Talen

Mac OS X v10.5, v10.6: een reservekopie van uw bestanden maken en terugzetten

Lees hier hoe u een reservekopie van bestanden maakt en bestanden terugzet in Mac OS X v10.5 of 10.6.

U moet regelmatig reservekopieën van het systeem maken en meerdere reservekopieën van belangrijke, onvervangbare bestanden bijhouden. Zonder meerdere reservekopieën van bestanden staan bestanden alleen op de Mac.

Tip: u wordt aanbevolen om minstens één reservekopie van belangrijke bestanden op een andere fysieke (offsite) locatie te bewaren. U kunt eenvoudig een reservekopie van belangrijke bestanden maken door ze te kopiëren naar iCloud.

Time Machine gebruiken

OS X bevat Time Machine waarmee u automatisch een reservekopie van het systeem en belangrijke bestanden kunt maken naar een andere harde schijf of een netwerkvolume. Time Machine heeft ook een intuïtieve interface voor het terugzetten van bestanden of het hele systeem.

Schijfhulpprogramma

Met dit alternatieve reservekopieproces maakt u een schijfkopie van de volledige inhoud van een Mac OS X-schijf. Hiermee worden de unieke kenmerken van bestanden, zoals bevoegdheden, ACL's en UUID's, bewaard. Een reservekopie in de vorm van een schijfkopie is een goede manier om bestanden te archiveren op een andere (offsite) locatie.

Mogelijk wilt u de externe schijf op een andere (offsite) locatie bewaren. Als een externe schijf onvoldoende vrije ruimte heeft voor toekomstige reservekopieën, kunt u het gebruik van een andere schijf overwegen of eerdere reservekopieën verwijderen om ruimte op de externe schijf vrij te maken.

Instructies voor het maken van een reservekopie naar een externe harde schijf met Schijfhulpprogramma

  1. Sluit een externe harde schijf (FireWire of USB) aan die voldoende vrije ruimte heeft voor ten minste één kopie van de inhoud van de Macintosh HD.
  2. Start op vanaf de Mac OS X 10.5- of 10.6-installatie-dvd. (Plaats de schijf, start de computer opnieuw op en houd de C-toets ingedrukt.)
  3. Kies de taal. Voer geen installatie uit.
  4. Kies Schijfhulpprogramma in het menu Hulpprogramma's.
  5. Selecteer in het bronvenster links de schijf waarvan u een reservekopie wilt maken (de bronschijf, bijvoorbeeld Macintosh HD).
  6. Klik op 'Controleer schijf' om te controleren of de harde schijf fouten vertoont. Als een fout is gevonden, klikt u op 'Herstel schijf' om deze te herstellen.
  7. Klik in de knoppenbalk op 'Nieuwe schijfkopie'.
  8. Geef de kopie een herkenbare naam, zoals '15-4-2009 Macintosh HD-reservekopie'. Met een datum in de naam weet u meteen wanneer u de reservekopie hebt gemaakt.

    Opmerking: voor extra beveiliging kunt u de reserveschijfkopie coderen. Selecteer 128-bits AES-codering of 256-bits AES-codering in het venstermenu 'Codering:'. Wanneer u wordt gevraagd om een wachtwoord voor de codering in te voeren, gebruikt u Wachtwoordassistent om een sterk wachtwoord te maken of volgt u deze koppeling voor informatie over hoe u een sterk wachtwoord kiest.
     
  9. Controleer of de bestemming een locatie op de externe harde schijf is en klik vervolgens op 'Bewaar' om door te gaan.
  10. Voer de naam en het wachtwoord voor de beheerdersaccount in wanneer u hierom wordt gevraagd. De schijfkopie wordt gemaakt. De tijd die nodig is om de schijfkopie te maken, is afhankelijk van factoren zoals de hoeveelheid gegevens op de Macintosh HD. Afhankelijk van diverse factoren wordt ongeveer 1 GB per minuut verwerkt.
  11. Selecteer de schijfkopie in het paneel van het apparaat nadat deze is gemaakt.  Vervolgens kiest u Afbeeldingen > Scan schijfkopie voor terugzetten... in de menubalk en voltooit u de scan.
  12. Stop Schijfhulpprogramma (druk op Command-Q). Vervolgens drukt u op Command-Q om het Mac OS X-installatieprogramma te stoppen. U wordt gevraagd om de computer opnieuw op te starten.

Terugzetten vanaf de inhoud van de reserveschijfkopie naar de interne Mac OS X-schijf

Opmerking: als de Mac waarnaar u de inhoud terugzet niet dezelfde Mac is als de Mac waarmee u de reserveschijfkopie hebt gemaakt, gebruikt u Migratie-assistent in plaats van Schijfhulpprogramma om de gegevens op juiste wijze terug te zetten naar de Mac.

Belangrijk: met deze stappen overschrijft u de gegevens met dezelfde naam op dezelfde locatie, bijvoorbeeld bestanden op het bureaublad of in de thuismap.

  1. Sluit de externe schijf aan waarnaar u een reservekopie hebt gemaakt.
  2. Start op vanaf de Mac OS X 10.5- of 10.6-installatie-dvd. (Plaats de schijf, start de computer opnieuw op en houd de C-toets ingedrukt.)
  3. Kies de taal. Voer geen installatie uit.
  4. Kies Schijfhulpprogramma in het menu Hulpprogramma's.
  5. Selecteer de interne Mac OS X-schijf waarnaar u de bestanden wilt terugzetten.
  6. Klik op het tabblad 'Terugzetten'.
  7. Sleep de interne schijf naar het veld 'Doel:'.
  8. Klik op de knop 'Schijfkopie...' naast het veld 'Bron:'.
  9. Navigeer naar de locatie van de reserveschijfkopie die u wilt terugzetten (u vindt deze op de externe schijf).
  10. Klik op 'Open' om door te gaan.
  11. Klik op de knop 'Zet terug'. Bevestig dat u wilt 'Terugzetten op schijf' door opnieuw op 'Zet terug' te klikken. Hierdoor worden gegevens op het Mac OS X-volume vervangen door gegevens van de reservekopie die dezelfde naam en dezelfde locatie hebben.
  12. Voer de naam en het wachtwoord voor de beheerdersaccount in wanneer u hierom wordt gevraagd. Als de reserveschijfkopie is gecodeerd, voert u zo nodig het wachtwoord van de schijfkopie in. De tijd die nodig is om de gegevens van de schijfkopie terug te zetten, is afhankelijk van factoren zoals de hoeveelheid gegevens op de reserveschijfkopie.

Handmatig reservekopieën van bestanden maken

U kunt bestanden ook handmatig van het Mac OS X-volume naar een extern opslagapparaat of netwerkvolume slepen. U kunt ook in de Finder reservekopieën branden op lege cd's of dvd's. Gewoonlijk bevat de thuismap de belangrijkste mappen waarvan u reservekopieën wilt maken. Mac OS X-programma's en programma's van andere fabrikanten kunnen zo nodig opnieuw worden geïnstalleerd vanaf originele schijven of schijfkopiebestanden.

Aanvullende informatie

Een IMAP-e-mailvoorziening zoals iCloud is een goede manier om ervoor te zorgen dat u op een andere locatie dan de server een kopie van de e-mails hebt. 

Als u de integriteit van reservekopieën wilt controleren, gebruikt u Schijfhulpprogramma om de schijfkopiebestanden te controleren:

  1. Kies in Schijfhulpprogramma het menu Schijfkopieën > Controleer...
  2. Navigeer naar de locatie van het schijfkopiebestand.
  3. Klik op de schijfkopie die u wilt controleren.
  4. Klik op 'Controleer' om het bestand te controleren. 

Opmerking: voor informatie over het maken en terugzetten van reservekopieën met Mac OS X v10.4 leest u dit artikel.

Laatst gewijzigd op: 18-jan-2014
Nuttig?
Ja
Nee
  • Laatst gewijzigd op: 18-jan-2014
  • Artikel: HT1553
  • Aantal keer bekeken:

    null

Aanvullende informatie over productondersteuning