AirPort-handleiding voor probleemoplossing
Overzicht
Leer hoe u veelvoorkomende problemen van de AirPort oplost. Als na het volgen van de stappen uw probleem nog niet is opgelost, doorzoek dan de Knowledge Base voor meer specifieke informatie.
Deze handleiding biedt u advies bij het oplossen van problemen voor een bestaand AirPort-netwerk. Als u voor het eerst een netwerk wilt opzetten kunt u gebruik maken van de AirPort-configuratie-assistent of het AirPort-configuratieprogramma in ondersteunde modus. Bekijk voor complexere netwerken Een AirPort-netwerk opzetten online of vanaf uw AirPort-installatie-cd.
Producten waarbij dit probleem kan optreden
AirPort
Controleer of alle clients hetzelfde probleem hebben
Als u meer dan één computer hebt die verbinding maakt met het AirPort-basisstation, controleert u eerst of alle clients hetzelfde probleem hebben. Na deze controle kunt u mogelijk gedeelten van dit artikel overslaan die niet van toepassing zijn. Controleer het volgende:
Geldt het probleem slechts voor één client?
Als dit het geval is, hoeft u alleen de client-instellingen van deze computer te controleren. Controleer of de AirPort-kaart goed is geïnstalleerd en of de antenne is aangesloten.
Hebben alle clients hetzelfde probleem?
Als dit het geval is, voert u eerst de volgende stappen uit:
- Koppel het AirPort-basisstation los.
- Wacht dertig seconden.
- Sluit het basisstation weer aan.
- Probeer een internetverbinding tot stand te brengen met een clientcomputer.
Hiermee wordt een veelvoorkomend probleem opgelost waarbij een actief basisstation dat geruime tijd verbinding met het internet heeft, langer gebruik maakt van een IP-adres (tijdelijke DHCP-toewijzing) dan is toegestaan door de internetaanbieder. Dit is normaal en dus geen fout van de Apple-apparatuur of van de internetaanbieder. Als u niet goed bij het basisstation kunt om het los te koppelen, kunt u het basisstation opnieuw opstarten met behulp van het AirPort-hulpprogramma of het AirPort-configuratieprogramma. Als de DHCP-toewijzing erg kort geldig lijkt te zijn, kunt u contact opnemen met de internetaanbieder om na te gaan of er andere problemen zijn op het netwerk.
Bij bepaalde netwerken kan het nuttig zijn alle apparaten in het netwerk uit te zetten en na enige tijd weer aan te zetten. Bepaalde apparaten kunt u beter vijf minuten niet aanzetten, hoewel voor de meeste apparaten dertig seconden voldoende is. Koppel het basisstation en alle hubs, routers, kabel- en DSL-modems los. Zet alle aangesloten computers uit. Sluit eerst de kabel- of DSL-modem aan, indien van toepassing. Sluit vervolgens het AirPort-basisstation aan en wacht totdat de lampjes aangeven dat het basisstation is opgestart. Dit voorkomt dat een ander apparaat gebruik maakt van de DHCP-toewijzing. Zet als derde een computer aan.
Hebben alleen draadloze clients het probleem?
Als dit het geval is, richt u dan op factoren die van invloed zijn op draadloze clients, zoals:
- Netwerkselectie en netwerkwachtwoord
- Apparatuurtoegangbeheer
- TCP/IP-instellingen van de client
- Signaalsterkte
- Storingsbronnen
Hebben alleen bekabelde clients het probleem?
Als dit het geval is, dient u de instellingen in het AirPort-hulpprogramma of het AirPort-configuratieprogramma te controleren en de handleiding Een AirPort-netwerk opzetten te raadplegen voor meer informatie. Controleer alle kabels, verbindingen en voedingen.
Hebben clients via AppleTalk verbinding met het basisstation en met elkaar, bijvoorbeeld voor bestandsdeling, maar geen verbinding met internet?
AppleTalk en bestandsdeling dienen op de clients te zijn geactiveerd en juist te zijn geconfigureerd. Als dit het geval is, dient u bovenstaande stappen uit te voeren om het basisstation opnieuw op te starten. Vervolgens controleert u de internetinstellingen van het basisstation, inclusief de DNS-serverinstellingen.
Kunnen clients verbinding maken met het basisstation maar geen IP-verbindingen?
Als clients een sterke signaalverbinding hebben met het basisstation maar het netwerk niet kunnen gebruiken (voor internetgebruik of lokale bestandsdeling), controleer dan of u met een PPPoE-scenario te maken hebt.
Probeer de configuratie-assistenten te gebruiken en controleer de internetverbinding
Als u de AirPort-configuratie-assistent of het AirPort-configuratieprogramma nog niet hebt gebruikt of als u wijzigingen hebt aangebracht in de configuratie na gebruik, wordt aangeraden deze nu uit te voeren.
Stel een computer in om rechtstreeks verbinding te maken met het internet, zonder gebruik van het basisstation.
Voor Mac OS X:
- Maak rechtstreeks verbinding met internet, zonder het AirPort-basisstation.
- Als de verbinding niet goed is, controleer dan de internetinstellingen. Voor Mac OS X 10.3 of later, klikt u op de knop Assistent in Netwerkvoorkeuren. Lees voor eerdere versies Mac OS X: verbinding maken met internet, problemen oplossen met uw internetverbinding en een klein netwerk opzetten.
- Als u een werkende internetverbinding tot stand hebt gebracht, koppel dan de telefoonlijn of de Ethernet-kabel los van de computer en sluit deze aan op het basisstation.
- Verbind de computer met het netwerk van het basisstation en gebruik de AirPort-configuratie-assistent of het AirPort-configuratieprogramma om het opnieuw te configureren.
Voor Mac OS 9:
- Start de Internet-configuratie-assistent en volg de aanwijzingen.
- Controleer of de internetverbinding goed werkt.
- Sluit het AirPort-basisstation aan en start de AirPort-configuratie-assistent.
Opmerkingen:
- Als u niet weet waar u de assistenten kunt vinden, opent u Finder en drukt u op de sneltoets Command-F. In Mac OS 9 tot 10.1.5 wordt vervolgens het zoekprogramma Sherlock geopend. In Mac OS X versie 10.2 of later wordt een zoekvenster in Finder geopend.
- Als u geen internetverbinding kunt maken zonder het basisstation, dient u de internetinstellingen te controleren. Neem indien nodig contact op met uw internetaanbieder. U kunt uw internetaanbieder vragen of er problemen bekend zijn met het gebruik van 802.11 draadloze Ethernet-netwerken.
- Als u een kabelmodem hebt, koppelt u deze dertig seconden los van de stroomvoorziening om de modem opnieuw in te stellen. Als de kabelmodem een resetknop heeft, drukt u hier ook op. Hierdoor wordt mogelijk een probleem opgelost waarbij voor bepaalde typen kabelmodems het MAC-adres (Media Access Control) van een eerder aangesloten apparaat is vereist. In zeldzame gevallen moet een internetaanbieder het adres misschien handmatig opnieuw instellen. Om meer te lezen raadpleegt u Provisioning van de internetaanbieder verhindert een internetverbinding via kabel of DSL.
Netwerkwachtwoord kwijt
Raadpleeg Het AirPort Extreme-basisstation resetten.
Gebruik de nieuwste versie van Mac OS
U kunt het beste de nieuwste versie van Mac OS gebruiken. Dit geldt voor zowel Mac OS 9 als Mac OS X. Gebruik in Mac OS 9 het configuratiescherm 'Software-update' en in Mac OS X 'Software-update' om software-updates te installeren. Voor sommige updates dienen eerst andere updates te worden geïnstalleerd. U dient 'Software-update' daarom mogelijk meerdere keren te gebruiken om alle vereiste updates te installeren. Raadpleeg voor meer informatie Mac OS X: Uw software bijwerken.
Om afzonderlijke downloads te verkrijgen gaat u naar Apple Downloads.
Gebruik de juiste AirPort-software en basisstation-firmware
Voor Mac OS X:
Om de laatste versie van de AirPort-software te krijgen die met uw versie van Mac OS X werkt, gebruikt u Software-update.
Voor Mac OS 9:
AirPort 2.0 en 2.0.2 voor Mac OS 9 kunnen met Mac OS 9.0.4 of later worden gebruikt, maar Mac OS 9.1 of later wordt aanbevolen.
Basisstation-firmware:
Uw basisstation moet de nieuwste firmware die beschikbaar is gebruiken. Firmware wordt meegeleverd bij de AirPort-software. In bepaalde gevallen moet u de firmware mogelijk apart downloaden om de nieuwste versie te krijgen. Als u verbinding maakt met een basisstation via het AirPort-hulpprogramma of AirPort-configuratieprogramma (/Programma's/Hulpprogramma's/), wordt u gevraagd de firmware bij te werken als er een hogere versie op uw computer is geïnstalleerd als deel van de AirPort-software. In artikel 107844 kunt u lezen hoe u de firmware van een basisstation kunt bijwerken. Hoewel in dit artikel de AirPort Extreme wordt beschreven, zijn de stappen soortgelijk voor alle basisstations.
U kunt de nieuwste basisstation-firmware krijgen via de AirPort-ondersteuningspagina.
Controleer de kabels van het basisstation
Het basisstation van de AirPort Extreme (802.11n) heeft 4 Ethernet-poorten, 1 WAN-poort en 3 LAN-poorten.

AirPort Extreme (802.11n)
Het basisstation van de originele AirPort Extreme heeft er twee, één LAN en één WAN, in aanvulling op de modempoort.

AirPort Extreme
Opmerking: het symbool waarmee een LAN-Ethernet-poort op AirPort-basisstations met twee Ethernet-poorten wordt aangegeven, wordt als Ethernet-aanduiding gebruikt op producten die één Ethernet-poort hebben.
Symbool voor de WAN-Ethernet-poort
Symbool voor de LAN-Ethernet-poort
Als u gebruik maakt van een Ethernet-verbinding, dient u de kabels te controleren. Als u gebruik maakt van een AirPort-basisstation met twee Ethernet-poorten en AirPort Extreme-basisstation, dient u te controleren of u voor de internetverbinding (via kabel- of ADSL-modem, Ethernet of een router) gebruik maakt van de WAN-Ethernet-poort. Zorg dat de LAN-Ethernet-poort is aangesloten op de bekabelde clients (indien van toepassing). Raadpleeg voor meer informatie de handleiding Een AirPort-netwerk opzetten.
Als u gebruik maakt van een inbelverbinding, dient u te controleren of u de telefoonkabel op de juiste poort hebt aangesloten (niet op een Ethernet-poort). Op alle Apple-producten met een modem staat bij de modempoort een symbool van een telefoonhoorn. Op deze afbeelding wordt het symbool van de hoorn linksonder weergegeven, naast de interne modempoort.
Als u een basisstation van een andere fabrikant gebruikt, raadpleegt u de documentatie bij het apparaat.
Controleer het type kaart voor draadloze verbindingen
Als u een draadloze Ethernet-kaart 802.11 van een andere fabrikant dan Apple gebruikt, dient u te controleren of de kaart compatibel is met uw Apple-software en -apparatuur Computers van de PowerBook G3-serie zijn compatibel met de Lucent WaveLan- of Orinoco-kaart, maar alleen in Mac OS 9. Als de computer wordt opgestart met Mac OS X, kunt u geen kaarten van andere fabrikanten met de AirPort-software van Apple gebruiken.
Zijn er hubs, routers of andere computers aangesloten op het netwerk?
- Controleer of de kabels van alle apparaten in de correcte volgorde zijn aangesloten.
- Controleer of alle connectors goed zijn aangesloten en of er geen kabels zijn beschadigd.
- Maak als dit u helpt een overzicht van het netwerk en vergelijk het overzicht met de werkelijke kabelverbindingen.
- Controleer alle stroomvoorzieningen. Als een stroomvoorziening niet correct werkt, kan er geen netwerkverkeer plaatsvinden via een hub of router.
- Controleer of alle clients hetzelfde probleem hebben.
- Als het een uitgebreid netwerk betreft, dient u de TCP/IP-instellingen van de clientcomputers op juistheid te controleren.
Controleer hoe de internetaanbieder IP-gegevens configureert
- IP-configuratie
Controleer of de manier waarop het basisstations IP-gegevens ophaalt (via DHCP, BootP of handmatig) correct is voor de internetaanbieder. - Client-ID
Als u een kabelmodem of DSL-verbinding gebruikt, controleert u of u van uw internetaanbieder een Client-ID moet invoeren. Voor de meeste internetaanbieders is dit niet vereist, dus u hoeft zich geen zorgen te maken als dit niet het geval is. Client-ID's worden in versie 1.2 en later van de AirPort-software ondersteund. - PPPoE
Als uw internetaanbieder gebruik maakt van PPPoE, dient u de instellingen hiervoor te controleren. - Beperkt adresbereik
Controleer het publieke of WAN-IP-adres met het AirPort-hulpprogramma of het AirPort-configuratieprogramma. Als dit adres begint met een '10' of '192', dan gebruikt uw internetaanbieder een beperkt adresbereik. Dit kan van invloed zijn op de mogelijk van een basisstation om computers te laten delen in de internetverbinding. Als u moeite hebt om verbinding te krijgen met bepaalde websites en het basisstation heeft een openbaar IP-adres dat begint met 10 of 192, gebruikt u het AirPort-hulpprogramma of het AirPort-configuratieprogramma om op het basisstation het delen van de verbinding uit te zetten. Slechts één computer zal dan een internetverbinding tot stand kunnen brengen via het basisstation. Voor een breedbandmodem is het mogelijk nodig deze dertig seconden los van de stroomvoorziening te koppelen om deze opnieuw in te stellen. Als dit het probleem oplost, neemt u contact op met uw internetaanbieder. In deze configuratie dient het basisstation niet zozeer als draadloze router maar meer als draadloze brug tussen uw computer en de internetaanbieder. Uw internetaanbieder moet extra IP-adressen toewijzen aan uw account om meer dan één computer te kunnen verbinden.
Al deze instellingen kunnen worden gewijzigd met de AirPort-configuratie-assistent, het AirPort-hulpprogramma, of het AirPort-configuratieprogramma. - Verbinding maken met een bestaand AirPort-netwerk
Als u verbinding maakt met een bestaand AirPort-netwerk, hebt u verschillende opties:- Gebruik de AirPort-configuratie-assistent of het AirPort-configuratieprogramma. Kies 'Configureer uw computer om verbinding te maken met een bestaand draadloos AirPort-netwerk.'
- Mac OS 9-regelbalk: klik op het AirPort-symbool en selecteer de netwerknaam. Naast de netwerknaam moet een zwarte stip worden weergegeven.
- Mac OS X 10.1 of later: u kunt het netwerk selecteren via het AirPort-pictogram op de menubalk of in het programma 'Internetverbinding'.
Controleer de signaalsterkte
De AirPort-verbinding kan wegvallen als u de computer buiten het bereik van het basisstation plaatst of als een obstakel tussen de computer en het basisstation de signalen blokkeert. U kunt de signaalsterkte controleren in het programma 'AirPort' (Mac OS 9) of 'Internetverbinding' (Mac OS X). Toont de balk signaalsterkte? Probeer de afstand tot het basisstation te verkleinen of potentiële storingsbronnen te verwijderen.
Noteer waarschuwingsmeldingen en foutberichten
Schrijf alle waarschuwingsmeldingen en foutberichten woord voor woord op. Dit kan van pas komen als u contact opneemt met Apple. Voer het wachtwoord 'public' in als een van de volgende berichten verschijnt:
- "Er heeft zich een fout voorgedaan bij het lezen van de configuratie."
"Het geselecteerde basisstation kan niet worden geconfigureerd. Voer een geldig IP-adres of wachtwoord in."
Controleer de lampjes (LED's) op het basisstation
AirPort Extreme-basisstation (802.11n):
Als een probleem optreedt met dit type basisstation zal het lampje ofwel oranje blijven branden ofwel knipperen tussen wit en oranje. Meer informatie over hoe u het AirPort Extreme-basisstation (802.11n) opnieuw kunt instellen.
Als u het basisstation geforceerd opnieuw hebt ingesteld en nog steeds geen verbinding met het basisstation kunt maken via het AirPort-hulpprogramma, sluit u het basisstation met een Ethernet-kabel (crossover of patch) aan en stelt u handmatig de volgende IP-gegevens in op de clientcomputer:
- IP-adres: 192.42.249.15
Subnetmasker: 255.255.255.0
Router: 192.42.249.13
Probeer opnieuw een verbinding tot stand te brengen.
AirPort Extreme-basisstation:
Als een probleem optreedt met dit type basisstation, knipperen alle lampjes tegelijk. Meer informatie over hoe u het AirPort Extreme-basisstation opnieuw kunt instellen.
Als u het basisstation geforceerd opnieuw hebt geladen en nog steeds geen verbinding met het basisstation kunt maken via het AirPort-hulpprogramma, sluit u het basisstation met een Ethernet-kabel (crossover of patch) aan en stelt u handmatig de volgende IP-gegevens in op de clientcomputer:
- IP-adres: 192.42.249.15
Subnetmasker: 255.255.255.0
Router: 192.42.249.13
Probeer opnieuw een verbinding tot stand te brengen.
AirPort-basisstation (twee Ethernet-poorten):
Als een probleem optreedt met dit type basisstation, branden er witte lampjes. Bij een harde reset (geforceerd opnieuw laden) of zachte reset, knippert het middelste lampje ritmisch. Meer informatie over hoe u het basisstation opnieuw kunt instellen.
Als u het basisstation geforceerd opnieuw hebt geladen en nog steeds geen verbinding met het basisstation kunt maken via het AirPort-hulpprogramma, sluit u het basisstation met een Ethernet-kabel (crossover of patch) aan en stelt u handmatig de volgende IP-gegevens in op de clientcomputer:
- IP-adres: 192.42.249.15
Subnetmasker: 255.255.255.0
Router: 192.42.249.13
Probeer opnieuw een verbinding tot stand te brengen.
AirPort-basisstation (Graphite):
Als een probleem optreedt met dit type basisstation, knipperen rode of oranje lampjes. Als een rood lampje brandt, dient u het basisstation opnieuw in te stellen.
Als u het basisstation geforceerd opnieuw hebt ingesteld en nog steeds geen verbinding met het basisstation kunt maken via het AirPort-hulpprogramma, sluit u het basisstation met een Ethernet-crossoverkabel aan en stelt u handmatig de volgende IP-gegevens in op de clientcomputer:
- IP-adres: 192.42.249.15
Subnetmasker: 255.255.255.0
Router: 192.42.249.13
Probeer opnieuw een verbinding tot stand te brengen.
Meer informatie over indicatorlampjes op AirPort-basisstations:
- Betekenis van de lampjes op het AirPort Extreme- of AirPort Express-basisstation
Betekenis van indicatielampjes (LED's) op het AirPort Extreme-basisstation
AirPort-basisstation (twee Ethernet-poorten): LED-lampjes
AirPort-basisstation: LED-lampjes
Controleer op juiste AirPort-netwerkselectie, apparatuurtoegangbeheer
Controleer dat er een AirPort-netwerk geselecteerd is en dat u indien nodig een wachtwoord hebt ingevoerd. Als apparatuurtoegangbeheer actief is op het basisstation, dan moet het MAC-adres (media access control) van uw AirPort-kaart worden ingevoerd in het AirPort-hulpprogramma of het AirPort-configuratieprogramma. Als u het netwerk niet zelf hebt geconfigureerd, vraag het dan de netwerkbeheerder. Als uw computer niet op de toegangbeheerlijst staat kunt u deze mogelijk koppelen aan het netwerk, maar niet om een verbinding met internet tot stand te brengen.
Soms is de netwerknaam onzichtbaar (Gesloten netwerk). De netwerkbeheerder bepaalt wanneer hij dit doet. Voor toegang tot een gesloten netwerk kiest u 'Overige' uit het AirPort-menu. Als u moeilijk toegang krijgt tot een gesloten netwerk, controleer dan bij de netwerkbeheerder of u de netwerknaam correct invoert. Om problemen op te lossen kan het helpen de netwerknaam zichtbaar te maken.
Controleer de TCP/IP- en AppleTalk-instellingen van de AirPort-clientcomputer
De meest gebruikelijke configuratie voor het basisstation is een door uw internetaanbieder gegeven IP-adres met AirPort-computers die er draadloos op worden aangesloten. De draadloze computers krijgen vervolgens privé-IP-adressen (zoals 10.0.1.3). Het delen van het IP-adres wordt 'verbindingsdeling' of 'netwerkadresvertaling' (NAT) genoemd. Als u deze gebruikelijke configuratie gebruikt, kunt u controleren of u deze correcte instellingen bij de clientcomputer hebt. Als dit niet zo is, gaat u naar het gedeelte Configureer de IP-gegevens geforceerd opnieuw hieronder.
Opmerking: AppleTalk laat u bestandsdeling, printen en andere diensten op uw lokale netwerk gebruiken. Er bestaan in de meeste gevallen TCP/IP-alternatieven voor AppleTalk. AppleTalk is niet nodig voor een internetverbinding.
Voor Mac OS X:
- Kies Systeemvoorkeuren uit het menu Apple.
- Kies Netwerk uit het menu Weergave.
- Kies AirPort uit het venstermenu Toon.
- Als AirPort niet verschijnt in het menu Toon kies dan Configuratie netwerkpoorten uit het menu Toon, kies AirPort en kies vervolgens AirPort uit het menu Toon. (In Mac OS X versie 10.0 tot 10.1.5 kiest u Actieve netwerkpoorten uit het menu Toon.)
- Klik op de TCP/IP-tab, en controleer op deze instelling:
- IP-adres: "Afkomstig van DHCP-server", of "10.0.1.2" of hoger
- Breng indien nodig wijzigen aan.
- Klik op de tab AppleTalk.
- Zorg dat het aankruisvak 'Maak AppleTalk actief' is geselecteerd.
- Om een potentieel conflict met AppleTalk te vermijden of om een bestaand probleem op te lossen raadpleegt u AppleTalk werkt niet na inschakeling.
- Als u wijzigingen hebt aangebracht sinds u Systeemvoorkeuren hebt geopend, klik dan op 'Pas nu toe'.
Voor Mac OS 9:
- Open het TCP/IP-configuratiescherm. U ziet nu deze instellingen:
- Verbind via: AirPort
Configureer: Via DHCP
IP-adres: "Afkomstig van server...", of "10.0.1.2" of hoger - Breng indien nodig wijzigen aan.
- Sluit het TCP/IP-configuratiescherm, klik op Bewaar als dit wordt gevraagd.
- Open het AppleTalk-configuratiescherm.
- U ziet nu deze instelling:
- Configureer via: AirPort
- Wijzig indien nodig de instelling. Sluit het AppleTalk-configuratiescherm, klik op Bewaar als dit wordt gevraagd.
Mac OS X en Mac OS 9:
IP-adressen die worden geleverd door het basisstation liggen binnen het bereik van 10.0.1.2 tot 10.0.1.255. Als het IP-adres begint met 169 of 192 is de verbinding met het basisstation mislukt. U kunt dit probleem verhelpen door een van de andere gedeelten in dit artikel te raadplegen. Soms kan het helpen de IP-gegevens geforceerd opnieuw te configureren.
Configureer de IP-gegevens geforceerd opnieuw
Als het basisstation correct werkt, maar een client een IP-adres heeft dat begint met 192 of 169, kunt u de IP-gegevens van de clientcomputer opnieuw configureren. Controleer voordat u dit doet eerst de fysieke verbinding en (alleen voor draadloze clients) de selectie van het AirPort-netwerk.
Voor Mac OS X:
- Sluit alle internetprogramma's (zoals webbrowsers en e-mailprogramma's). Sla eventuele wijzigingen in geopende bestanden op.
- Kies Systeemvoorkeuren uit het menu Apple.
- Kies Netwerk uit het menu Weergave.
- Kies Configuratie netwerkpoorten uit het venstermenu Toon. (In Mac OS X versie 10.0 tot 10.1.5 kiest u Actieve netwerkpoorten uit het menu Toon.)
- Schakel het aankruisvak voor 'AirPort' uit.
- Klik op 'Pas nu toe'.
- Schakel het aankruisvak voor 'AirPort' weer in.
- Klik op 'Pas nu toe'.
- Open een webbrowser en probeer een internetverbinding tot stand te brengen.
- Herhaal de stappen van het gedeelte hierboven "Controleer de TCP/IP en AppleTalk-instellingen van de AirPort-clientcomputer".
Voor Mac OS 9:
- Sluit alle internetprogramma's (zoals webbrowsers en e-mailprogramma's). Sla eventuele wijzigingen in geopende bestanden op.
- Open het TCP/IP-configuratiescherm.
- Kies Gebruikermodus uit het menu Bewerken.
- Klik op het keuzerondje 'Geavanceerd'.
- Klik op OK.
- Klik op 'Opties'.
- Klik op het keuzerondje 'Inactief'.
- Klik op OK.
- Sluit het TCP/IP-configuratiescherm.
- Klik op Bewaar als u hierom wordt gevraagd.
- Open het TCP/IP-configuratiescherm.
- Klik op Ja als u hierom wordt gevraagd.
- Sluit het TCP/IP-configuratiescherm.
- Open een webbrowser en probeer een internetverbinding tot stand te brengen.
- Herhaal de stappen van het gedeelte hierboven om de TCP/IP en AppleTalk-instellingen van de AirPort-clientcomputer te controleren. Kreeg u een correct IP-adres?