Mac ABC: Uw printer aansluiten
Overzicht
In deze les wordt beschreven hoe u te werk gaat als u uw printer, of die van iemand anders, wilt gebruiken op de Mac.
Opmerking: de informatie in dit artikel is van toepassing op Mac OS 10.4 tot en met 10.4.11.
Producten waarbij dit probleem kan optreden
Printers, Mac OS X 10.4, Mac OS X 10.3, Mac OS X 10.2, Mac OS X 10.1, Mac OS X 10.0, Mac OS X 10.5
Uw printer aansluiten
Mac OS X bevat ingebouwde software voor verschillende printers waarmee de printer automatisch wordt herkend wanneer u deze aansluit op de Mac. Op deze manier hoeft u geen printersoftware te installeren, zelfs wanneer deze bij de printer is geleverd. Sluit de printer aan op de USB-poort of FireWire-poort van de computer met de bijbehorende kabel, indien dit wordt ondersteund. Bekijk de documentatie die bij de printer is geleverd en schakel de printer in. Als de printer niet door de computer wordt herkend, kunt u niet afdrukken. U moet dan mogelijk de nieuwste besturingsbestanden van de website van de fabrikant downloaden en installeren.
Wanneer u het besturingsbestand van de printer hebt geïnstalleerd, wordt de printer in het menu Printer weergegeven als de actieve printer.
Als u wilt controleren of de printer door de computer wordt herkend, opent u een bestand dat kan worden afgedrukt, zoals een foto, tekstdocument of PDF-bestand. Kies Druk af in het menu Archief (of druk op Command-P). Controleer in het afdrukvenster of de printer wordt weergegeven in het pop-upmenu Printer. Als dit het geval is, kiest u de printer en gaat u verder. Als dit niet het geval is, gaat u als volgt te werk om de printer aan de lijst toe te voegen:
- Kies Voeg printer toe in het pop-upmenu Printer in het afdrukvenster. Het hulpprogramma Printerconfiguratie wordt geopend.
- Klik op de knop Voeg toe in het venster Printerlijst.
- Er wordt een lijst met beschikbare printers weergegeven in het venster Printerkiezer. Selecteer de printer en klik op Voeg toe. Opmerking: als de printer niet in de lijst wordt weergegeven, controleert u of de kabel goed is aangesloten en of de printer is ingeschakeld.
Verbinding maken met een printer op een netwerk
Als uw Mac onderdeel uitmaakt van een netwerk, kunt u afdrukken via een gedeelde printer op het netwerk. Opmerking: een dergelijke printer hoeft niet rechtstreeks op uw Mac te zijn aangesloten. U kunt de printer gebruiken via een Ethernet-verbinding of een draadloze verbinding. Ga als volgt te werk om een printer op het netwerk toe te voegen aan de printerlijst van de computer:
Wanneer u verbinding hebt met een netwerk, wordt op de Mac een
lijst weergegeven met alle beschikbare printers op het netwerk in het venster Printerkiezer.
- Kies Hulpprogramma's in het menu Ga in de Finder en dubbelklik op Hulpprogramma Printerconfiguratie om het menu te openen.
- Klik op de knop Voeg toe in het venster Printerlijst.
- Selecteer de naam van de gedeelde printer in de lijst Printerkiezer en klik op Voeg toe.
Documenten afdrukken
Als uw Mac en de printer zijn gesynchroniseerd, kunt u beginnen met afdrukken. Telkens wanneer u een document wilt afdrukken, gaat u als volgt te werk. Uw afdrukvenster kan afwijken van het volgende:
Voor foto's van de hoogste kwaliteit kiest u het papier
en de hoogste afdrukresolutie voor de printer in het afdrukvenster.
- Open het bestand dat u wilt afdrukken in het betreffende programma, zoals een afbeeldingsbestand in iPhoto of een PDF-document in Voorvertoning.
- Kies Druk af in het menu Archief (of druk op Command-P).
- Controleer in het dialoogvenster of de gewenste printer is geselecteerd in het pop-upmenu Printer.
- Selecteer het betreffende symbool voor de afdrukrichting van het document of de afbeelding in het gedeelte Rotatie.
- In het afdrukvenster ziet u enkele menu's waarin u verschillende afdrukinstellingen kunt kiezen. U moet mogelijk op een knop Opties of Geavanceerd klikken om deze instellingen weer te geven. Kies instellingen voor de volgende opties (de labels en inhoud van de opties kunnen verschillen):
- Kies het type papier dat u gebruikt in het pop-upmenu Mediatype, bijvoorbeeld Premium glanzend fotopapier of Gewoon papier.
- Kies een instelling in het pop-upmenu Afdrukkwaliteit. Als u een foto van hoge kwaliteit wilt afdrukken, kiest u de beste instelling voor de printer. Als u een zwart-witdocument wilt afdrukken, kiest u een instelling voor een minder hoge kwaliteit.
- Kies de gewenste afdrukresolutie in het pop-upmenu Resolutie. Deze dient overeen te komen met de instelling die u hebt gekozen bij Afdrukkwaliteit.
- Geef de overige gewenste instellingen op voor de afdruktaak.
- Klik op Druk af wanneer u klaar bent.
Perfecte afdrukken
Als u een curriculum vitae, foto's, rapport of ander document wilt afdrukken, gebruikt u de volgende tips om de beste afdrukken te krijgen.
- Als u een afdruk met fotokwaliteit wilt maken, gebruikt u een programma voor fotobewerking om de beeldresolutie van de foto's in te stellen op 200 ppi (pixels per inch) of hoger. Vervolgens stelt u in het afdrukvenster voor de printer de instellingen voor de hoogste kwaliteit in.
- Controleer of het document niet te groot is voor het papier dat in de printer is geplaatst. Er wordt een bericht weergegeven wanneer het bestand groter is dan het afdrukbare oppervlak. Als u het bestand wilt verkleinen, kunt u het document in het bijbehorende programma verkleinen of schakelt u het selectievakje 'Maak passend' in het afdrukvenster in om de aanpassingen automatisch door de Mac te laten uitvoeren.
- Als u een ander papiertype gebruikt dan gewoon papier, moet u het juiste papier kiezen in het afdrukvenster. Op deze manier kan de printer het inktgebruik aanpassen aan het betreffende papier. Als u dit niet doet, worden de afdrukken mogelijk vlekkerig.
- Als de gewenste afdruktaak niet door de printer wordt afdrukt, annuleert u de taak en schakelt u de printer uit. Wacht ten minste 10 seconden en schakel de printer opnieuw in. Probeer de afdruktaak opnieuw af te drukken.
- De knipperende lampjes op de printer zijn er niet voor niets. Als de printer niet naar behoren werkt, raadpleegt u de gebruikershandleiding om de betreffende foutcodes bij de knipperende lampjes op te zoeken.
| ↑ Naar de index van Connect and Use Devices (Apparaten aansluiten en gebruiken) | Naar Les 3: Connect to the Internet (Verbinding maken met internet) → |