Studio Display XDR – Moederbord
Voordat je begint
Gevaar
Het netsnoer mag niet in een stopcontact zitten.
Voorzichtig
Voor deze procedure is Systeemconfiguratie vereist. Je hebt het volgende nodig om Systeemconfiguratie uit te voeren:
De nieuwste versie van Apple Service Utility, geïnstalleerd op een Apple silicon- of Intel-Mac met de Apple T2 Security-chip en macOS Sonoma 14.1 of nieuwer
Internettoegang
Een USB-C-oplaadkabel of een USB‑A-naar-USB‑C-kabel. De USB-C-kabel moet zowel stroom als gegevens ondersteunen. Gebruik geen Thunderbolt 3-kabels.
Verwijder de volgende onderdelen voordat je begint:
Gereedschap
Instelbare momentschroevendraaier (0,3-1,2 Nm)
Instelbare momentschroevendraaier (10-34 Ncm)
ESD-veilig pincet
Nylon sonde (zwart staafje)
Torx Plus 5IP 50-mm bitje
25-mm Torx Plus 6IP-bitje
25-mm Torx Plus 8IP-bitje
Raadpleeg een volledige lijst met gereedschappen die nodig zijn voor alle reparaties.
Demontage
Opmerking: Als je de verwijderingsstappen al hebt voltooid, kun je meteen verdergaan met het opnieuw monteren van onderdelen.
Gebruik een ESD-veilig pincet om het lipje van de polyesterfolie los te trekken van de connector van de flexkabel van de linkerventilator.
Gebruik een ESD-veilig pincet om het vergrendelingspalletje van de connector van de flexkabel van de linkerventilator omhoog te klappen. Schuif vervolgens het uiteinde van de flexkabel uit de connector.
Gebruik een ESD-veilig pincet om het lipje van de polyesterfolie los te trekken van de connector van de flexkabel van de rechterventilator.
Gebruik een ESD-veilig pincet om het vergrendelingspalletje op de connector van de flexkabel van de rechterventilator omhoog te klappen. Schuif vervolgens het uiteinde van de flexkabel uit de connector.

Knijp beide uiteinden van de flexkabel van de rechterspeaker in. Schuif vervolgens de flexkabel uit de connector.

Knijp beide uiteinden van de flexkabel van de linkerspeaker in. Schuif vervolgens de flexkabel uit de connector.

Houd met het platte uiteinde van het zwarte staafje de knop PUSH op de ZIF-connector (Zero-Insertion Force) van de flexkabel van de microfoon ingedrukt. Schuif, terwijl je op de knop drukt, het uiteinde van de flexkabel van de microfoon uit de ZIF-connector.

Gebruik een ESD-veilig pincet om het lipje van de polyesterfolie los te trekken van de connector van de flexkabel van de omgevingslichtsensor. Gebruik een ESD-veilig pincet om het vergrendelingspalletje op de connector van de flexkabel van de omgevingslichtsensor omhoog te klappen. Schuif vervolgens het uiteinde van de flexkabel uit de connector.

Gebruik een ESD-veilig pincet om het lipje van polyesterfolie los te maken van de connector van de signaalflexkabel van de voeding op het moederbord.
Gebruik een ESD-veilig pincet om het vergrendelingspalletje van de connector van de signaalflexkabel van de voeding op het moederbord omhoog te klappen. Schuif vervolgens het uiteinde van de flexkabel uit de connector.

Gebruik de instelbare momentschroevendraaier van 0,3-1,2 Nm met het 6IP-bitje om de vier 6IP-schroeven (923-14057) uit de busbar te verwijderen. Verwijder de busbar en bewaar deze om later weer te monteren.

Gebruik de instelbare momentschroevendraaier van 0,3-1,2 Nm met het 8IP-bitje om de zes 8IP-schroeven (923-14042) uit het moederbord te verwijderen.

Gebruik de instelbare momentschroevendraaier van 10-34 Ncm met het 5IP-bitje om de 5IP-schroef (923-14059) uit het moederbord te verwijderen.

Til het moederbord uit de behuizing terwijl je het zwarte staafje gebruikt om alle kabels uit de weg te houden.
Voorzichtig: Houd alle kabels uit de weg om te voorkomen dat ze beschadigd raken.

Montage
Laat het moederbord in de behuizing zakken terwijl je het zwarte staafje gebruikt om alle kabels uit de weg te houden. Zorg dat de schroefgaten in het moederbord precies boven de schroefgaten in de behuizing zitten.
Voorzichtig: Houd alle kabels uit de weg om te voorkomen dat ze beschadigd raken.

Stel het draaimoment van de instelbare momentschroevendraaier van 10-34 Ncm in op 16 Ncm. Gebruik de instelbare momentschroevendraaier met het 5IP-bitje om de 5IP-schroef (923-14059) terug te plaatsen in het moederbord.


Stel de instelbare momentschroevendraaier van 0,3-1,2 Nm in op een draaimoment van 1,15 Nm. Gebruik de instelbare momentschroevendraaier met het 8IP-bitje om de zes 8IP-schroeven (923-14042) terug te plaatsen in het moederbord.


Schuif het uiteinde van de signaalflexkabel van de voeding in de connector op het moederbord. Klap het vergrendelingspalletje op de connector omlaag. Druk vervolgens het lipje van polyesterfolie op het uiteinde van de flexkabel.

Schuif het uiteinde van de flexkabel van de omgevingslichtsensor in de connector. Klap het vergrendelingspalletje op de connector omlaag. Druk vervolgens het lipje van polyesterfolie op het uiteinde van de flexkabel.

Schuif het uiteinde van de flexkabel van de microfoon in de connector.

Schuif het uiteinde van de flexkabel van de linkerspeaker in de connector.

Schuif het uiteinde van de flexkabel van de rechterspeaker in de connector.

Schuif het uiteinde van de flexkabel van de rechterventilator in de connector. Klap het vergrendelingspalletje omlaag. Druk vervolgens het lipje van polyesterfolie op het uiteinde van de kabel.

Schuif het uiteinde van de flexkabel van de linkerventilator in de connector. Klap het vergrendelingspalletje omlaag. Druk vervolgens het lipje van polyesterfolie op het uiteinde van de flexkabel.

Plaats de busbar op het moederbord en zorg dat de haakjes op de busbar goed zijn uitgelijnd met de uitsparingen in het moederbord.


Stel de instelbare momentschroevendraaier van 0,3-1,2 Nm in op een draaimoment van 0,45 Nm. Gebruik de instelbare momentschroevendraaier met het 6IP-bitje om de vier 6IP-schroeven (923-14057) terug te plaatsen in de busbar.


Plaats de volgende onderdelen terug om de montage te voltooien:
Reparatie voltooien
Voorzichtig
Systeemconfiguratie is vereist als je het moederbord vervangen hebt. Na de montage van het display start en voltooi je Systeemconfiguratie. Je hebt een afzonderlijke Mac nodig waarop Apple Service Utility is geïnstalleerd om Systeemconfiguratie uit te voeren.