Power Macintosh G3 en G4: ondersteuning voor en configuratie van "master"- en "slave"-IDE-schijven

In dit artikel wordt uitgelegd hoe twee schijfeenheden op hetzelfde ATA/IDE-kanaal kunnen worden aangesloten (ook wel bekend als "master" en "slave") en hoe deze moeten worden geconfigureerd.

Sommige Power Macintosh G3-modellen en alle Power Mac G4-modellen zijn geschikt om twee ATA/IDE-schijfeenheden op hetzelfde ATA/IDE-kanaal aan te sluiten (ook wel bekend als "master" en "slave"). Het minitower-, bureau- en alles-in-een-model van de Power Macintosh G3 waren de eerste Macintosh computers waarin de master/slave-configuratie werd toegepast.

Computers die ondersteuning bieden voor de master/slave-configuratie

In een computer die is voorzien van een master/slave-configuratie kunt u extra hardeschijfeenheden of verwijderbare schijfeenheden installeren. De benamingen "master" en "slave" klinken hiërarchisch, maar de masterschijf heeft geen bijzondere status ten opzichte van de slaveschijf.

U kunt op de volgende computers twee ATA/IDE-schijfeenheden op hetzelfde ATA/IDE-kanaal aansluiten door middel van een master/slave-configuratie:

    · Power Mac G4
    · Power Macintosh G3 (blauw/wit) (alleen op bepaalde configuraties)
    · Power Macintosh G3 (alles-in-één-model)

De Power Macintosh G3-computers (blauw/wit) die ondersteuning bieden voor twee IDE-schijfeenheden zijn voorzien van een U-vormige beugel in de achterste nis. Hierdoor kunt u twee hardeschijfeenheden in deze nis installeren. In afbeelding 1 ziet u hoe de U-vormige beugel eruit ziet.





Afbeelding 1

. U-vormige beugel voor hardeschijfeenheid



De oorspronkelijke minitower- en bureaumodellen van de Power Macintosh G3 zijn niet allemaal geschikt voor de master/slave-configuratie. De oorspronkelijke minitower- en bureaumodellen van de Power Macintosh G3 die zijn uitgerust met een herzien moederbord (revisie 2 of hoger), ondersteunen deze configuratie. Met behulp van het programma Apple Systeemprofiel kunt u bepalen welk moederbord in de computer is geïnstalleerd. Als het moederbord is voorzien van een ATI RAGE PRO-chip, is revisie 2 of hoger geïnstalleerd.



Configuratie en aansluiting

U kunt op elk IDE-kanaal een of twee schijfeenheden aansluiten. Alle Power Macintosh G3-computers zijn voorzien van twee ATA/IDE-kanalen. Om de controller niet in verwarring te brengen, is het nodig om de schijfeenheden van elkaar te onderscheiden. Daarom worden de schijfeenheden van het predikaat "master" dan wel "slave" voorzien, zodat de controller de commando's en gegevens naar de juiste schijfeenheid kan sturen.



De schijven worden door middel van een jumper op de controllerkaart van de schijf als "master" of "slave" aangemerkt. Als u twee schijfeenheden aansluit op één kanaal, dient u ervoor te zorgen dat de jumpers in de juiste stand staan. Als beide schijfeenheden zijn aangemerkt als master of als slave, kan dit onverwachte resultaten opleveren.



Voor een standaard-ATA/IDE-configuratie maakt het niet uit welke connector van de ATA/IDE-kabel op welke schijfeenheid wordt aangesloten, aangezien de master/slave-status wordt bepaald door de jumpers en niet door de kabels. Wanneer de ene eenheid door middel van de jumper is aangemerkt als master en de andere schijf als slave, kunnen twee willekeurige ATA/IDE- of ATAPI-eenheden op één kanaal worden aangesloten.



Publicatiedatum: