shift-L De map Downloads openen.
Command-Shift-O De map Documenten openen.
Command-Shift-R Het venster AirDrop openen.
Command-Shift-U De map Hulpprogramma’s openen.
Command-Control-T Aan navigatiekolom toevoegen (OS X Mavericks).
Command-Option-I Het infovenster weergeven of verbergen.
Command-Control-I Samenvatting tonen.
Command-Option-P De padbalk weergeven of verbergen.
Command-Option-S De navigatiekolom weergegeven of verbergen.
Command-schuine streep (/) De statusbalk weergeven of verbergen.
Command-J Weergaveopties weergeven.
Command-K Verbinden met server.
Command-L Alias van het geselecteerde item maken.
Command-N Nieuw Finder-venster.
Command-Shift-N Nieuwe map.
Command-Option-N Nieuwe slimme map.
Command-O Geselecteerd item openen.
Command-R Origineel (van alias) weergeven.
Command-T De tabbladbalk weergeven of verbergen wanneer er maar een enkel tabblad in het huidige Finder-venster is geopend.
Command-Shift-T Tabblad in Finder weergeven of verbergen. 
Command-Option-T De knoppenbalk weergeven of verbergen wanneer er maar een enkel tabblad in het huidige Finder-venster is geopend.
Command-V Kopieën van bestanden in het klembord op de huidige locatie plakken.
Command-Option-V De bestanden op het klembord verplaatsen van de oorspronkelijke locatie naar de huidige locatie.
Command-Option-Y Een QuickLook-diavoorstelling van de geselecteerde bestanden weergeven.
Command-1 Weergeven als symbool.
Command-2 Weergeven als lijst.
Command-3 Weergeven als kolommen.
Command-4 Weergeven als Cover Flow (Mac OS X v10.5 of hoger).
Command-Komma (,) Finder-voorkeuren openen.
Command-Linkerhaak ([) Naar vorige map gaan.
Command-Rechterhaak (]) Naar volgende map gaan.
Command-Pijl omhoog De map met de huidige map openen.
Command-Control-Pijl omhoog De map met de huidige map in een nieuw venster openen.
Command-Pijl omlaag Gemarkeerd item openen.
Pijl rechts (in lijstweergave) De geselecteerde map openen.
Pijl links (in lijstweergave) De geselecteerde map sluiten.
Option-Klikken op het openvouwdriehoekje (in lijstweergave). Alle mappen in de geselecteerde map openen.
Option-Dubbelklikken Een map in een apart venster openen en het huidige venster sluiten.
Command-Dubbelklikken Een map in een apart tabblad of venster openen.
Command-Klikken op venstertitel De mappen van het huidige venster weergeven.
Command-Delete Naar prullenmand verplaatsen.
Command-Shift-Delete Prullenmand legen.
Command-Shift-Option-Delete Prullenmand legen zonder bevestigingsvenster.
Spatiebalk (of Command-Y) De geselecteerde bestanden snel weergeven.
Command-toets tijdens slepen Het gesleepte item verplaatsen naar een ander volume of andere locatie.
(De muisaanwijzer verandert terwijl de toets wordt ingedrukt.)
Option-toets tijdens slepen Het gesleepte item kopiëren.
(De muisaanwijzer verandert terwijl de toets wordt ingedrukt.)
De toetscombinatie Command-Option tijdens slepen Alias van het gesleepte item maken.
(De muisaanwijzer verandert terwijl de toets wordt ingedrukt.)

Meer informatie

Zoek ‘toetscombinaties’ in het menu Help voor meer informatie over deze OS X-functie. De volgende artikelen bieden ook informatie over toetscombinaties.

Laatst gewijzigd op:
Nuttig?
82% van de mensen vond dit nuttig.

Aanvullende informatie over productondersteuning

Nederland (Nederlands)