Een printer toevoegen aan uw printerlijst in Mac OS X v10.5.8 of ouder

Leer hier hoe u een printer toevoegt aan de printerlijst in Mac OS X v10.5.8 of lager.

Opmerking: dit artikel is van toepassing op Mac OS X v10.5.8 of lager. Voor nieuwere versies van Mac OS X raadpleegt u Mac ABC: afdrukken (Mac OS X v10.6) or Mac ABC: afdrukken (OS X Lion).

 

Het afdrukvenster en de printerlijst

Wanneer u in een Mac OS X-programma de afdrukopdracht kiest, verschijnt een afdrukvenster als een blad dat aan het venster is gehecht. Het venstermenu Printer bevat een lijst met printers waarmee u kunt afdrukken. Mac OS X heeft ingebouwde software voor vele printers. Hierdoor wordt uw printer wellicht automatisch aan deze lijst toegevoegd wanneer u deze op de USB-poort van uw computer hebt aangesloten. Netwerkprinters worden afzonderlijk toegevoegd.

Een USB-printer toevoegen

Als uw printer niet in het venstermenu Printer verschijnt, zoekt en installeert u het geschikte besturingsbestand. Zoek op de cd-rom-schijven die bij de printer zijn meegeleverd of op de website van de fabrikant van uw printer. Alleen gebruikers met een beheerdersaccount kunnen software installeren.

Tip: u kunt het venster Printerlijst openen via Afdrukbeheer (Mac OS X v10.2.8 of lager) of Printerconfiguratie (Mac OS X v10.3 Panther of hoger).

Kijk opnieuw in het menu Printer na de installatie van de software. Als de printer niet verschijnt, moet u wellicht het volgende doen:

  1. Controleer of de printer op uw computer en het stopcontact is aangesloten en is ingeschakeld.
  2. Voor Mac OS X v10.2.8 of lager kiest u in het afdrukvenster Wijzig printerlijst in het menu Printer. Het venster Printerlijst verschijnt.
  3. Voor Mac OS X v10.3 of hoger kiest u Toon printerlijst in het menu Weergave. Het venster Printerlijst verschijnt.
  4. Klik op de knop Voeg printer toe.
  5. Kies USB in het eerste venstermenu.
  6. Selecteer uw printer in de lijst.
  7. Klik op Voeg toe.
  8. Sluit het venster Printerlijst.


Een netwerkprinter toevoegen (AppleTalk of LPR)

De procedure om een AppleTalk- of LPR-netwerkprinter toe te voegen, is vergelijkbaar met die voor een USB-printer. In de bovenstaande stap 4 kiest u AppleTalk of LPR-printers via IP in het venstermenu. Daarna wijkt de configuratie enigszins af.

AppleTalk-printer

  • AppleTalk moet worden ingeschakeld in Netwerkvoorkeuren.
  • Als uw netwerk AppleTalk-zones gebruikt, kiest u een zone in het tweede venstermenu dat verschijnt.
  • Probeer potentiële problemen met AppleTalk-multihoming te vermijden.


LPR-printer

  • U moet het IP-adres of de DNS-naam van de printer invoeren.
  • Als u naar een wachtrij afdrukt, deselecteert u het aankruisvak Gebruik standaardwachtrij op server en typt u de naam van de wachtrij. Als dit niet zo is, deselecteert u het aankruisvak niet.
  • U kunt uw printer in het menu Printermodel selecteren of de optie Algemeen behouden. Kortom, u selecteert een PPD-bestand.


Verschijnt een vraagteken of ondervindt u problemen bij het zoeken van een printer?

Als u de printer die u wilt toevoegen niet kunt vinden in de lijst met verbindingsmethoden, controleert u of het juiste verbindingstype voor uw printer hebt gekozen. Bepaalde printers kunnen gebruik maken van I/O-modules, zoals Epson AppleTalk. Mogelijk dient u een van deze aangepaste opties te selecteren om uw printer toe te voegen. Als een vraagteken op het printersymbool verschijnt of in Afdrukbeheer of Afdrukconfiguratie wordt aangegeven dat de printer niet wordt ondersteund, zoekt u een bijgewerkte softwareversie op de website van de fabrikant of de Mac OS X-downloadpagina.


Tip voor het installeren van software

Mogelijk verschijnt uw printer in de printerlijst voordat de door de fabrikant vereiste software is geïnstalleerd. Als dit het geval is voor uw printer, verwijdert u de printer uit de printerlijst voordat u de software installeert. Voeg de printer opnieuw toe aan de lijst nadat u de software hebt geïnstalleerd.

Publicatiedatum: