Studio Display (2026) - Moederbord
Voordat je begint
Gevaar
Het netsnoer mag niet in een stopcontact zitten.
Voorzichtig
Voor deze procedure is Systeemconfiguratie vereist. Je hebt het volgende nodig om 'Systeemconfiguratie' uit te voeren:
De nieuwste versie van Apple Service Utility, geïnstalleerd op een Mac met Apple silicon of een Intel-Mac met de Apple T2 Security-chip en macOS Sonoma 14.1 of nieuwer
Internettoegang
Een USB-C-oplaadkabel of een USB‑A-naar-USB‑C-kabel. De USB-C-kabel moet zowel stroom als gegevens ondersteunen. Gebruik geen Thunderbolt 3-kabels.
Verwijder de volgende onderdelen voordat je begint:
Gereedschap
Instelbare momentschroevendraaier (0,3-1,2 Nm)
ESD-veilig pincet
Nylon sonde (zwart staafje)
25-mm Torx Plus 6IP-bitje
25-mm Torx Plus 8IP-bitje
Raadpleeg een complete lijst met gereedschappen die nodig zijn voor alle reparaties.
Demontage
Opmerking: Als je de demontagestappen al hebt voltooid, kun je meteen verdergaan met de montage.
Knijp beide zijden aan de uiteinden van de volgende flexkabels samen. Schuif vervolgens de flexkabels uit de connectors.
Dubbele voedingsflexkabel voor achtergrondverlichting van beeldscherm (2)
DisplayPort-voedingsflexkabel
Flexkabel van linkerspeaker


Houd de PUSH-knop op de ZIF-connector voor de microfoonflexkabel ingedrukt. Schuif terwijl je op de knop drukt het uiteinde van de ZIF-microfoonflexkabel uit de connector.

Gebruik een ESD-veilig pincet om het vergrendelingspalletje op de connector voor de DisplayPort-signaalflexkabel omhoog te klappen.

Trek de DisplayPort-signaalflexkabel voorzichtig los op de aangegeven locatie om de plakstrip eronder los te maken.

Schuif het uiteinde van de DisplayPort-signaalflexkabel uit de connector.

Gebruik een ESD-veilig pincet om het vergrendelingspalletje op de connector voor de flexkabel van de camera en omgevingslichtsensor omhoog te klappen. Schuif vervolgens het uiteinde van de flexkabel van de camera en omgevingslichtsensor uit de connector.

Gebruik een ESD-veilig pincet om het lipje van polyesterfolie los te trekken van de connector voor de signaalflexkabel van de voeding. Gebruik een ESD-veilig pincet om het vergrendelingspalletje op de connector omhoog te klappen. Schuif vervolgens het uiteinde van de signaalflexkabel van de voeding uit de connector.

Gebruik een ESD-veilig pincet om het lipje van polyesterfolie los te trekken van de connector voor de flexkabel van de rechterventilator. Gebruik een ESD-veilig pincet om het vergrendelingspalletje op de connector omhoog te klappen. Schuif vervolgens het uiteinde van de flexkabel van de rechterventilator uit de connector.

Gebruik een ESD-veilig pincet om het lipje van polyesterfolie los te trekken van de connector voor de flexkabel van de linkerventilator. Gebruik een ESD-veilig pincet om het vergrendelingspalletje op de connector omhoog te klappen. Schuif vervolgens het uiteinde van de flexkabel van de linkerventilator uit de connector.

Gebruik de instelbare momentschroevendraaier van 0,3-1,2 Nm met het 6IP-bitje om de vier 6IP-schroeven (923-14138) uit de korte busbar te verwijderen. Verwijder de busbar en bewaar deze om hem later terug te plaatsen.

Gebruik de instelbare momentschroevendraaier van 0,3-1,2 Nm met het 8IP bitje om de vijf 8IP-schroeven (923-14140) uit het moederbord te verwijderen.

Gebruik het zwarte staafje om de kabels aan de kant te duwen terwijl je het moederbord uit de behuizing tilt.
Voorzichtig: Houd alle kabels uit de weg om te voorkomen dat ze beschadigd raken.


Montage
Laat het moederbord in de behuizing zakken terwijl je het zwarte staafje gebruikt om alle kabels uit de weg te houden. Zorg dat de schroefgaten in het moederbord precies boven de schroefgaten in de behuizing zitten.
Voorzichtig: Houd alle kabels uit de weg om te voorkomen dat ze beschadigd raken.


Stel de instelbare momentschroevendraaier van 0,3-1,2 Nm in op een draaimoment van 0,35 Nm. Gebruik vervolgens de instelbare momentschroevendraaier met het 8IP-bitje om vijf 8IP-schroeven (923-14140) in het moederbord terug te plaatsen.


Plaats de korte busbar op het moederbord en zorg dat de haakjes op de busbar goed zijn uitgelijnd met de uitsparingen in het moederbord.

Stel de instelbare momentschroevendraaier van 0,3-1,2 Nm in op een draaimoment van 0,45 Nm. Gebruik vervolgens de instelbare momentschroevendraaier en het 6IP-bitje om vier 6IP-schroeven (923-14138) in de korte busbar terug te plaatsen in de aangegeven volgorde.


Schuif het uiteinde van de flexkabel van de linkerventilator in de connector. Klap het vergrendelingspalletje omlaag. Druk vervolgens het lipje van polyesterfolie op het uiteinde van de flexkabel.

Schuif het uiteinde van de flexkabel van de rechterventilator in de connector. Klap het vergrendelingspalletje omlaag. Druk vervolgens het lipje van polyesterfolie op het uiteinde van de flexkabel.

Schuif het uiteinde van de signaalflexkabel van de voeding in de connector. Klap het vergrendelingspalletje omlaag. Druk vervolgens het lipje van polyesterfolie op het uiteinde van de flexkabel.

Schuif het uiteinde van de flexkabel van de camera en omgevingslichtsensor in de connector. Klap vervolgens het vergrendelingspalletje omlaag.

Schuif het uiteinde van de DisplayPort-signaalflexkabel in de connector. Klap vervolgens het vergrendelingspalletje omlaag.

Druk op de DisplayPort-signaalflexkabel op de aangegeven locatie om deze aan het moederbord te hechten.

Schuif het uiteinde van de flexkabel van de microfoon in de connector.

Schuif de uiteinden van de vier flexkabels in de connectors.
Dubbele voedingsflexkabel voor achtergrondverlichting van beeldscherm (2)
DisplayPort-voedingsflexkabel
Flexkabel van linkerspeaker

Plaats de volgende onderdelen terug om de montage te voltooien:
Reparatie voltooien
Voorzichtig
Systeemconfiguratie is vereist als je het moederbord hebt vervangen. Na de montage van het beeldscherm start en voltooi je 'Systeemconfiguratie'. Je hebt een afzonderlijke Mac nodig waarop Apple Service Utility is geïnstalleerd om 'Systeemconfiguratie' uit te voeren.