USB-C-poorten aan de voorzijde van de Mac mini (M6 of M5 Pro)
Voordat je begint
Verwijder de volgende onderdelen voordat je begint:
Gereedschap
Instelbare momentschroevendraaier (0,3-1,2 Nm)
Nylon sonde (zwart staafje)
Momentschroevendraaier (oranje, 0,85 kgf cm)
44-mm Torx Plus 3IP halve-maanbitje
89-mm Torx Plus 8IP bitje
USB‑C-oplaadkabel
Raadpleeg een volledige lijst met gereedschappen die nodig zijn voor alle reparaties.
Belangrijk
Deze procedure is voor de Mac mini (M6 of M5 Pro). In deze procedure kunnen afbeeldingen van andere modellen worden weergeven. Maar de stappen om de reparatie uit te voeren, zijn hetzelfde.
Demontage
Opmerking: Als je de demontagestappen al hebt voltooid, kun je meteen verdergaan met het opnieuw monteren van onderdelen.
Verwijder met de oranje momentschroevendraaier met het 3IP-bitje de drie 3IP-schroeven (923-11048) uit het afdekplaatje van de connector van de USB-C-poorten aan de voorkant.

Verwijder met de verstelbare momentschroevendraaier van 0,3-1,2 Nm en het 8IP-bitje de 8IP-afstandsschroef (923-11040). Verwijder het afdekplaatje van de connector van de USB-C-poorten aan de voorkant en bewaar het om het later weer te monteren.

Til met het zwarte staafje het uiteinde van de flexkabel van de USB-C-kaart aan de voorkant uit de connector.

Til met het zwarte staafje het uiteinde van de flexkabel van de antenneconnectorkaart uit de connector.

Til de flexkabel van de antenneconnectorkaart voorzichtig op om de plakstrip tussen de flexkabel en de behuizing los te maken. Verwijder de flexkabel uit de behuizing en bewaar deze om het later weer te monteren.

Zet de computer recht omhoog met de poorten aan de achterkant naar boven gericht, zoals in de afbeelding.
Verwijder met de oranje momentschroevendraaier en het 3IP-bitje de vier 3IP-schroeven (923-11043) van de USB-C-poorten aan de voorkant.

Leg de computer op een schoon, vlak oppervlak met de poorten aan de achterkant naar je toe gericht.
Til de USB-C-poorten aan de voorkant uit de behuizing.

Montage
Laat de USB-C-poorten aan de voorkant in de behuizing zakken en lijn ze uit met de openingen in de behuizing.

Zet de computer recht omhoog met de poorten aan de achterkant naar boven gericht, zoals in de afbeelding.
Schroef met de oranje momentschroevendraaier en het 3IP-bitje de vier 3IP-schroeven (923-11043) gedeeltelijk terug in de USB-C-poorten aan de voorkant.


Leg de computer op een schoon, vlak oppervlak met de poorten aan de voorkant naar je toe gericht. Steek vervolgens beide uiteinden van een USB-C-oplaadkabel in de USB-C-poorten aan de voorkant, zodat de USB-C-poorten aan de voorkant worden uitgelijnd. Pas de uitlijning van de USB-C-poorten aan de voorkant aan totdat de USB-C-kabel gemakkelijk kan worden geplaatst en verwijderd.

Schroef met de oranje momentschroevendraaier en het 3IP-bitje de vier 3IP-schroeven vast in de USB-C-poorten aan de voorkant.

Druk de uiteinden van de flexkabel van de USB-C-poorten aan de voorkant en de flexkabel van de antenneconnectorkaart op de connectoren op het moederbord.
Belangrijk: Als de flexkabel van de antenneconnectorkaart beschadigd is, moet je deze vervangen. Let erop dat je de afdekstrip op de onderkant van de vervangende flexkabel verwijdert, voordat je deze op het moederbord plaatst.

Plaats het afdekplaatje van de connector van de USB-C-poorten aan de voorkant over de connectoren.
Stel de verstelbare momentschroevendraaier van 0,3-1,2 Nm in op een draaimoment van 0,3 Nm. Schroef vervolgens de verstelbare momentschroevendraaier met het 8IP-bitje de 8IP-schroefbus (923-11040) weer op zijn plaats.


Schroef met de oranje momentschroevendraaier en het 3IP-bitje de drie 3IP-schroeven (923-11048) terug in het afdekplaatje van de connector van de USB-C-poorten aan de voorkant.


Druk de plakstrip van de flexkabel van de antenneconnectorkaart omlaag om deze op het moederbord vast te zetten.

Plaats de volgende onderdelen terug om de montage te voltooien: