U kunt Smart Tempo gebruiken bij het opnemen van een of meer audio-, software-instrument- of MIDI-sporen. Smart Tempo heeft drie modi, 'Keep' (Houd aan), 'Adapt' (Pas aan) en 'Automatic' (Automatisch):
- Gebruik de modus 'Keep' (Houd aan) als u de tempo-instelling van het project wilt aanhouden voor het synchroniseren van al het tempogerelateerde materiaal.
- Gebruik de modus 'Adapt' (Pas aan) om het tempo van een opgenomen uitvoering of audiobestand met Logic Pro te laten analyseren en volgen.
- Gebruik de modus 'Automatic' (Automatisch) om de modus te laten kiezen in Logic Pro op basis van op het al dan niet aanwezig zijn van een temporeferentie (zoals de metronoom of een ander segment) in uw project. Als een temporeferentie aanwezig is, wordt het projecttempo aangehouden. Als er geen muzikale temporeferentie aanwezig is, wordt het projecttempo aangepast om het te matchen aan het tempo van de opgenomen of geïmporteerde audiobestanden.
U kunt een modus voor Smart Tempo kiezen door te klikken op het venstermenu 'Smart Tempo' op het LCD-scherm.

Het projecttempo matchen tijdens de opname
Gebruik de modus 'Adapt' (Pas aan) om het projecttempo tijdens het opnemen te matchen aan uw uitvoering. Gebruik de modus 'Adapt' (Pas aan) tijdelijk tijdens het opnemen van de eerste sporen in uw nieuwe project. Als u daaropvolgende sporen opneemt terwijl de modus 'Adapt' (Pas aan) is ingeschakeld, wordt het tempo-overzicht aangepast op basis van de laatste opname.
- Maak een nieuw project aan en voeg audiosporen toe.
- Kies 'Adapt' (Pas aan) op het LCD-temposcherm. Het Tempo-spoor wordt geopend, zodat u kunt zien hoe het projecttempo verandert tijdens het opnemen, toevoegen of verplaatsen van audiosegmenten.
- Voordat u begint met opnemen, kunt u enkele automatische handelingen instellen die Logic Pro uitvoert direct nadat u de sporen hebt opgenomen. Logic Pro kan bijvoorbeeld automatisch het begin van de sporen inkorten tot de eerste tel. Kies 'File' (Archief) > 'Project Settings' (Projectinstellingen) > 'Smart Tempo' en selecteer 'Trim start of new regions' (Kort begin van nieuwe segmenten in) naast het venstermenu 'Set new recordings to' (Stel nieuwe opnamen in op).
- Start de opname. Tijdens de opname wordt het projecttempo aangepast aan de opname. Rode lijnen in het segment geven gedetecteerde tempoveranderingen aan, en er verschijnt een tempo-overzicht in het Tempo-spoor.
- Als u klaar bent met opnemen, drukt u op de spatiebalk om het transport te stoppen.
- In het dialoogvenster dat verschijnt, kunt u ervoor kiezen om de bestandstempo-editor te openen. Met de Smart Tempo-editor kunt u een voorbeeldweergave van de opname bekijken en aanpassingen aanbrengen in de eerste tel, het tempo en andere tempoparameters.

Als u segmenten verplaatst of bewerkt, volgen de tempoveranderingen de segmenten naar hun nieuwe locatie. Als u een Drummer-spoor, andere ritmische instrumenten of Apple Loops aan het spoor toevoegt, volgen ze automatisch het tempo van de originele sporen. Als u een meersporenopname hebt aangemaakt en later sporen toevoegt, kunt u de sporen toevoegen aan de set sporen die voor Smart Tempo wordt gebruikt om het tempo-overzicht aan te maken en het tempo opnieuw analyseren.
Als u een audiobestand importeert, wordt het projecttempo aangepast aan de geïmporteerde audiobestanden.
DJ-mixen aanmaken met Smart Tempo
U kunt de functies van Smart Tempo gebruiken om eenvoudig naadloze mixen in DJ-stijl aan te maken, waarbij alle nummers in de mix hetzelfde tempo volgen. U kunt een mix aanmaken waarin alle nummers in de mix worden afgespeeld in een vooraf bepaald tempo, of worden afgespeeld in het tempo van het nummer dat u als eerste hebt geïmporteerd.
Een mix aanmaken die in een vooraf bepaald tempo wordt afgespeeld:
- Maak een nieuw leeg project aan.
- Stel het venstermenu 'Snap' (Lijn uit) in op 'Smart' (Slim).
- Klik dubbel op het tempo op het LCD-scherm en voer het gewenste tempo voor de mix in.
- Kies 'File' (Archief) > 'Project Settings' (Projectinstellingen) > Smart Tempo' en doe het volgende:
- Kies 'Keep Project Tempo' (Houd projecttempo aan) in het venstermenu 'Default for Project Tempo mode' (Standaardwaarde voor projecttempomodus).
- Kies 'On + Align Bars and Beats' (Aan + stem maten en beats af) in het venstermenu 'Set imported audio files to' (Stel geïmporteerde audiobestanden in op). Hiermee wordt Flex automatisch ingeschakeld voor geïmporteerde bestanden en wordt Smart Tempo-analyse gebruikt om de eerste tellen en beats te kwantificeren naar het raster in het huidige projecttempo.
- Importeer het eerste audiobestand. Logic Pro analyseert het bestand en past het bestand aan het door u ingestelde projecttempo aan.
- Als u aanpassingen wilt verrichten in de Smart Tempo-editor, klikt u op 'Show' (Toon).
- In het gebied 'Tracks' (Sporen) kunt u het begin en einde van het nummer naar wens inkorten en verplaatsen.
- Importeer het volgende audiobestand. Het nieuw geïmporteerde bestand wordt afgespeeld in het projecttempo.
Een mix aanmaken in het tempo van het eerste nummer dat u hebt geïmporteerd:
- Maak een nieuw leeg project aan.
- Stel het venstermenu 'Snap' (Lijn uit) in op 'Smart' (Slim).
- Kies 'File' (Archief) > 'Project Settings' (Projectinstellingen) > Smart Tempo' en doe het volgende:
- Kies 'Adapt Project Tempo' (Pas projecttempo aan) in het venstermenu 'Default for Project Tempo mode' (Standaardwaarde voor projecttempomodus).
- Kies 'On' (Aan) in het venstermenu 'Set imported audiofiles to' (Stel geïmporteerde audiobestanden in op). Hiermee wordt Flex automatisch ingeschakeld voor geïmporteerde bestanden.
- Importeer het eerste audiobestand. Logic Pro analyseert het bestand en maakt een tempo-overzicht aan.
- Als u aanpassingen wilt verrichten in de Smart Tempo-editor, klikt u in het dialoogvenster op 'Show' (Toon). Het kan bijvoorbeeld nodig zijn om een nieuwe eerste tel in te stellen aan het begin van het bestand.
- In het gebied 'Tracks' (Sporen) kunt u het begin en einde van het nummer naar wens inkorten en verplaatsen.
- Stel Smart Tempo in op 'Keep' (Houd aan) en importeer vervolgens het volgende nummer op hetzelfde spoor. Het geïmporteerde bestand wordt afgespeeld in het laatste tempo van het eerste audiobestand.

Smart Tempo gebruiken bij meersporenopnamen
Bij audio-opnamen met meerdere sporen analyseert Smart Tempo de meersporenaudiobestanden gezamenlijk om het tempo-overzicht aan te maken. Hiertoe maakt Logic Pro een meersporenset aan die u op elk moment kunt bewerken. Op de achtergrond maakt Logic Pro een downmix aan die in Smart Tempo wordt gebruikt voor het analyseren van de meersporenaudiobestanden. Gebruik de downmix bij het verfijnen van de tempoanalyse in de Smart Tempo-editor.
U kunt op drie manieren werken met Smart Tempo en meersporenopnamen:
- U kunt een meersporenopname aanmaken en het tempo met Smart Tempo laten matchen tijdens de opname.
- U kunt meerdere audiobestanden in een project importeren en deze tijdens het importeren gelijktijdig met Smart Tempo laten analyseren.
- U kunt audiosegmenten selecteren in het gebied 'Tracks' (Sporen) van een project en deze gezamenlijk met Smart Tempo laten analyseren.
Wanneer u een meersporenopname aanmaakt of meerdere bestanden importeert in het gebied 'Tracks' (Sporen), moet u eerst deze opties instellen.
- Kies 'File' (Archief) > 'Project Settings' (Projectinstellingen) > 'Smart Tempo'.
- Kies 'Adapt Project Tempo' (Pas projecttempo aan) in het venstermenu 'Default for Project Tempo mode' (Standaardwaarde voor projecttempomodus).
- Kies tijdens het importeren van audiobestanden de optie 'On' (Aan) in het venstermenu 'Set imported audio files to' (Stel geïmporteerde audiobestanden in op). Hiermee wordt Flex automatisch ingeschakeld voor geïmporteerde bestanden.
Meerdere audiosegmenten in het gebied 'Tracks' (Sporen) selecteren en analyseren
Als u Smart Tempo niet hebt gebruikt tijdens het aanmaken van een meersporenopname, kunt u audiosegmenten analyseren nadat u ze hebt opgenomen.
- Selecteer de audiosegmenten die u wilt analyseren in het gebied 'Tracks' (Sporen).
- Control-klik op een van de geselecteerde segmenten en kies vervolgens 'Tempo' > 'Create Smart Tempo Multitrack Set' (Maak Smart Tempo-meersporenset aan).
- Deselecteer in de kolom 'Contributes to Analysis' (Draagt bij aan analyse) van het venster 'Smart Tempo Multitrack' (Smart Tempo-meersporenset) de segmenten die u wilt uitsluiten van de Smart Tempo-analyse.
- Klik op 'Analyseer'. U kunt de tempoanalyse van afzonderlijke segmenten verfijnen in de Smart Tempo-editor. U kunt ook op elk gewenst moment segmenten toevoegen aan en verwijderen uit de meersporenset en deze opnieuw analyseren.
De meersporenset bewerken
Nadat u meerdere segmenten een eerste keer hebt geanalyseerd, kunt u de meersporenset bewerken en segmenten toevoegen aan of verwijderen uit de Smart Tempo-analyse, en vervolgens de tempoanalyse bijwerken. Control-klik in het gebied 'Tracks' (Sporen) op een van de segmenten die in de meersporenset wordt gebruikt, kies 'Tempo' > 'Edit Smart Tempo Multitrack Set' (Bewerk Smart Tempo-meersporenset).
Selecteer of deselecteer de segmenten die u wilt opnemen in de tempoanalyse en klik vervolgens op 'Update' (Werk bij) om de set opnieuw te analyseren.
Klik op 'Break Up Set' (Deel set op) om een nieuwe meersporenset aan te maken. Selecteer vervolgens de nieuwe segmenten die u wilt toevoegen aan het gebied 'Tracks' (Sporen), houd Control ingedrukt en klik op een van de geselecteerde segmenten. Kies vervolgens 'Tempo' > 'Create Smart Tempo Multitrack Set' (Maak Smart Tempo-meersporenset aan).

Smart Tempo gebruiken met software-instrument- en MIDI-sporen
Maak in een nieuw project een software-instrument- of extern MIDI-spoor aan, stel de modus van Smart Tempo in op 'Adapt' (Pas aan) en neem vervolgens uw uitvoering op. Logic Pro maakt een tempo-overzicht aan, net als bij audiosporen. U kunt de Smart Tempo-editor ook gebruiken met software-instrument- en MIDI-sporen. In tegenstelling tot audiobestanden worden Smart Tempo-bewerkingen in Logic Pro rechtstreeks in de MIDI-segmenten bewaard.

Smart Tempo-analyse verfijnen en fouten in de tempodetectie corrigeren
Nadat u met Smart Tempo een audiosegment hebt opgenomen of een audiobestand hebt geïmporteerd, kunt u de tempoanalyse verfijnen en eventuele tempodetectiefouten corrigeren met de Smart Tempo-editor.
U kunt bijvoorbeeld de eerste tellen van een audiobestand instellen als Logic Pro ze niet goed heeft gedetecteerd tijdens het opnemen of importeren van het audiobestand. Plaats op het hoofdscherm waarop de golfvorm van het audiobestand te zien is de aanwijzer op de beatmarkering (aangegeven met rode lijnen) die u de eerste tel wilt maken (oranje lijnen). Een set cirkelvormige handgrepen verschijnt langs de lengte van de beatmarkering. Elke handgreep is voorzien van een tag waarop de functie van de handgreep wordt beschreven. Plaats de aanwijzer op de beatmarkering en klik op de handgreep 'Set Downbeat' (Stel eerste tel in). U kunt beatmarkeringen ook verplaatsen en schalen met behulp van de handgrepen in het hoofdvenster.

De Smart Tempo-editor heeft ook andere functies:
- U kunt de tempogegevens in het audiobestand bewerken door op het venstermenu 'Edit' (Bewerk) te klikken. U kunt het audiobestand opnieuw analyseren, het tempo van een segment toepassen op het project of het projecttempo toepassen op een segment, tempowisselingen uitbreiden, tempobewerkingen die aan het bestand zijn aangebracht verwijderen, en nog veel meer.
- U kunt het tempo van het bestand verdubbelen of halveren door te klikken op 'x2' of '/2' op het scherm 'Tempo'. Een voorbeeld: u hebt een audiospoor opgenomen in de modus 'Adapt' (Pas aan). In Logic Pro is een tempo gedetecteerd dat het dubbele of de helft is van wat u wilt.
- U kunt een voorbeeldweergave van het bestand krijgen door te klikken op
. - U kunt een metronoom toevoegen aan de voorbeeldweergave door te klikken op
. - U kunt een loop van het bestand afspelen door te klikken op
.
Bij MIDI-bestanden bevat de Smart Tempo-analyse voor een MIDI-segment geen maataanduiding of analyse van de eerste tel. Logic Pro selecteert de gebeurtenis voor de eerste MIDI-noot automatisch als eerste tel.
Een downmix van een meersporenset bewerken
Wanneer u een meersporenset bewerkt in de Smart Tempo-editor, moet u erop letten dat u de downmix bewerkt in plaats van een van de afzonderlijke segmenten die in de meersporenset zijn opgenomen. Klik in de Smart Tempo-editor op het venstermenu 'Filename' (Bestandsnaam) en kies 'Downmix'. Vervolgens kunt u de eerste tel instellen en andere bewerkingen uitvoeren voor de meersporenset.
