macOS High Sierra

Vensters en objecten verplaatsen en de grootte ervan wijzigen

Je kunt vensters en bepaalde objecten in programma's, zoals afbeeldingen en tekstvakken, verplaatsen en de grootte ervan wijzigen.

Opmerking: "VO" staat voor de speciale VoiceOver-toets.

Verplaatsen

  1. Navigeer naar het onderdeel dat je wilt verplaatsen en druk op VO + ` (voor een venster) of op VO + Command + ` (voor een object).

    Je hoort een melding van VoiceOver als een onderdeel niet kan worden verplaatst.

  2. Verplaats het venster of object op een van de volgende manieren:

    • Omhoog, omlaag, naar links of naar rechts verplaatsen: Druk op de pijltoetsen.

    • Diagonaal: Druk op de speciale VoiceOver-toets in combinatie met de toets Pijl-omhoog of Pijl-omlaag en de toets Pijl-links of Pijl-rechts. Als je bijvoorbeeld een venster diagonaal in de richting van de rechterbovenhoek wilt verplaatsen, druk je op VO + Pijl-rechts + Pijl-omhoog.

  3. Druk op de Escape-toets of op Fn + Tab als het venster of het object op de gewenste positie staat.

    Je kunt tijdens het verplaatsen geen andere VoiceOver-commando's gebruiken.

Met bepaalde cijfertoetsen kun je vensters en objecten snel verplaatsen. Gebruik de toetsen 1, 2 en 3 voor respectievelijk links, midden en rechts in het bovenste gedeelte, 4, 5 en 6 voor het middelste gedeelte en 7, 8 en 9 voor het onderste gedeelte.

Grootte wijzigen

  1. Navigeer naar het onderdeel waarvan je de grootte wilt wijzigen en druk op VO + ~ (voor een venster) of op VO + Command + ~ (voor een object).

    Als de grootte van het onderdeel niet kan worden gewijzigd, wordt je dit door VoiceOver gemeld.

  2. Kies 'Wijzig grootte', 'Wijzig grootte en verplaats naar raster' of 'Wijzig grootte en verplaats naar gedeelte' uit het menu.

  3. Navigeer naar een submenu waarin je het venster vanuit een rand of hoek kunt vergroten en het venster daarna eventueel kunt verplaatsen naar een gedeelte van een raster (bijvoorbeeld de linkerbovenhoek) of naar een sectie (bijvoorbeeld de onderste helft).

  4. Wijzig de grootte van het onderdeel.

    • Om de grootte van een venster of object aan de rand te wijzigen, gebruik je de VO-toetsen en de pijltoetsen. Druk bijvoorbeeld op VO + Pijl-rechts om een venster of object aan de rechterrand groter te maken.

    • Om een venster of object vanuit een hoek of greep te vergroten, gebruik je de VO-toetsen en twee pijltoetsen. Druk bijvoorbeeld op VO + Pijl-rechts + Pijl-omhoog om een venster vanuit de rechterbovenhoek te vergroten of om een object vanuit de greep rechtsbovenaan te vergroten.

  5. Druk op de Escape-toets of op Fn + Tab als het venster of het object de gewenste grootte heeft.

    Je kunt tijdens het wijzigen van de grootte geen andere VoiceOver-commando's gebruiken.