Omschakelen ABC: navigatie in Windows versus Mac

  • Laatst gewijzigd op: 29 mei, 2009
  • Artikel: HT2512
  • Oud artikel: 304723

Overzicht

Hoewel het lijkt alsof u op de Mac een hele nieuwe wereld betreedt, zullen sommige interfaceonderdelen uit Microsoft Windows u toch vertrouwd voorkomen. U hebt bijvoorbeeld nog steeds een bureaublad en vensters, u hebt nog steeds toegang tot verschillende functies in menu's en u beschikt nog steeds over sneltoetsen om taken snel uit te voeren. Hieronder volgt een handleiding voor het navigeren door de Mac OS X-interface.

Opmerking: de schermafbeeldingen in dit artikel zijn met Mac OS X 10.5 Leopard gemaakt. Als u werkt met een oudere versie van Mac OS X wijken de afbeeldingen mogelijk enigszins af van wat u op uw scherm ziet.

Producten waarbij dit probleem kan optreden

Mac OS X 10.4, Mac OS, Mac OS X 10.5, Microsoft Windows

De Finder

In Microsoft Windows gebruikt u normaal het menu Start om bepaalde taken uit te voeren. Op een Mac gebruikt u normaal de Finder om bepaalde taken uit te voeren. Wanneer u op het bureaublad op het vaste-schijfsymbool (dat vergelijkbaar is met het symbool Deze computer in Windows) dubbelklikt, opent u een Finder-venster waarin u door alle inhoud op de vaste schijf kunt navigeren. U kunt de Finder ook activeren door in het Dock op het Finder-symbool te klikken of door in een Finder-venster een programma, map of bestand te selecteren.

De Finder is enigszins vergelijkbaar met Windows Verkenner. Wanneer u een Finder-venster opent, ziet u aan de linkerkant een navigatiekolom waarin u snel toegang hebt tot de map Programma's, de thuismap (uw gebruikersdirectory, weergegeven als een huissymbool in de navigatiekolom) en verschillende andere mappen, waaronder de mappen Documenten, Afbeeldingen, Muziek en Films, in het gedeelte onderaan. Uw vaste-schijfvolume en netwerkvolume worden weergegeven in het gedeelte bovenaan. Wanneer u een server of volume activeert (zoals wanneer u een externe vaste schijf of iPod aansluit) of een schijf plaatst, worden de betreffende symbolen ook in het gedeelte boven aan de navigatiekolom weergegeven.

Omschakelen ABC

  1. Sluit venster
  2. Minimaliseer venster
  3. Vergroot venster
  4. De knoppen Volgende pagina en Vorige pagina.
  5. Toon als symbolen
  6. Toon als lijst
  7. Toon als kolommen
  8. Cover Flow-weergave
  9. Quick Look
  10. Taakmenu
  11. Zoekveld
  12. Toon/verberg knoppenbalk en navigatiekolom
  13. Volumes
  14. Locaties
  15. Zoekopties
  16. Scheidingslijn: sleep deze om de grootte van het paneel binnen het venster aan te passen
  17. Vensterformaat aanpassen
  18. Inhoud

Wanneer u in de navigatiekolom een symbool selecteert (door erop te klikken), wordt de inhoud in het rechterpaneel in het venster weergegeven. Als u bijvoorbeeld uw thuismap selecteert (het huissymbool), worden in het rechterpaneel verschillende mappen weergegeven, waarvan u enkele in de schermafbeelding hierboven ziet. Als u het netwerkvolume selecteert, worden de computers weergegeven die op uw netwerk zijn aangesloten. Als u bijvoorbeeld in de navigatiekolom een cd selecteert, wordt de inhoud in het rechterpaneel weergegeven. U kunt ook op het bureaublad dubbelklikken op een gekoppeld volume, schijf of harde schijf om een Finder-venster te openen waarin de inhoud wordt weergegeven.

Als u wilt aanpassen hoe inhoud in een map of volume in het rechterpaneel wordt weergegeven, klikt u op een van de weergaveknoppen in de knoppenbalk. In het Finder-venster wordt de inhoud standaard weergegeven in de symboolweergave. Als u meer informatie over de inhoud van een geselecteerde map of volume wilt bekijken, klikt u op de knop voor de lijstweergave.

In de lijstweergave wordt in het Finder-venster extra informatie over bestanden en mappen weergegeven, zoals de datum waarop het item voor het laatst is aangepast, de bestandsgrootte en het soort item. U kunt de lijst sorteren op naam, bewerkingsdatum, grootte of soort, eenvoudig door op de betreffende kolomkop te klikken.

Als u de inhoud liever weergeeft in een hiërarchische structuur, klikt u op de knop voor de kolomweergave. In de kolomweergave wordt het rechterpaneel als volgt verdeeld in meerdere kolommen om de indeling van de bestanden en mappen op de computer weer te geven:

Snel zoeken

Mac OS X 10.4 en hoger bevat Spotlight waarmee u snel bestanden op uw computer of op een gekoppeld volume kunt vinden (voor meer informatie over Spotlight leest u "Mac ABC: Spotlight"). Als u een item zoekt, typt u eenvoudig een trefwoord in het zoekveld in een willekeurig venster of klikt u op het symbool Spotlight in de rechterbovenhoek van het scherm.

Zodra u begint met typen, worden dynamisch resultaten weergegeven door Spotlight in het Finder-venster die overeenkomen met uw criteria. U kunt aangeven waar Spotlight moet zoeken door op een item in de koptekst te klikken (zoals Servers, Computer, Thuismap, enzovoort) die net onder het zoekveld in het Finder-venster wordt weergegeven. Spotlight doorzoekt de locatie die u hebt geselecteerd en deelt de zoekresultaten in op soort.

Als u bijvoorbeeld JPEG-afbeeldingen op uw Mac wilt zoeken, typt u ".jpg" in het zoekveld. Alle zoekresultaten verschijnen dan snel op het scherm. Niet alleen miniaturen van de JPEG-bestanden worden door Spotlight weergegeven, maar ook andere items die met uw criteria overeenkomen, zoals documenten die het woord ".jpg" bevatten.

De menubalk

In tegenstelling tot Windows, waarin menu's boven aan programmavensters worden weergegeven, biedt Mac OS X een dynamische menubalk boven aan het scherm. De menu's in de menubalk veranderen afhankelijk van het programma dat actief is. Hoewel deze op een andere locatie worden weergegeven dan u wellicht gewend bent, werken de menu's op de Mac op dezelfde manier als de menu's in Windows. (Voor meer informatie raadpleegt u 'Mac ABC: De menubalk'.)

Misschien vraagt u zich af hoe u de snelmenu's kunt openen met een Apple muis. Misschien vraagt u zich ook af hoe u in Mac OS X moet "klikken met de rechtermuisknop". Hiervoor houdt u gewoon de Control-toets ingedrukt en klikt u op een item of op het bureaublad (Control-klikken). Als u ervoor kiest om een muis met meer knoppen van een andere leverancier te gebruiken, kunt u zoals gewoonlijk met de rechtermuisknop op items klikken. Raadpleeg Omschakelen ABC: In Windows... voor meer informatie.
 

Het Dock


 

Het Dock is de balk met symbolen die onder aan het scherm wordt weergegeven (of aan de zijkant van het scherm als u uw Dock-voorkeuren hebt aangepast) en die eenvoudig toegang biedt tot bepaalde programma's op de Mac (zoals Mail, Safari, iTunes, Adresboek en QuickTime Player). In het Dock wordt weergegeven welke programma's worden uitgevoerd en vensters worden in het Dock geminimaliseerd zoals op de Windows-taakbalk. Daar vindt u ook de Prullenmand. U kunt uw eigen programma's, bestanden en mappen aan het Dock toevoegen door eenvoudig een symbool naar het Dock te slepen.

Als u een item in het Dock wilt openen, klikt u op het symbool. Als u bijvoorbeeld naar muziek wilt luisteren, klikt u op het iTunes-symbool. Wanneer een programma wordt uitgevoerd, wordt in het Dock een klein zwart driehoekje onder het programmasymbool weergegeven. Als u een programma dat wordt uitgevoerd, actief wilt maken, klikt u op het symbool in het Dock om te schakelen. (Het programmamenu in de menubalk wordt ook gewijzigd.)

In het Dock worden programma's aan de linkerkant weergeven en mappen en vensters aan de rechterkant. Als u goed kijkt, ziet u een verticale lijn die de symbolen van elkaar scheidt. Als u de positie van de symbolen binnen deze lijn wilt veranderen, sleept u eenvoudig een symbool naar een andere locatie in het Dock. (Voor meer informatie raadpleegt u 'Mac ABC: Het Dock'.)
 

Het bureaublad

Het Mac-bureaublad werkt op een vergelijkbare manier als het Windows-bureaublad. U kunt items op het bureaublad plaatsen, de achtergrondafbeelding wijzigen, enzovoort (voor meer informatie raadpleegt u 'Mac ABC: Het bureaublad').

Een van de grootste verschillen is echter dat het bureaublad ook toegang biedt tot alle gekoppelde schijven (zoals een externe vaste schijf), gekoppelde servers en geplaatste schijven (cd's en dvd's). In tegenstelling tot de manier waarop u toegang hebt tot de verschillende schijven in Deze computer, worden gekoppelde volumes, gekoppelde schijven en cd's en dvd's op de Mac rechtstreeks op het bureaublad weergegeven. De symbolen worden weergegeven zodra de verbinding tot stand is gebracht of het medium is geplaatst.
 

Systeemvoorkeuren

In Windows gebruikt u het Configuratiescherm om verschillende instellingen te kunnen aanpassen. Op een Mac gebruikt u hiervoor Systeemvoorkeuren. Kies Systeemvoorkeuren in het menu Apple om Systeemvoorkeuren te openen.

In Mac 101: Uw voorkeuren instellen worden de verschillende onderdelen weergegeven die u aan uw wensen kunt aanpassen. Als u bijvoorbeeld een printer wilt instellen, klikt u op Afdrukken en faxen om het voorkeurenpaneel weer te geven waarin u de printer kunt toevoegen en configureren. Wanneer u een andere gebruikersaccount aan de computer wilt toevoegen, gebruikt u het paneel Accounts van Systeemvoorkeuren. Wilt u uw netwerkinstellingen configureren? Klik op Netwerk en breng de gewenste wijzigingen aan.

Aanvullende informatie

↑ Naar de index van Omschakelen ABC Naar In Windows...

 
Tip:
als u graag meer hulp wilt, raadpleegt u "Mac ABC".
 

 

Important: Informatie over producten die niet door Apple zijn vervaardigd, is alleen bedoeld voor informatieve doeleinden en impliceert niet dat Apple deze producten goedkeurt of aanbeveelt. Neem contact op met de leverancier voor meer informatie.

Not helpful Somewhat helpful Helpful Very helpful Solved my problem