AirPort, Time Capsule: verbinding maken met een gecodeerd draadloos netwerk

  • Laatst gewijzigd op: 12 november, 2008
  • Artikel: HT1126
  • Oud artikel: 106424

Overzicht

Uitleg over hoe u een verbinding kunt maken met een gecodeerd draadloos netwerk.

Voordat u begint

Er zijn twee veel voorkomende typen draadloos wachtwoordbeveiliging (ook wel: codering) die kunnen worden gebruikt door draadloze basisstations.  De voorkeursmethode heet Wi-Fi Protected Access, die in het AirPort-hulpprogramma wordt weergegeven als WPA/WPA2 Personal.  

De andere methode heet Wired Equivalent Privacy en is veel ouder en minder veilig. Dit wordt in het AirPort-hulpprogramma weergegeven als WEP (Transitional Security Network).  Als u niet gebruikmaakt van een apparaat dat alleen WEP ondersteunt, kunt u WEP beter niet gebruiken. Als u WEP moet gebruiken is het goed om te proberen uw WEP-draadloos netwerk in te stellen op aparte en afgezonderde netwerksegmenten die alleen de apparaten bevatten die WEP vereisen.  Gebruik vervolgens een netwerkrouter om het afgezonderd WEP-netwerk te verbinden met uw WPA-hoofdnetwerk.

Producten waarbij dit probleem kan optreden

AirPort, Time Capsule

Log in

Klik op de pictogram AirPort in het menubalk en kies uw gewenst netwerk. ; Er verschijnt een aanmeldvenster met het bericht '...vereist een WPA-wachtwoord' voor een WPA-netwerk of '...vereist een WEP-wachtwoord' voor een WEP-netwerk.

Voer uw wachtwoord in en klik OK. Neem contact op met uw netwerkbeheerder als u uw wachtwoord niet weet.

Voor draadloze WEP-netwerken die niet van Apple zijn

Wanneer u verbinding wilt maken met een draadloos netwerk die niet van Apple is op een computer met een AirPort-kaart dient u een van twee verschillende wachtwoordstijlen te gebruiken (uw keuze wordt beslist door de netwerkbeheerder). De twee stijlen zijn:

ASCII-wachtwoord

Als u een wachtwoord hebt gekregen in gewone ASCII-tekst gebruikt u dubbele aanhalingstekens (") voor en na het wachtwoord. Deze wachtwoorden zijn hoofdlettergevoelig en hebben een lengte van minstens 5 tekens bij 40-bits gecodeerde netwerken of van minstens 13 tekens voor 128-bits gecodeerde netwerken.

  • Voorbeeld van 40-bits: "pw123"
  • voorbeeld van 128-bits: "password12345"

Hexadecimaal wachtwoord

Als u een wachtwoord hebt gekregen die alleen de hexadecimale tekens gebruikt (deze tekens zijn abcdef0123456789), dient u een dollarteken ($) voor het wachtwoord te typen. Deze wachtwoorden hebben een lengte van ten minste  10 tekens voor 40-bits gecodeerde netwerken of van ten minste 26 tekens voor 128-bits gecodeerde netwerken.

Opmerking: in een hexadecimaal wachtwoord heet het dollarteken een Hex Escape. Hiermee wordt de software geïnformeerd dat de daaropvolgende tekens moeten worden behandeld als een hexadecimaal nummer. Andere mogelijke Hex Escapes zijn '0x' en '0X' (nul-x, waarbij de x zowel een hoofdletter als een kleine letter mag zijn).

Voorbeeld van 40-bits: $1234abcdef

Voorbeeld van 128-bits: $12345678901234567890abcdef

Opmerking: als u niet zeker weet welk type wachtwoord u hebt, kunt u de bovengenoemde methoden beide proberen of contact opnemen met uw netwerkbeheerder voor informatie over uw wachtwoord.

Aanvullende informatie

Wanneer u bent aangemeld, zal de AirPort-pictogram in het menubalk de signaalsterkte van uw draadloze netwerkverbinding aangeven.  Als alle vier strepen donker zijn betekent dit dat u zeer goed ontvangst hebt.  Als u deze pictogram op het menubalk niet ziet, kunt u het inschakelen in AirPort-voorkeuren.

 

Terminologie: etymologie van 40-bits en 128-bits

Gecodeerde draadloze netwerken gebruiken 40-bits of 128-bits sleutels. De sleutel wordt uitgedrukt in 8-bits codering (ASCII) of 4-bits codering (hexadecimaal).

Als er hexadecimale tekens worden gebruikt, heeft elk teken in de uiteindelijke sleutel een grootte van vier bits wanneer er wordt omgerekend naar binair. De 26 tekens in een 128-bits sleutel vormen samen 104 bits. Dit wachtwoord van 104 bits wordt gecombineerd met een zogenaamde initialisatievector, een willekeurig nummer van 24 bits, om de 128-bits coderingssleutel te vormen. De initialisatievector wordt geleverd bij elk verstuurd gegevenspakket en is onderdeel van het Wired Equivalent Privacy (WEP)-algoritme en 802.11b-standaard. Bij 40-bits codering vormen de 10 hexadecimale tekens 40 bits die vervolgens worden gecombineerd met de initialisatievector tot een 64-bits coderingssleutel. In dit geval is de naam 40-bits niet juist en is het eigenlijk een 64-bits coderingssleutel.

Wanneer ASCII-codering wordt gebruikt, is elk teken in de uiteindelijke coderingssleutel 8 bits. 5 tekens vormen 40 bits en 13 tekens vormen 104 bits. Dezelfde initialisatievector wordt toegevoegd waardoor de totalen ontstaan van 64 bits en 128 bits.

Not helpful Somewhat helpful Helpful Very helpful Solved my problem